2009 nr 21 - Johan Laeremans

In de bres voor de Zes

Ruim 45 jaar geleden werden zes Vlaamse gemeenten rond Brussel met faciliteiten opgezadeld. Een kwarteeuw later werden die zelfs grondwettelijk verankerd. Voor het misnoegde Komitee der Randgemeenten was dit zoveelste Belgische compromis de aanleiding zijn boodschap extra in de verf te zetten. Dit gebeurde via een nieuw tijdschrift dat het licht zag, simpel en duidelijk De Zes genoemd. De kerntaak? Een zo breed mogelijk publiek informeren over het reilen en zeilen in 'de zes'. Twee decennia later kan een positieve balans opgemaakt worden. Naar aanleiding van een speciaal verjaardagsnummer dat op 240.000 stuks (!) zal worden rondgestuurd, trokken we naar Grimbergen, de thuisbasis van Johan Laeremans, geboren Wezembekenaar en bezieler van De Zes.

"Wanneer je terugblikt op een blad als De Zes, mag je de ontstaanscontext niet uit het oog verliezen", steekt Johan Laeremans van wal. "Het initiatief ontstond in de schoot van het Komitee der Randgemeenten (we houden het kortweg bij het Komitee, PmM.), dat toen al enkele decennia bestond. Kenmerkend voor de werking dat het doorheen die jaren aan de dag heeft gelegd, is de diversiteit van de initiatieven. De ene zijn al wat opzichtiger dan de andere, waardoor op sommige momenten de valse indruk ontstond dat het Komitee een wat ingeslapen bestaan leidde. Ik geef u een eenvoudig voorbeeld: het ondersteunen van Vlaamse eenheidslijsten in de zes faciliteitengemeenten en Voeren. Wanneer zich zo'n lijst aanbood, kon ze op steun van het Komitee rekenen. Dit gebeurde in alle discretie, maar het bij elkaar brengen van voldoende middelen om substantieel te kunnen steunen, was erg tijdrovend. Vaak sloten we ons ook aan bij andere, ruimere initiatieven. De Marsen naar Brussel bijvoorbeeld, maar ook toen acties in het kader van Leuven Vlaams op het getouw werden gezet, gebeurde dit niet zelden met actieve steun van het Komitee. Een ander noemenswaardig initiatief waarin we een centrale rol speelden, was de campagne 'Waar Vlamingen THUIS zijn'. Aanvankelijk begon dit in Dilbeek, maar al snel sloten verscheidene andere gemeenten zich hierbij aan."

Subsidies? Nee, bedankt!
"1988 was een scharniermoment in de geschiedenis van de faciliteiten: het stelsel werd in de Grondwet verankerd, de zogenaamde betonnering. Een afschaffing, zelfs een wijziging, zou voortaan door middel van een bijzondere meerderheid moeten gebeuren, waardoor dit wel erg onwaarschijnlijk werd. Anderzijds hoorden we steeds meer stemmen binnen de Vlaamse beweging die voor meer pragmatisme ijverden. Op een ondubbelzinnige manier duidelijk maken welke positie wij als Komitee innamen, was dus geen overbodige luxe. De Zes zou vrij snel het orgaan worden waarmee dit gebeurde.

“Toch speelde ook het toeval een rol", voegt Johan Laeremans er aan toe. "Mijn jongste zoon Dirk was toen erg bedrijvig met het in mekaar boksen van het tijdschrift van de Brusselse afdeling van de NSV, de studentenclub waar hij toen praeses van was. Hij zag dat een vergelijkbare publicatie voor het Komitee technisch gesproken een haalbare kaart was. Van mijn kant onderzocht ik de financiële kant van de zaak. Toen bleek dat het ook op dit vlak snor zat, gingen we aan de slag."

"Een charter mag je het niet noemen, maar van in het begin werden enkele duidelijke afspraken gemaakt. Deze hadden zowel betrekking op de stijl - op een coulante manier speldenprikken uitdelen, zonder in zwartgalligheid te vervallen - als op het doelpubliek - zo ruim mogelijk, maar ook op de onafhankelijkheid van De Zes. Tot op de dag zijn we volledig subsidievrij. Slechts enkele uitzonderingen bevestigen deze regel: een aantal keer gaven we meertalige nummers uit, net zoals er enkele stripverhalen over de Rand en de Gordel gepubliceerd werden, en hiervoor kregen we telkens een bescheiden projectsubsidie."

Jubileumnummer
De Zes is een tijdschrift over de zes randgemeenten met faciliteiten rond Brussel. Maar het is beslist geen blad dat alleen voor lezers uit deze gemeenten bestemd is. Integendeel. "Informeren over het reilen en zeilen in de zes, met natuurlijk een bijzondere belangstelling voor het politieke en communautaire verhaal, is onze bedoeling. En uiteraard willen we met dit informeren een zo ruim mogelijk publiek bereiken. Abonnees hebben we in elke gemeente van Vlaanderen; ik durf zelfs gokken dat er geen deelgemeente is waar we er niet minstens één hebben."

"De maatschappelijke context twintig jaar geleden was anders dan vandaag", legt Johan Laeremans uit. "Sociologisch veranderde er natuurlijk heel wat in die zes gemeenten waar het allemaal rond draait, maar ook structureel evolueerden de zaken. Vandaag geven de Nederlandstalige cultuurcentra in die gemeenten een informatief tijdschrift uit. Je leest er dingen waar vroeger enkel De Zes over berichtte. In de loop der jaren hebben wij hierop ingespeeld, wat zich vandaag vertaalt in een De Zes met meer politieke informatie. Door mijn betrokkenheid bij zowel het Halle-Vilvoorde Komitee als het Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen (OVV) is het slaan van de brug met de Vlaamse beweging ook een makkelijke klus."

"Organisatorisch gesproken moet je drie segmenten in ons doelpubliek onderscheiden", vervolgt Johan Laeremans. "Om te beginnen zijn er de betalende (steun)abonnees, iets meer dan 5.000 in totaal. Leuk voor de anekdotiek is dat ook enkele Franstalige burgemeesters netjes hun abonnementsgeld betalen. Het blad wordt ook gestuurd naar ruim 20.000 'personaliteiten', als ik ze zo mag noemen. Dat zijn politici, journalisten, bibliotheken, en dergelijke. En dan zijn er de aparte mailings die we via Distripost laten verlopen. Steeds bedelen we dan alle bussen van één of meerdere gemeenten. Door dit systematisch te doen, trachten we zo veel mogelijk mensen met De Zes in contact te brengen. Het recentste nummer, waarmee we ons twintigjarig bestaan in de verf willen zetten, sturen we naar niet minder dan 240.000 bussen! 25.000 op adres, en de overige 215.000 via Distripost in heel Halle-Vilvoorde. En nu we toch in de cijfers zitten: als ik de balans opmaak van twintig jaar De Zes, dan blijkt elk nummer gemiddeld gesproken op meer dan 50.000 exemplaren te zijn verspreid. De voorbije twee decennia werden precies 4.205.500 'Zessen' verspreid."
De verzending van het blad is een steeds terugkerend ritueel. Om de drie maanden zorgt een ploeg van rond de dertig gedreven mensen ervoor dat deze klus geklaard wordt, telkens weer. "Elke verzending is anders, maar het zijn in regel toch steeds vele tienduizenden exemplaren die de bus in moeten", aldus Johan Laeremans. "We trekken er steeds een volledige dag voor uit, maar dankzij de vele handen zijn we doorgaans iets na de middag al klaar. Soms hebben we zelfs een piek van 40 vrijwilligers. Nu en dan komt ook mijn moeder van 96 een handje toesteken. Het nut van dergelijke 'verzendingsdagen' is uiteraard essentieel om het blad op bestemming te krijgen, maar ze hebben ook een sociale functie. Kijk, die mensen vinden het gewoon ook leuk om mekaar nog eens te zien en bij te praten. We doen dan ook ons best het hen zo gezellig mogelijk te maken. Aan een natje en een droogje is ook nooit een gebrek, als u begrijpt wat ik bedoel. Een tijdje geleden becijferden we dat het iets goedkoper zou uitkomen de volledige verzending van De Zes aan een gespecialiseerd bedrijf uit te besteden. Maar dat doen we dus bewust niet. Het praktische nut weegt immers niet op tegen de ontgoocheling van het verdwijnen van deze momenten. En dus doen we gewoon voort, zoals die boer die aan het ploegen was."

Erkenning van ploegwerk
Johan Laeremans blijft er bescheiden bij. Sinds jaar en dag is hij als hoofdredacteur de drijvende kracht achter De Zes. Toch wimpelt hij die persoonlijke erkenning af. "Heel bewust worden de artikels ook niet ondertekend", legt hij uit. "De Zes is de merknaam waarmee we naar buiten willen treden. Het hele project leeft bij gratie van die tientallen vrijwilligers die er hun vrije tijd in stoppen. Persoonlijke roem speelt hierbij geen rol, wel een geloof in het blad en de overtuiging die het uitdraagt. Vandaar."
Het engagement van deze mensen ging alvast niet onopgemerkt voorbij. De voorbije jaren mochten zowel het Komitee der Randgemeenten als De Zes in het bijzonder een prijs in de wacht slepen. Een overzicht.

  • Op 18 maart 1995 kreeg het Komitee der Randgemeenten samen met het Komitee voor Nederlands Onderwijs en Kultuur in het Komense van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV) de Visserneerlandiaprijs.
  • Op 9 mei 1996 kreeg het samen met de Vlaamse school in Komen de Albrecht Rodenbachprijs van de Marnixring, De Blauwvoet uit Roeselare-Tielt.
  • Op 28 maart 1997 kreeg het de Cultuurprijs Mevrouw Paternoster-Van Genechten van de Emiel Van de Gucht Stichting.
  • Op 25 april 1997 ontving het de Jet Jorssenprijs van het Jet Jorssengenootschap.
  • Op 27 mei 1998 kreeg het de Flor Grammensfondsprijs.
  • Op 26 oktober 2003 kreeg de redactie van De Zes de Gaston Feremansprijs van het Guldensporenkomitee Mechelen, het Gaston Feremansfonds, het Davidsfonds en de Marnixring Gaston Feremans.
  • Op 9 december 2005 kreeg het samen met het Vlaams Komitee voor Brussel van het Snellaert-Thymfonds de Remi Pirynsprijs.
  • Op 26 oktober 2007 kreeg het van de Marnixring Zennedal de gelijknamige Zennedalprijs.


Hoe De Zes in de bus krijgen?
Een nummer van De Zes kost één euro. Voor een abonnement betaalt u amper drie euro. En een steunabonnement kunt u dan weer vanaf dertien euro op zak steken. Hoe? Door eenvoudigweg te storten op rekeningnummer 436-6247391-68, op naam van het Komitee der Randgemeenten, Schavei 23A, 1630 Linkebeek. De redactie van De Zes kunt u ook rechtstreeks per e-post contacteren: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .

 
Snelkoppelingen
't Pallieterke Digitaal
knop-marcus
knop-abonnement
knop-video
knop-kleef
Met steun van
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner