2009 nr 31 - Jan Verheyen

"Films maak je niet voor jezelf"

Filmmaker Jan Verheyen is niet enkel een man met een uitgesproken mening, hij deinst er ook niet voor terug ze wereldkundig te maken. Op vele vlakken blijkt zijn kijk op de dingen lijnrecht in te gaan op wat gangbaar is in artistieke middens. Vlaming is hij door hier toevallig geboren te zijn en daar gaat hij zonder complexen mee om. "Kunstenaars zouden geacht worden kritisch te staan tegenover het establishment, maar in Vlaanderen schurken ze er tegenaan", merkt hij gevat op. Het is een stok die hij met recht en reden in het hoenderhok gooit. Vlak voor het startsein van nog maar eens een casting, troffen we deze filmmaker die geen blad voor de mond neemt.

Plaats van afspraak is een discrete woning in hartje Antwerpen. Zo onopvallend dat we besluiten toch maar even naar de gsm te grijpen, om het juiste huisnummer herbevestigd te horen. En inderdaad, het huis waar we zo'n drie keer twijfelend voorbij liepen, blijkt de plek te zijn. "Onopvallend is het hier zeker, maar in dit oord wordt de casting voor de meeste Vlaamse films gedaan", legt Jan Verheyen uit. "Over een goed uurtje zullen hier allerhande louche subjecten opduiken, althans gezien de rol waar we iemand voor zoeken hoop ik dat toch (lacht)." Alle aandacht gaat naar zijn recentste productie, Dossier K.

Wanneer u dit te lezen krijgt, is hij ijverig 2,5 maand draaitijd aan het doorworstelen. Eind dit jaar zal de prent in de zalen te zien zijn. "Een dergelijke periode is erg stressvol, maar ik doe het ontzettend graag. Op een set vertoeven, ik ben er gewoon dol op. En deze keer is het echt bijzonder: het is mijn eerste echte politiefilm. Naar Vlaamse normen is het ook een dure film. Bedragen plak ik er liever niet op, maar laat ons zeggen dat we in de buurt van Loft of Windkracht 10 zitten. In totaal zijn niet minder dan tien draaiweken voorzien, wat verhoudingsgewijs erg veel is."

Collegialiteit
"Hoe het met de Vlaamse film is gesteld? Goed, dank u", grapt Jan Verheyen. Het is de vraag waarmee we in huis vallen. Hij antwoordt gevat. "Er verschijnen goede Vlaamse films, en aan een hogere frequentie dan vroeger. Dat is op zich al een goede zaak. Weet u, er is altijd al een publiek geweest voor films van eigen bodem. Alleen waren de omstandigheden waarin deze films gemaakt én verdeeld werden anders dan vandaag. Er was een tijd dat het bon ton was op Vlaamse producties neer te kijken - ook al waren er steeds een heleboel mensen die deze prenten ging bekijken. Dat klimaat is vandaag grotendeels gewijzigd. Destijds had de Vlaamse film - en nu druk ik me nog voorzichtig uit - de media niet altijd aan zijn kant. Maar nu het publiek massaal kiest voor Vlaamse fictie, zowel in de bioscoop als op televisie, hebben de media bij wijze van spreken hun kar gekeerd. Er blijven nog wel een paar geïsoleerde verzetshaarden over, alleen zijn dat de gebruikelijke roependen in een steeds groter wordende woestijn. Gepruttel in de marge als het ware.

Wat me eveneens verheugt, is het gewijzigde klimaat in onze sector. Er is sprake van een nieuwe dynamiek en voor het eerst merk je dat ook werkelijk voor elkaars projecten gesupporterd wordt. Het was ooit anders. De collegialiteit die we vandaag ervaren, daar konden we vroeger slechts van dromen. De tussenbalans is dus zeker positief. Daar moet ik echter onmiddellijk aan toevoegen dat het nog beter kan. Als we de vergelijking met andere Europese landen maken, moet vastgesteld worden dat het volle potentieel nog niet benut is. Anderzijds komen we van ver en kent het marktaandeel van de Vlaamse film een constante stijgende beweging, dat is al heel wat."

Vlaams Audiovisueel Fonds
"Een bepaald glazen plafond is eigen aan de Vlaamse film", legt Jan Verheyen uit. "Je maakt immers films voor een markt van zes miljoen inwoners - Nederland terecht niet bijgeteld, want Vlaamse films komen daar (voorlopig) niet aan de bak, en dit brengt budgettaire beperkingen met zich mee. Er zitten grenzen aan het geld dat een film in het laatje kan brengen, wat dan weer zijn weerslag heeft op de omvang van de investering. Sneller dan in grotere markten als pakweg Duitsland of Frankrijk bots je op de eigen limieten. De grote vraag is dan ook hoe hierop in te spelen. Een deel van de werkingsmiddelen is afkomstig van privé-investeerders, maar zonder steun van de overheid sta je in werkelijkheid nergens. Subsidies zijn m.a.w. onontbeerlijk.
Maar wie subsidies zegt, zegt in één adem ook een pak gevoeligheden. Hoeveel geef je? En aan wie? Het is de vraag waar elke subsidiërende overheid talloze keren mee geconfronteerd wordt - of dat toch zou moeten zijn. In die zin is de oprichting van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) een prima zaak gebleken. Het is een uitgelezen manier om overheidsmiddelen richting filmindustrie te kanaliseren. Naar mijn bescheiden mening gebeurt dit op een erg evenwichtige manier. En dat is, ik kan het niet genoeg herhalen, een absolute noodzaak om in Vlaanderen kwalitatief werk af te leveren.

Tegelijk ben je als filmmaker de gemeenschap schatplichtig. Aangezien ik met geld van de gemeenschap werk, zie ik het als mijn taak films te maken die een zo groot mogelijk segment van die betalende gemeenschap kan aanspreken. Ik schrik nog altijd wanneer ik regisseurs zonder schroom en met grote vanzelfsprekendheid hoor praten over het kunnen doen 'van hun ding'. Niet iedereen schijnt zich te realiseren dat het verre van evident is dat de overheid - lees: de belastingbetalende burger - vele honderdduizenden euro's veil moet hebben voor iemands 'ding'. En om eerlijk te zijn: ik ben zelden onder de indruk wanneer ik dan dat 'ding' te zien kreeg.“

Wallonië
We hadden het over de Vlaamse film, maar hoe ziet de sector er in Franstalig België uit? "Helemaal anders, laat me daarmee beginnen. In theorie hebben ze een markt die ettelijke keren groter is dan de onze, alleen blijkt de factor Frankrijk in de praktijk een handicap te zijn. Ik verklaar me nader. Franstalige Belgen zijn erg op Frankrijk gericht, dat is evident. Of het een gevolg hiervan is laat ik in het midden, maar op een of andere manier slagen ze er nauwelijks in films af te leveren bestemd voor het eigen publiek. Dat publiek kijkt immers massaal naar de grote Franse zenders of het Luxemburgse RTL en het is moeilijk de concurrentie aan te gaan met de grote Franse publieksfilms.

Toch kan het niet ontkend worden dat in het Frans-Belgische filmwereldje verschillende klinkende namen rondlopen. Die scoren met hun werk echter vooral in het buitenland. Het Waalse filmfonds heeft dan ook resoluut gekozen voor de zogenaamde 'cinéma d'auteur'. Laat hun namen op enkele internationale filmfestivals vallen en je kunt er donder op zeggen dat ze bij de aanwezige cinefielen op heel wat bijval kunnen rekenen. Maar het zijn niet die kenners alleen die de bezoekercijfers voeden. Deze 'nichebekendheid', als ik het zo mag noemen, staat dan weer haaks op de povere score van hun films op de eigen markt. Maar ik herhaal: Wallonië is meer nog dan Vlaanderen een moeilijke markt voor 'eigen' films."

En wat met de Vlaamse film in Wallonië? "Die scoort erg zwak, we moeten daar geen doekjes om winden", beklemtoont Verheyen. "Je ziet er hetzelfde fenomeen als in andere landen. De Vlaamse film komt vrijwel onmiddellijk in de schuif met exotische buitenlandse producties terecht. En dan moet je direct opboksen tegen zowat alle andere buitenlandse producties. Internationaal ontwaar je een zeer duidelijke trend: de dominantie van de grote Amerikaanse film blijft. Toch zie je daarnaast echt overal een sterke lokale filmproductie. Alles wat daartussen zit ligt moeilijk en moet zijn weg vinden naar het alternatieve circuit en festivals.”

Brusselse Vlamingen
Eind vorig jaar mocht Jan Verheyen de De Kuyper prijs van het Vlaams Komitee Brussel (VKB) in ontvangst nemen. Zonder meer een verrassing. Elk jaar eert het VKB iemand die zich verdienstelijk maakte voor het Nederlands en/of de situatie van de Vlamingen in Brussel. Men tracht ook in het rijtje van laureaten een zekere diversiteit te brengen. Dit jaar was men op zoek naar iemand uit de culturele sfeer, beslist geen sinecure. Filmmaker Verheyen staat misschien niet bekend als de meest vurige flamingant, maar hij is wel een Vlaming zonder complexen, al heel wat in een artistiek milieu dat zo graag met een soort utopisch wereldburgerschap dweept.

"Ik beken: toen ik de uitnodiging ontving, was ik enorm verrast. Aangenaam verrast, dat spreekt. Even ernstig, ik kende het VKB eigenlijk niet, laat staan de prijs die men mij wou toekennen. Mijn beeld van de Brusselse Vlamingen bleek ook niet helemaal correct te zijn. Misschien dat ik iets te makkelijk veralgemeende wat ik in de artistieke scène in en rond de Dansaertstraat zag. Vanzelfsprekend voelde ik me vereerd. Je kunt me gerust een 'filmmaker van bij ons' noemen. Op één uitzondering na, maakte ik al mijn films in Vlaanderen. En dat blijf ik onverminderd doen."

Entente cordiale
Jan Verheyen werd ook een ondertekenaar van het Gravensteenmanifest.
"Hoe dit in zijn werk ging? Heel simpel. Op een mooie dag belde journalist Chris Michel, trouwens één van de initiatiefnemers, me op. Hij legde me bedoeling en boodschap uit, waarna ik tekende."

"Er is iets wat me van het hart moet", vervolgt hij. "Toevallig ben ik in dit land geboren. Daardoor voel ik me niet beter dan een ander, maar beslist ook niet slechter. En vooral: ik ben wie ik ben, zonder complexen of gêne. Ergens krijg ik de indruk dat het idee van Vlaanderen bezoedeld is geraakt sinds “zwarte zondag” in 1991. Sommigen hebben van toen af ijverig hun best gedaan alles wat naar Vlaanderen neigt, met een duister aura van extremisme in verband te brengen. Veel te vaak worden 'Vlaams' en 'uiterst rechts' in één adem genoemd. Waarom trouwens? Als je hen door de eigen afwezigheid een soort patent op Vlaamsgezindheid in de schoot werpt, moet je achteraf niet over hun zogenaamd monopolie komen zeuren.

Daartegenover zie je dat een groot deel van de artistieke scène weerwerk biedt door...precies naar de andere kant over te hellen. De manier waarop men in die middens met België én de monarchie dweept, zal ik nooit begrijpen. De cumulatie hiervan wordt dan in initiatieven genre 'red de solidariteit' gegoten. Een zeer slimme titel trouwens, want wie kan er nu tegen solidariteit zijn? Kunstenaars zouden geacht worden kritisch te staan tegenover het establishment, maar in Vlaanderen schurken ze er tegenaan. Werkelijk, dit gaat mijn petje te boven."

"Ik ben niet alleen een Vlaming, ik ben een pragmatische Vlaming", vervolgt Jan Verheyen. "We leven in een land met een enorm hoge werkingskost. De belastingdruk is torenhoog, de loonkost enorm en politieke stabiliteit quasi onbestaande. Is het dan niet logisch dat ik me heel wat vragen stel bij het Belgische bestuursniveau? Tegelijk moet je vaststellen dat België de facto uit twee landen bestaat; mijn eigen filmbranche is daar een treffend voorbeeld van. Vlamingen en Franstaligen hebben vandaag minder gemeen dan destijds Tsjechen en Slovaken. Zou het dan niet verstandiger zijn meer energie te stoppen in een soort van entente cordiale tussen Vlamingen en Walen, dan in het handhaven van de peperdure status-quo?”

 
Snelkoppelingen
't Pallieterke Digitaal
knop-marcus
knop-abonnement
knop-video
knop-kleef
Met steun van
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner