2010 nr 38 - Lode Wils
Vlaanderen is een natie geworden
“Als de Franstaligen met ons willen blijven samenleven, dan moeten ze onze grenzen respecteren. Dan is de splitsing van BHV zo gebeurd. Men kan het vergelijken met wat in het Midden-Oosten gebeurt: als Israël vandaag aan de Palestijnen zegt: ‘Wij erkennen dat gij recht hebt op vaste grenzen’, dan is er kans op vrede in de wereld.”
Aan het woord is historicus Lode Wils aan het einde van een lang gesprek over zijn voorlopig laatste boek “Van de Belgische naar de Vlaamse natie”, een boeiende nieuwe bundel over onze eigen geschiedenis, over de Vlaamse Beweging. Een eerder academisch gesprek waar de Belgische politieke actualiteit de bewolkte achtergrond was en bleef. Een gesprek dat zoals het boek, eindigt op enkele opvallende politiek geladen uitspraken, volgens de auteur “verantwoorde uitspraken van een belangstellende toeschouwer.” Ter aanvulling bij de vermelde uitspraak citeren we alleen nog maar de slotzin van het boek: “Ik weet niet of Wallonië al meer dan België een natie is geworden, maar Vlaanderen zeker wel. En in het plebisciet van elke dag verschuiven de stemmen verder.” (blz. 328)
Een duidelijke gevolgtrekking uit meer dan 300 bladzijden over verschillende aspecten van de Belgische politieke ontwikkeling, van de Belgische revolutie tot vandaag, verschillende facetten van een zelfde verhaal, die samen wel een boeiend diepgravend beeld geven van de ontwikkeling van de Belgische communautaire geschiedenis. Een verhaal dat voorlopig eindigt bij de afbraak van het Belgische netwerk dat vervangen wordt door “het Vlaamse en het Waals/francofone netwerk. Elk van de nieuwe instellingen bevordert de uitbouw van zijn netwerk en dus de afbouw van het Belgische netwerk, zowel als de versterking van de eigen nationale bewustwording. Vele Vlaams-nationalisten van verschillende schakeringen zullen niet rusten zolang België bestaat”. (blz. 35)
Om die “verantwoorde uitspraken” nog beter te doorgronden, moet men uiteraard het boek lezen. Echt geen moeilijke lectuur, Wils kent zijn Belgische en Vlaamse geschiedenis beter dan wie ook, het is de rode draad doorheen zijn rijk gevuld wetenschappelijk leven dat nu al een tijdje zelf geschiedenis geworden is. Ook nukkige Vlaamse nationalisten die de Leuvense professor niet lusten, doen er goed aan het boek te lezen, ze kunnen er alleen maar hun eigen Vlaams verhaal nog beter mee invullen.
’t P.: Doorheen dit boek lopen inderdaad nogal wat rode draden, die nog duidelijker maken waarom het België van 1830 uiteindelijk toch niet kon en kan overleven. Zo is er bijvoorbeeld de telkens weerkerende vaststelling dat het Waalse landsdeel telkens weer zijn gelijk krijgt als het er om gaat Vlaamse verzuchtingen minstens tegemoet te komen.Lode Wils: Belangrijk is dat men voor ogen houdt dat de Waalse beweging altijd een uitgesproken linkse beweging was met oorspronkelijk slecht één belangrijke doelstelling: er voor zorgen dat gans België Frans en alleen maar Frans bleef spreken. Dat was vroeger zo, dat is vandaag niet anders. Toen men noodgedwongen moest vaststellen dat dit eentalig Franssprekend België toch niet meer kon, moest men ervoor zorgen dat Wallonië eentalig Franssprekend bleef. Indien nodig moest Wallonië zich maar door Frankrijk laten opslorpen. Men is tijdens de tweede wereldoorlog zelfs bij de Franse maarschalk Pétain gaan aankloppen om de Duisters ervan te overtuigen dat ze Wallonië aan Frankrijk moesten geven. Via het oorlogsgebeuren ging die Waalse beweging haar historische doelstelling wel verruimen: het ging nu niet alleen meer om het Franstalig houden van gans België, het ging voortaan veel verder, de Waalse beweging werd een nationalistische beweging die de autonomie van het Franssprekende Wallonië nastreefde.
’t P.: Opvallend is dat U het vrijwel altijd hebt over Wallonië, nauwelijks over Brussel als afzonderlijke entiteit?
L.W.: Voor de oorspronkelijke Waalse beweging was er geen contradictie tussen het Franssprekende Wallonië en het Franssprekende Brussel. Overigens zijn er al in de jaren dertig contacten tussen wat toen de Waalse beweging was en het Franssprekende Brussel, dat zich trouwens al vroeg ongerust maakte over de wettelijk georganiseerde vervlaamsing van het openbaar leven in België. De taalwetten van de jaren dertig vormden hierbij een historische breuklijn. Brussel kreeg van de bekende Waalse vakbondsleider André Renard een uitdrukkelijke steunbelofte voor een drieledig federalisme als de Brusselaars hem hielpen in zijn strijd voor een autonoom en vooral links Wallonië.
Klerikaal - vrijzinnig
’t P.: Andere opmerkelijke rode draad doorheen dit boek: de soms zwaar doorwegende ideologische tegenstelling tussen katholieken en vrijzinnigen. Ter illustratie: in december 1929 verzette August Vermeylen, toen socialistisch parlementslid zich tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit. En dit om louter politieke redenen. De socialisten in de oppositie wilden de toenmalige katholiek-liberale regering in moeilijkheden brengen. Nog geen jaar later werd diezelfde Vermeylen de eerste rector van diezelfde toen volledig vernederlandste universiteit.
L.W.: De tegenstelling tussen katholieken en vrijzinnigen begint al bij de Franse revolutie, is nooit helemaal weggewerkt en weegt tot vandaag door in het maatschappelijk gebeuren. Ook de Vlaamse beweging ontsnapte niet aan die tegenstelling. Het draaide immers om de manier waarop men omging met de bescherming van de eigen taal. Was die volkstaal vooral een instrument voor culturele en politieke ontvoogding en vooruitgang of moest die volkstaal eerst en vooral dienen ter bescherming van de nationaal-godsdienstige tradities. Het ging dus om een keuze tussen de bevrijdende doestellingen van de Verlichting enerzijds en anderzijds een klerikale behoudsgezindheid. Liberalen en socialisten kozen voor de Verlichting, de katholieken voor het zo goed mogelijk beschermen van wat ooit was. Binnen de Vlaamse beweging zorgde dat voor heel wat pijnlijke confrontaties. Men kan zelfs spreken van een scheuring tussen de katholieke Vlamingen en de “anderen”, de vrijzinnigen.
’t P.: De Vlaamse beweging had opvallend veel tijd nodig om zich ook om het sociale in de samenleving te interesseren. Pas in de laatste bladzijden van het boek (blz. 315) en dan zijn we al in de tweede helft van de vorige eeuw komt ook het sociale ook aan bod. Hoe komt het dat die sociale belangstelling zolang achterwege bleef?
L.W.: Men mag zeker niet zeggen dat er binnen de Vlaamse beweging geen sociale belangstelling was. Al einde van de jaren veertig van de 19de eeuw was er binnen de Vlaamse beweging een uitgesproken democratische vleugel die in Antwepen een Burgerpartij op gang wilde brengen. Nog in Antwerpen was er in 1862 ook de Meetingpartij, maar inderdaad interesse voor economisch streekbeleid komt er pas na WO.2. Dat waren zeker mogelijkheden richting een meer sociaal Vlaams engagement dat echter afgeblokt werd in 1864 met het verschijnen van de pauselijke encycliek Quanta Cura, die een punt zette achter mogelijke katholieke interesse voor uitgesproken liberale gedachten. Het was de toenmalige Amerikaanse president Roosevelt die rond 1930 de idee van een streekgericht economisch beleid lanceerde, een gedachte die in het Europa van na de oorlog werd overgenomen.
Scheiding?
’t P.: In het boek krijgt men meer dan eens signalen dat er in Vlaanderen al lang voor de tweede wereldoorlog signalen werden opgevangen die er op wezen dat men dacht aan een ander Belgisch samenlevingsmodel, een tweeledig België. Zo bijvoorbeeld einde van de jaren twintig toen de Liberalen mee de taalwet voor het leger goedkeurden, waardoor er en scheiding kwam tussen Vlaamse en Franstalige compagnies, “waardoor, zo schrijft u, de tweeledigheid van België werd erkend door liberale kringen die tevoren daarvoor hun ogen hadden gesloten.”(blz. 199) Nog datzelfde jaar, in 1929 dus of meer dan tachtig jaar geleden dus, citeert u de toenmalige ACW-voorzitter Rubbens, die schrijft dat het “nu de laatste kans is die België heeft om te bewijzen dat het de Vlaamse kwestie kan oplossen. De meeste Vlaamse intellectuelen aldus steeds Rubens, geloven dat niet meer. Zij achten de tegenstelling Vlaanderen – België onoverbrugbaar.” (b lz. 224) Het blijft echter bij alleen maar verbale vaststellingen, die geen verdere uitdieping kregen door bijvoorbeeld politieke initiatieven.
L.W.: Aan de vooravond van de oorlog laat de liberaal Julius Hoste vanuit Brussel aan Frans van Cauwelaert in Antwerpen weten dat “de boel hier niet meer te houden is”, maar volgens deze katholieke Vlaamse voorman moesten de Vlamingen de scheiding niet eisen, men moest integendeel de Vlaamse machtspositie versterken. De scheiding zou immers betekenen, aldus Van Cauwelaert, dat de Franstaligen de eisen kunnen stellen, dat we Brussel en zeker de zes faciliteitengemeenten zullen kwijt spelen. Franstaligen vinden nu eenmaal dat zij recht hebben op dat Franssprekende België. Wie zich daartegen verzet, is een racist! Het is zoals de Joden in Israël die er van uitgaan dat Palestina hen toebehoort, dat God het zo gewild heeft en dat vertaalt zich op het terrein in een kolonisering waartegen de Palestijnen zich verweren. Als Franstaligen echt met ons willen samen leven en dus erkennen dat wij recht hebben op eigen grenzen, dan zou BHV meteen gesplitst zijn.
Wie zijn wij om die “verantwoorde” uitspraak van een belangstellende toeschouwer te willen weerleggen. Boek en vaststellingen samen, een leerrijke oefening om ons eigen Vlaams verhaal beter te leren begrijpen.
Lode Wils, Van de Belgische naar de Vlaamse natie, een geschiedenis van de Vlaamse beweging, 330 blz., 27,50 euro, 2010, uitg. Acco, Leuven. ISBN 978 90 334 7417 0
| < Vorige | Volgende > |
|---|











