Geschiedenis

1945 – 2010: van “rioolgazetje” tot “Moniteur”.

Het stoutmoedige begin

Het succesverhaal van dit weekblad “voor mensen met een goed hart en een slecht karakter” begon op die gedenkwaardige 17 mei 1945. Of toch niet. Eigenlijk was prematuur het succesverhaal begonnen toen de jeugdige Bruno de Winter, die zijn middelbare studies niet had afgemaakt, een klusje had gekregen bij Het Handelsblad, de Antwerpse krant die door de sinjoren gemeenzaam “Het Gaanzeke” werd genoemd. Nadat Bruno daar in 1931 was mogen beginnen – om de stiel te leren, want dat moest in die tijd nog – met klassements- en vertaalwerk en tussendoor als kopijspuier voor de rubriek “gebroken armen en benen”, werd hij bevorderd tot verslaggever van het parlementaire bedrijf in de Brusselse Wetstraat. Al was hij op de schoolbanken geen hoogvlieger geweest, Bruno was een snugger en leerzaam manneke en hij had niet zo heel veel tijd vandoen om door te krijgen dat het parlement waar hij voor zijn Handelsblad over moest berichten, in feite de moeite niet was om over naar huis te schrijven. Met zijn slecht karakter had hij er al gauw een nieuwe naam voor uitgevonden, die intussen zowat journalistiek gemeengoed is geworden: de praatbarak.

Voor zijn latere loopbaan als hoofdredacteur van een satirisch weekblad, was die praatbarak een flinke leerschool, evenals Bruno's belevenissen als krijgsgevangene van de Duitse bezetter in Frankrijk. Toen hij uit Frankrijk terugkwam, kon hij zijn werk bij het Ganzeke niet hervatten, want het was oorlog en zoals de meeste dagbladuitgevers had ook Het Handelsblad besloten dat zijn journalisten onder Duitse bezetting “hun pen zouden breken”, zoals dat toen heette. Voor Het Handelsblad kwam die verzetsdaad eigenlijk goed van pas, want de krant zat toen financieel in niet zo'n beste papieren en kreeg dank zij de Duitse overweldiger enig uitstel van bankroet (dat er in oktober '62 toch gekomen is).
Allemaal goed en wel, maar Bruno was echtgenoot en vader en er moest dus brood op de plank komen. Daarom aanvaardde Bruno een betrekking bij de Landbouw- en Voedingscorporatie, waar ook een zekere Jan Nuyts – zegt die naam u iets? - werk had gevonden. Na de oorlog heropende Het Handelsblad zijn deuren en mocht Bruno de Winter zich vlijtig verder bekwamen in het journalistieke vak. Hij vroeg en kreeg een eigen kolommetje – tegenwoordig moet het een “column” heten – op de rechterkant van de voorpagina, waarin hij zonder vaar of vrees van leer trok tegen de heersende politieke klasse die hij in de praatbarak aan het werk had gezien en gehoord en hij ondertekende zijn scherpe, ironisch-satirische pennenvruchten met de schuilnaam “'t Pallieterke”.

Dat dagelijkse Pallieterke in Het Handelsblad kende in die “kwade jaren”, naar het woord van “onze” Arthur de Bruyne, zoveel bijval dat het zowaar de slabakkende oplage van de krant de hoogte injoeg. Sommige waarnemers waren zelfs van mening dat 't Pallieterkes bijdrage in die dagen Het Handelsblad van de ondergang heeft gered. Wat daar ook van aan is, of niet, Bruno de Winter zelf was zich maar al te goed bewust van zijn succes en vond dat hij daarvoor wel een beloning verdiende. Dus trok hij zijn stoute schoenen aan en toog naar de directie met het voorstel zijn bescheiden, maar veel gelezen kolommetje te doen uitgroeien tot een eigen weekblad, uiteraard onder zijn leiding. Dat de grote bazen daar geen oren naar zouden hebben, was min of meer voorspelbaar, maar ook toen al hadden de muren oren, namelijk die van de commercieel ingestelde reclamejongens Polderman en Van Gool. Die twee zagen wél brood in de gedurfde ambitie van de 35-jarige De Winter en boden hem hun deskundige medewerking aan indien hij met zijn eigen blad van start wou gaan.

Hij dééd het en op de historische datum van 17 mei 1945 rolde het eerste ‘t Pallieterke, met Bruno de Winter als verantwoordelijke uitgever en hoofdredacteur (andere redacteurs waren er toen niet), van de persen. De vier bladzijden op groot formaat met soloteksten van Bruno en rake tekeningen van o.a. de onlangs overleden Jef Nijs, werden verkocht tegen de “voorlopige woekerprijs van... 3 frank”. In zijn “dooprede” hekelde de enige schrijver de opvattingen over persvrijheid en democratie van “Adolf de Grote”, maar evenzeer de pogingen tot machtsmisbruik bij de eigen pers nà Adolf met de snor. Hij dankte “Het Gaanzeke” voor het jarenlange vertrouwen en eiste in een vrij land met een vrije pers, waarin zelfs “een hond met een hoed op een gazet mag uitgeven”, voor zichzelf het recht op dat ook te mogen doen. Die persvrijheid bestaat juist dààrin, schrijft stoutmoedige Bruno, dat het een redacteur volkomen vrij staat ook meester te worden: “Een hèèl klein meesterke van een hèèl klein gazetteke.” En wat voor meesterke! “De ene mens heeft al wat meer gal meegekregen dan de andere en ik werd helaas goed bedeeld”, klonk het in die dooprede, “maar als ge 't hebt, geraakt ge 't moeilijk kwijt en houdt ge u in, dan wordt ge maaglijder...” Daarom zijn Pallieteriaanse remedie: “… dat slecht karakter botvieren bij elke gelegenheid en zoveel gelegenheden te maken als ge kunt. Daarom maakte ik dit gazetje dat ik vandaag op Gods genade de wereld in zend.”

Met zijn slecht, mààr eerlijk, karakter kon Bruno het ook niet laten dat hij met zijn blaadje niet alleen was begonnen om zijn gal kwijt te raken, maar “Ik deed het ook om geld te verdienen”. Veelbelovend: het eerste nummer had zo'n reuzensucces dat het in allerijl moest bijgedrukt worden. Het glorierijke begin van (voorlopig) 65 jaar 't Pallieterke.

(wordt vervolgd)

 

Geschiedenis van 't Pallieterke

Weekblad voor mensen met een goed hart en een slecht karakter

Bruno De WinterOp 17 mei 1945 verscheen het allereerste nummer van ’t Pallieterke. Stichter Bruno de Winter schreef na het einde van de oorlog, waar hij “foutloos” uitkwam, een “kronijkje” – tegenwoordig heet dat column - in de Antwerpse krant Het Handelsblad. De titel had hij ontleend aan Felix Timmermans. Het omvatte vier kleine pagina’s en Bruno de Winter had 15.000 exemplaren laten drukken.

’t Pallieterke was in die loden tijd van straatgeweld en redeloze wraak, van repressie en epuratie, een sensatie. Bruno de Winter ging als eerste in de Vlaamse pers hevig te keer tegen de uitspattingen van repressie, een “reusachtige anti-Vlaamse machinatie” schreef hij, hoewel hij weinig begrip kon opbrengen voor de collaboratie. Dat bezorgde hem onmiddellijk een uitgebreid en zoals zou blijken een zeer trouw lezerspubliek. Eind 1945 zou ’t Pallieterke zelfs een oplage van 58.000 exemplaren gekend hebben. Gesterkt door het succes nam Bruno de Winter begin 1946 ontslag bij Het Handelsblad om zich volledig te wijden aan zijn ’t Pallieterke. Hij kreeg het zo druk dat hij op 1 oktober 1946 Jan Nuyts aannam als vaste redactiesecretaris. En er kwamen medewerkers bij, en tekenaars van spotprenten – cartoons heet dat tegenwoordig. Jef Nys bijvoorbeeld, nu gevierde “vader” van Jommeke, begon in ’t Pallieterke.

’t Pallieterke was van meet af aan christelijk – wat niet hetzelfde is als klerikaal – anticommunistisch, antilinks – wat niet hetzelfde is als antisociaal – en is dat gebleven tot op de dag van vandaag met als toevoeging dat ’t Pallieterke zich afzet tegen alle soorten dictatuur, wezen zij van links, rechts, “democratisch” – de huidige democratuur - of religieus.

Bruno de Winter hanteerde een eigen directe stijl, ongekend in die tijd, hekelend, spottend, bijtend soms. Sommige woorden die hij lanceerde zijn algemeen goed geworden. Visademke bijvoorbeeld, of praatbarak (woord dat in de huidige regimecrisis in de mond genomen werd door zeer deftige personen).

Bruno de Winter stierf voortijdig op 30 mei 1955, amper 45 jaar. Zijn taak werd onmiddellijk overgenomen door Jan Nuyts. Jan kwam uit een Vlaams nest en dus stuurde hij ’t Pallieterke in Vlaams-nationale richting. Jan Nuyts breidde het aantal rubrieken gevoelig uit, en haalde tal van mensen over – wat eigenlijk niet zo moeilijk was. In sommige kringen zou raar opgekeken worden indien ooit een lijst van medewerkers zou worden gepubliceerd – hun medewerking te verlenen (uiteraard onder schuilnamen, want waar is de tijd dat ’t Pallieterke op de index van de Kerk stond?) en bracht ’t Pallieterke van acht tot zestien bladzijden en dat is tot op vandaag zo gebleven.

Jan Nuyts bleef 45 jaar hoofdredacteur, eigenlijk de “big boss”, zonder twijfel een wereldrecord. Hij overleed nog geheel onverwachts op 8 juli 2002. Op 1 december 2000 had hij de fakkel doorgegeven aan een van zijn langst medewerkende medewerkers, namelijk ondergetekende.

’t Pallieterke is een uniek fenomeen.

’t Pallieterke bestaat uitsluitend dankzij de trouw van zijn lezers. Achter ’t Pallieterke staat geen kapitaalkrachtige persoon of groep. ’t Pallieterke bestond, bestaat en zal blijven bestaan dankzij zijn lezers.

’t Pallieterke hoeft dus niemand naar de ogen te kijken. Niemand gluurt over de schouder van de redacteurs en de hoofdredacteur mee of zij geen onoorbare dingen schrijven.

’t Pallieterke heeft lak aan politieke correctheid, die van gisteren, van vandaag en van morgen. Politieke correctheid heeft immers altijd bestaan, in 1945, in 1965, in 1995 en in 2007.

’t Pallieterke is daardoor het enige Vlaamse (week)blad dat vierkant zijn voeten veegt aan de taboes van de huidige spraakmakende gemeente en lustig de spot drijft met de huidige anti-Vlaamse, belgicistische, multikullerige, antichristelijke en links-hedonistische politieke correctheid.

’t Pallieterke is een blad zonder reclame, tenzij heel minimaal. In tegenstelling met de “mainstream” publicaties, krijgt u waar voor uw geld. ’t Pallieterke is dus goed voor het milieu, want geen papierverspilling voor onnuttige en overbodige reclame.

En, lieve lezeres, beste lezer, met uw welnemen en goeddunken zal dat zo blijven.

Weekblad voor mensen met een goed hart en een slecht karakter

Op 17 mei 1945 verscheen het allereerste nummer van ’t Pallieterke. Stichter Bruno de Winter schreef na het einde van de oorlog, waar hij “foutloos” uitkwam, een “kronijkje” – tegenwoordig heet dat column - in de Antwerpse krant Het Handelsblad. De titel had hij ontleend aan Felix Timmermans. Het omvatte vier kleine pagina’s en Bruno de Winter had 15.000 exemplaren laten drukken.
’t Pallieterke was in die loden tijd van straatgeweld en redeloze wraak, van repressie en epuratie, een sensatie. Bruno de Winter ging als eerste in de Vlaamse pers hevig te keer tegen de uitspattingen van repressie, een “reusachtige anti-Vlaamse machinatie” schreef hij, hoewel hij weinig begrip kon opbrengen voor de collaboratie. Dat bezorgde hem onmiddellijk een uitgebreid en zoals zou blijken een zeer trouw lezerspubliek. Eind 1945 zou ’t Pallieterke zelfs een oplage van 58.000 exemplaren gekend hebben. Gesterkt door het succes nam Bruno de Winter begin 1946 ontslag bij Het Handelsblad om zich volledig te wijden aan zijn ’t Pallieterke. Hij kreeg het zo druk dat hij op 1 oktober 1946 Jan Nuyts aannam als vaste redactiesecretaris. En er kwamen medewerkers bij, en tekenaars van spotprenten – cartoons heet dat tegenwoordig. Jef Nys bijvoorbeeld, nu gevierde “vader” van Jommeke, begon in ’t Pallieterke.
’t Pallieterke was van meet af aan christelijk – wat niet hetzelfde is als klerikaal – anticommunistisch, antilinks – wat niet hetzelfde is als antisociaal – en is dat gebleven tot op de dag van vandaag met als toevoeging dat ’t Pallieterke zich afzet tegen alle soorten dictatuur, wezen zij van links, rechts, “democratisch” – de huidige democratuur - of religieus.
Bruno de Winter hanteerde een eigen directe stijl, ongekend in die tijd, hekelend, spottend, bijtend soms. Sommige woorden die hij lanceerde zijn algemeen goed geworden. Visademke bijvoorbeeld, of praatbarak (woord dat in de huidige regimecrisis in de mond genomen werd door zeer deftige personen).
Bruno de Winter stierf voortijdig op 30 mei 1955, amper 45 jaar. Zijn taak werd onmiddellijk overgenomen door Jan Nuyts. Jan kwam uit een Vlaams nest en dus stuurde hij ’t Pallieterke in Vlaams-nationale richting. Jan Nuyts breidde het aantal rubrieken gevoelig uit, en haalde tal van mensen over – wat eigenlijk niet zo moeilijk was. In sommige kringen zou raar opgekeken worden indien ooit een lijst van medewerkers zou worden gepubliceerd – hun medewerking te verlenen (uiteraard onder schuilnamen, want waar is de tijd dat ’t Pallieterke op de index van de Kerk stond?) en bracht ’t Pallieterke van acht tot zestien bladzijden en dat is tot op vandaag zo gebleven.
Jan Nuyts bleef 45 jaar hoofdredacteur, eigenlijk de “big boss”, zonder twijfel een wereldrecord. Hij overleed nog geheel onverwachts op 8 juli 2002. Op 1 december 2000 had hij de fakkel doorgegeven aan een van zijn langst medewerkende medewerkers, namelijk ondergetekende.
’t Pallieterke is een uniek fenomeen.
’t Pallieterke bestaat uitsluitend dankzij de trouw van zijn lezers. Achter ’t Pallieterke staat geen kapitaalkrachtige persoon of groep. ’t Pallieterke bestond, bestaat en zal blijven bestaan dankzij zijn lezers.
’t Pallieterke hoeft dus niemand naar de ogen te kijken. Niemand gluurt over de schouder van de redacteurs en de hoofdredacteur mee of zij geen onoorbare dingen schrijven.
’t Pallieterke heeft lak aan politieke correctheid, die van gisteren, van vandaag en van morgen. Politieke correctheid heeft immers altijd bestaan, in 1945, in 1965, in 1995 en in 2007.
’t Pallieterke is daardoor het enige Vlaamse (week)blad dat vierkant zijn voeten veegt aan de taboes van de huidige spraakmakende gemeente en lustig de spot drijft met de huidige anti-Vlaamse, belgicistische, multikullerige, antichristelijke en links-hedonistische politieke correctheid.
’t Pallieterke is een blad zonder reclame, tenzij heel minimaal. In tegenstelling met de “mainstream” publicaties, krijgt u waar voor uw geld. ’t Pallieterke is dus goed voor het milieu, want geen papierverspilling voor onnuttige en overbodige reclame.
En, lieve lezeres, beste lezer, met uw welnemen en goeddunken zal dat zo blijven.

Leo Custers

 
Snelkoppelingen
't Pallieterke Digitaal
knop-abonnement
knop-marcus
knop-video
knop-kleef
Met steun van
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner