2009 nr 07 - Wim Van Dijck

"Hier komt het oud Sint-Jorisgild" (*)

Studentikoze geschiedenis van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV)

Er zijn wel meer parlementsleden die een boek schrijven. Zij die het echter doen over de studentenvereniging waar ze ooit actief in waren, zijn dunner gezaaid. Zo iemand is Wim van Dijck, Vlaams parlementslid voor het Vlaams Belang. Het idee ontstond enkele jaren geleden. De club had toen net haar 30ste verjaardag achter de rug en van elke generatie 'grijze petten' waren nog voldoende getuigen voorhanden. Wim van Dijck, zelf praeses van NSV!-Leuven begin jaren negentig, nam de handschoen op. Toen de omvang van de opgave duidelijk werd, besloot hij er twee delen van te maken. Eind 2006 verscheen het eerste deel (periode 1976 - 1991) en enkele maanden geleden legde hij de laatste hand aan deel II, dat focust op het wel en wee van de vereniging tot en met 2006. We zochten hem op voor een gesprek.

't Pallieterke: Een eerste zaak die bij het doornemen van beide boeken in het oog springt, is hoe weinig aandacht naar de ideologische kant van het NSV-verhaal gaat. Het zwaartepunt ligt duidelijk op het narratieve, de beschrijving van de dagelijkse werking...
Wim van Dijck: Dat klopt. Het is ook het gevolg van een erg bewuste keuze. Qua vorm koos ik voor de kroniek, wat een genre is dat je wel vaker in de geschiedschrijving aantreft. Toen ik aan beide boeken begon te werken, deed ik dat zonder veel wetenschappelijke pretenties. Toch was ik het mezelf als historicus verplicht in de mate van het mogelijke 'de regels van de kunst' te respecteren. Het ideologische luik van het verhaal komt wel eventjes aan bod vooraan in het eerste deel.  

’t P.: 'De regels van de kunst', het woord is zonet gevallen. Onmiddellijk denken we dan aan het verzamelen van voldoende bronnen. Dat lijkt ons geen simpele opgave voor een bij momenten burleske studentenclub?
WvD: Zoveel mogelijk materiaal verwerven is de grootste moeilijkheid waarmee ik geconfronteerd ben geweest. Zeker voor het tweede deel dat de periode van 1991 tot 2006 omvat. De samenleving heeft niet stilgestaan en je kunt er niet omheen dat de manier van communiceren, zeker onder studenten, in die jaren sterk veranderd is. Je hebt de komst van de gsm, maar vooral van e-post. Van de klassieke schriftelijke communicatie die lange tijd de norm was, zijn natuurlijk meer sporen overgebleven. Een e-post is vluchtiger. Bovendien vertonen harde schrijven wel eens de neiging te “crashen”, waardoor je alles kwijt bent. Maar goed, in de mate van het mogelijke deed ik in eerste instantie beroep op geschreven bronnen. Daarmee bedoel ik onder meer verslagen van vergaderingen, interne communicatie voor de leden, maar natuurlijk ook publicaties als het nationaal blad, Branding.

Pas in tweede instantie heb ik mij tot getuigen gericht. Dat gebeurde volgens een vast stramien. Anders dan die mensen te interviewen zoals u mij interviewt, vroeg ik hen zelf een bijdrage met hun ervaringen en bevindingen in te sturen. Belangrijk daarbij is dat verschillende versies over bepaalde feiten naast elkaar konden worden gelegd. Eens ik mijn teksten klaar had, stuurde ik die naar een 15-tal personen om herlezen te worden. Dat waren stuk voor stuk mensen die een bepaalde periode uit de geschiedenis van de club van nabij meegemaakt hadden. Hun taak bestond erin fouten weg te filteren. De resultante van dit alles werd dan het boek.

 

’t P.: De NSV is nu al drie decennia een vaste factor in de Vlaamse beweging. Maar wat is volgens u het gewicht van de radicale studentenvereniging doorheen de jaren?
WvD: De vraag in hoeverre de NSV gewogen heeft en weegt, is geen eenvoudige kwestie. Naar mijn bescheiden mening moet de vraag verder ontleed worden. Daarmee wil ik zeggen: als men met wegen verstaat wegen op het politiek bestel, dan vrees ik in alle eerlijkheid te moeten zeggen dat het gewicht van de NSV niet veel meer dan nihil is geweest. Op dit domein is het soortelijk gewicht van de organisatie altijd erg klein geweest, tenzij als onderdeel van de ruimere Vlaamse beweging. Een andere vraag is in hoeverre de NSV gewogen heeft op het studentenleven en wat zich rond onze universiteiten en hogescholen afspeelt. Er zijn verschillende pogingen in die richting geweest, en dan denk ik aan bladen als Spijker in Leuven of Kraaiepoot in Brussel die onder de studenten werden verspreid, maar ook daar gebiedt de eerlijkheid te erkennen dat het verhoopte resultaat niet werd bereikt. Aan de goede bedoelingen zal het niet gelegen hebben, maar het politieke wereldje rond de universiteit is altijd erg gesloten gebleven. Links heeft er alle teugels in handen en heeft ons steeds op afstand gehouden.

Een heel andere kwestie, en dat lijkt me essentieel te zijn, is de betekenis die de NSV als vereniging voor haar vele leden gehad heeft. Hier krijgen we een ander plaatje. Als ik mezelf als voorbeeld neem, dan is de NSV fundamenteel geweest in mijn politieke vorming. Het is de plek geweest waar ik met heel veel gedachten en stromingen in contact ben gekomen. Neem gerust de proef op de som; ik denk dat heel veel oud-NSV’ers dit zullen beamen.

’t P.: De NSV wordt wel eens de 'kweekschool van kaderleden voor het Vlaams Belang' genoemd. Hoe staat u tegenover deze omschrijving?
WvD: Je moet hier twee zaken onderscheiden. Het is een realiteit dat heel wat VB-mandatarissen een NSV-achtergrond hebben. Wellicht is er geen enkele studentenvereniging die zoveel parlementsleden heeft voortgebracht. Anderzijds is het evenzeer een realiteit dat de meeste ex-NSV'ers de stap naar de partijpolitiek niet gezet hebben. De meeste onder hen zijn gewoon actief in het bedrijfsleven. Sommige zijn zelfs politiek helemaal van koers veranderd. In mijn boek ben ik daar discreet over gebleven, maar je zou soms verschieten waar je mensen aantreft met een achtergrond bij de NSV. Zeker de oudere garde komt nu in de buurt van hun professionele top. Het is me altijd opgevallen dat de meeste publicaties over de NSV handelen over de link met het VB. Soms neemt dit zelf obsessionele proporties aan. Jammer eigenlijk, want de realiteit is beduidend ruimer.

(*) Eerste zin van het Verbondslied van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV).

Wim van Dijck, 'Hier komt het oud Sint-Jorisgild - deel I (1976 - 1991)', Brussel, 2006, 263 pagina’s & 'Hier komt het oud Sint-Jorisgild - deel II (1991 - 2006)', Brussel, 2008, 271 pagina's.
Beide delen kunnen verkregen worden bij Uitgeverij Egmont (www.uitgeverijegmont.be), Madouplein 8/2, 1210 Brussel. Ze kosten elk 12,5 euro.

Een bewuste keuze
“Lid worden van de NSV was mijn eerste echte daad van politiek engagement”, legt Wim van Dijck uit. "Want ook al kom ik uit een traditioneel Vlaamsgezinde familie en kreeg ik van thuis uit een gezonde politieke belangstelling mee, ik was in geen enkele Vlaams-nationale vereniging actief. Anders dan mensen die bij het VNJ of het NJSV zijn en voor wie het haast een automatisme is om de stap naar de NSV te zetten, was het in mijn geval een bewuste keuze. Traditioneel was er aan de KU Leuven een informatiedag waarop alle studentenverenigingen zich voorstelden. Op het einde van die dag had ik twee pamfletten overgehouden: dat van NSV en dat van het KVHV. De teneur van het NSV-pamflet was beduidend radicaler, het neigde zelfs wat naar het revolutionaire, en dat sprak me wel aan. Dus koos ik voor de grijze petten.

Politiek maar ook privé werden mijn NSV-jaren een belangrijke periode in mijn leven: ik leerde er mijn echtgenote kennen. Dat er vele duurzame vriendschapsbanden gesmeed zijn, en er, zoals in mijn geval, een aantal huwelijken uit zijn voortgevloeid, is kenmerkend voor de NSV. Dit neemt niet weg dat het soms hevig kletterde in de NSV-keuken, maar toch. Vooral het feit dat we uitgesloten en geïsoleerd waren, bracht heel wat leden dichter bij mekaar."

 

Spelen met de rijkswacht
"Dertig jaar NSV levert een schat aan anekdotes op", merkt Wim van Dijck op. "Spijtig genoeg voor de geïnteresseerde buitenstaander zijn sommigen absoluut niet geschikt voor publicatie (lacht). Het is nooit mijn bedoeling geweest het boek als een aaneenschakeling van dergelijke pittige verhalen te structureren, maar een aantal moesten er gewoon in staan. Elke afdeling heeft zo zijn eigen legenden, maar de beruchte bezoeken aan de VUB zal elke betrokkene wel bijgebleven zijn. Voor mij persoonlijk is onze blokkade van een verkapte verkiezingsmeeting van de PVDA de topper. We waren het beu dat de Amadezen tegen de regels van de KU Leuven in, zalen reserveerden voor een zogenaamde culturele activiteit, terwijl het in werkelijkheid om zuiver politieke meetings ging. Toen een of andere Chileense zanger zou komen optreden, grepen we in. We trachtten de zaal af te sluiten, maar na nog geen kwartiertje stonden daar plots tientallen rijkswachters in gevechtskledij. Vreemd, want de PVDA had niet de gewoonte de flikken te bellen. En die kerels waren er wel heel snel. We kozen het hazenpad richting verbondskot. Eén minuut later stond daar een rijkswachtofficier voor de deur. Als praeses hield ik de deur gesloten uit vrees dat ze ons huis zouden binnenstormen. Via een opening in de deur waar ooit een slot in zat, sprak ik met de man. Hij beloofde niets te zullen ondernemen, en dus lieten we hem binnen. 'Ik kan hier niet mee lachen', zei hij. 'Vandaag heb ik te veel om handen, maar als jullie willen, kunnen we morgen terugkomen om een hele avond te spelen.' De manier waarop hij dat zei was werkelijk surrealistisch. Wat bleek nu? Al die rijkswachters waren aan de E-40 opgesteld met als taak bussen met Duitse voetbalsupporters te controleren. En plots moesten ze hun post verlaten richting KU Leuven voor een relletje met studenten. Het werd ongetwijfeld een baaldag voor de overwerkte officier. Een aantal hooligans van hun kant glipten ongetwijfeld door de mazen van het net."

Bij wijze van voorsmaakje enkele fragmenten uit het hoofdstuk 'Wezen en rol van de Nationalistische Studentenvereniging', zoals opgenomen in het eerste deel van 'Hier komt het oud Sint-Jorisgild’...
"De NSV is er steeds prat op gegaan haar activiteiten te stoelen op drie pijlers: vorming, actie en studentikoziteit. In zowat alle teksten waarin de NSV zichzelf aan het publiek voorstelt, worden die pijlers als kenmerkend voor de organisatie naar voor geschoven; ze vormen een drie-eenheid. De vorming en de actie zijn de pijlers die voortvloeien uit het feit dat de NSV een politieke organisatie is. De vorming maakt dat ze niet louter een actiegroep is, de actie onderscheidt haar van de denktanks. Maar de NSV is natuurlijk in de eerste plaats een beweging van studenten, vandaar de pijler studentikoziteit."

***
"Van meet af aan werd ook de partijpolitieke ongebondenheid van de vereniging beklemtoond, al stond die een partij-engagement, gelijktijdig aan de NSV-activiteit, van sommigen - in de eerste plaats van Truyens (één van de stichters, DaVa) zelf - niet in de weg. NSV’ers leverden dikwijls hand-en-spandiensten aan partijen, in het begin ook nog aan de Volksunie, later bijna uitsluitend aan het Vlaams Blok. Nooit echter was dat voor NSV-leden een vanzelfsprekendheid, laat staan een verplichting. Wie de NSV beschouwde als een bijhuis van een partij, werd steevast op zijn nummer gezet. Partijlozen en partijhaters konden steeds terecht in de NSV, kritiek op de partijen kon er steeds gedijen."

***
"Hoewel de beginselverklaring aan duidelijkheid niet te wensen overliet, schiep ze ook enkel maar een zekere bandbreedte waarbinnen de NSV geacht werd te werken. Ze weerhield geen enkele NSV’er ervan zich aan de politieke en filosofische bronnen te laven die hijzelf uitkoos. Truyens zelf liet zich inspireren door het AKVS, maar niet iedereen nam daar genoegen mee. Eind jaren 70 stak vanuit Frankrijk een verkoelende bries op na de publicatie van het boek Vu de droite van Alain de Benoist, dat in 1978 met de Prix de l’Académie française voor essays bekroond was. De Benoist was de grondlegger van de Nouvelle Droite, een beweging die het traditionele rechtse en nationalistische denken op nieuwe wegen zou sturen. Nieuw Rechts kreeg al gauw navolgers in heel Europa, en dus ook in Vlaanderen. Zeer snel werd het door NSV’ers opgepikt, eerst in Gent, daarna ook in andere afdelingen. Hoewel het Truyens in het begin wat verontrustte, was het Nieuw Rechtse gedachtegoed algauw niet meer weg te denken uit de leefwereld van de NSV. Het pleit voor de NSV dat ruimte werd geschapen voor een intellectuele zoektocht van de leden, een zoektocht die niet halt hield bij welke stroming dan ook. Zo ontdekten velen van ons niet alleen De Benoist, maar ook Ernst Jünger, de Konservative Revolution, Odiel Spruytte, Julius Evola, Oswald Spengler en José Ortega y Gasset."

 
Snelkoppelingen
't Pallieterke Digitaal
knop-marcus
knop-abonnement
knop-video
knop-kleef
Met steun van
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner