2009 nr 42 - Bruno Valkeniers
Het juiste moment voor samenwerking V-partijen
Is het Vlaams Belang er in geslaagd de vakantieperiode te gebruiken om zijn batterijen op te laden? Het valt te hopen, want de verkiezingsnederlaag enkele maanden geleden is in de partij hard aangekomen. Voorzitter Bruno Valkeniers blijft er echter nuchter bij. "De kiezer heeft ons een waarschuwing gegeven", analyseert hij. "We moeten durven de dingen in vraag stellen."
Met hem hadden we het over Forza Flandria, het economische debacle, maar ook de Maddens-doctrine en de reden waarom bedrijfsmensen zo moeilijk kunnen aarden in de politiek.
Spookt het in de liftkoker? Onze verwoede pogingen om op de tiende verdieping te raken doen inderdaad zoiets vrezen. We schrijven een woensdagvoormiddag op het Brusselse Madouplein, de plek waar sinds jaar en dag de kantoren van het Vlaams Belang/Blok gevestigd zijn. Uiteindelijk slagen we na enkele ongevraagde tussenhaltes in ons opzet en bereiken het bureau van voorzitter Bruno Valkeniers. "Geniet van de warmte", grapt de voormalige havenbaas.
Naar verluidt wordt dit zowat de warmste dag ooit en de numero uno van Vlaanderens meest verketterde partij zal het geweten hebben. Houdt de CEO van een groot bedrijf ook niet altijd kantoor op de bovenste verdieping? Het is iets wat men op dagen als vandaag moet uitzweten - letterlijk dan.Bruno Valkeniers heeft geen makkelijke periode achter de rug. En wat in het verschiet ligt, is evenmin benijdenswaardig. Maar na een zeilvakantie met zijn zonen (weliswaar ingekort door motorpech) en een verblijf aan de Vlaamse kust met vrouwlief, lijkt hij er helemaal zin in te hebben.
Oude gewaden legt men niet zo snel af. Meermaals krijgen we de indruk dat, ondanks het vurige politieke verhaal dat hij brengt, voor ons een bedrijfsman zit. Het is een indruk die de prille minister Kris Peeters ons destijds ook gaf, zij het met een ander politiek verhaal. Politiek en bedrijfsleven hebben altijd al op gespannen voet geleefd. En velen van hen die de stap gezet hebben - in het gros van de gevallen is het eenrichtingsverkeer richting politiek, gaven er voortijdig de brui aan. Anderzijds, zo luidde onze bedenking, is het in crisistijden misschien geen slechte zaak wat meer no-nonsensefiguren in de Wetstraat te hebben rondlopen.
VU-participationisme
Er zijn zo van die begrippen waarmee erg zorgvuldig moet worden omgesprongen. Forza Flandria is er een treffend voorbeeld van. Daar waar met de term - we maken een sprong van vijftien jaar in de tijd - aanvankelijk een bundeling van Vlaamsgezinde, liberale en conservatieve krachten werd bedoeld, kristalliseerde de betekenis zich inmiddels rond het Vlaamse element. Eenvoudig gesteld: het opzetten van een ad hoc samenwerking die dit land duchtig door elkaar moet schudden, ongeacht of een confederaal België of een onafhankelijk Vlaanderen het einddoel is.
"Inmiddels is de term zodanig beladen, dat men zich de bedenking kan maken of niet beter naar een ander begrip gezocht moet worden", vraagt Bruno Valkeniers zich af. "Een coalitie voor meer Vlaanderen - en dit is wat met de zogenaamde V-partijen bedoeld wordt - kan trouwens verschillende vormen aannemen. Van een losse gelegenheidssamenwerking, tot een diepe en duurzame alliantie. Essentieel is echter de gemeende overtuiging dat het met dit Belgische verhaal niet meer verder kan. Dat lijkt me de kern van elke politieke diagnose van dit land. Afgezien nog van de vele vormen die Forza Flandria aannemen kan, is er ook het belang van het momentum. Idealisme is een mooi iets, alleen wordt het in de praktijk constant door partijpolitieke belangen doorkruist. Twee tijdlijnen van korte- en langetermijndenken raken met elkaar verstrengeld, waardoor het een vrij steriele bedoeling blijft. Aan voorspellingen waag ik me niet, maar dat de periode vlak na en vlak voor een verkiezing niet ideaal is om een soort Forza Flandria-samenwerking tot stand te brengen, staat buiten kijf."
"Laten we het even concreet bekijken", vervolgt de VB-voorzitter. "Vandaag zijn de partijen die voor een onafhankelijk Vlaanderen ijveren - het confederalisme van LDD reken ik erbij, aangezien het eindresultaat op hetzelfde zal neerkomen - goed voor zo'n 37% van de stemmen. Dat is het goede nieuws. Minder positief is dat een deel van die beweging - wij en LDD dus - in de oppositie zit, terwijl een ander - de N-VA - deel uitmaakt van de Vlaamse meerderheid. Zowel N-VA als wij werden na de verkiezingen met een belangrijke vraag geconfronteerd. Wat ons betreft, hoe we met onze verkiezingsnederlaag omgaan, en hoe we ons in de toekomst moeten profileren om dit goed te maken. Voor de N-VA komt het er dan weer op aan de klassieke fouten van het VU-participationisme te vermijden. N-VA toonde zich eerst razend ambitieus, won de verkiezingen, maar stelt zich nu tevreden met ter plaatse trappelen. Dat is te betreuren. Tegen die achtergrond bekeken, lijkt mij een belangrijke rol voor de brede Vlaamse beweging weggelegd. Veel te vaak begaat men de vergissing politiek tot partijpolitiek te beperken. Trekt men die lijn door, dan wordt iedereen in een partijpolitiek hokje geplaatst. En op dit punt gekomen, schuilen de scherpe partijpolitieke tegenstellingen steeds om de hoek. Het lijkt me van kapitaal belang dat de niet-partijpolitieke Vlaamse beweging zich hier niet in laat meeslepen, maar integendeel een brugfunctie vervult.”
Sociaaleconomisch debacle
"Weet u wat ik gek vind aan deze Vlaamse regering?", zegt Bruno Valkeniers. "Twee leden, Kris Peeters en Philippe Muyters, komen uit het sociaaleconomische middenveld. Met hen heb je twee mensen die in hun vorige loopbaan jarenlang gehamerd hebben op die extra bevoegdheden die Vlaanderen zo nodig heeft. Het was geen romantiek die hun pleidooi voedde, wel nuchter economisch denken. Uit persoonlijke contacten weet ik dat ze zeer ver gingen in hun denken. Toegegeven, Kris Peeters is geen independentist, dat heeft hij al enkele keren onderstreept. Maar als je consequent bent, moet dat er wel van komen. Wij zullen hen in het Vlaamse Parlement trouwens dicht op de hielen zitten."
"Je kunt de huidige sociaaleconomische malaise op twee manieren interpreteren", vervolgt Valkeniers. "Sommigen denken dat de barre tijden de verdere ontbinding van dit land in een stroomversnelling zouden kunnen doen belanden. Voorlopig zie ik echter weinig gebeuren. Je kunt de dingen ook somberder bekijken. Door de crisis en het economische non-beleid van de federale regering groeit de schuldenberg die op het einde van de rit grotendeels door Vlaanderen zal moeten worden gedragen. Er zijn verschillende manieren om de situatie te analyseren, maar dat er iets moet gebeuren, is nu toch wel afdoende bewezen. Wat mij betreft, moet de federale overheid inderdaad dringend onder curatele worden geplaatst. Kijk, de federale buidel is leeg. Ondertussen trachten we in Vlaanderen zo snel mogelijk een begroting in evenwicht te bereiken, terwijl Brussel en Wallonië duchtig aan de jackpot blijven trekken. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, spreekt men over een begrotingsevenwicht in 2015 en zelfs 2019. In afwachting gaat men diep in het rood. Het lijkt wel of het spook van Guy Mathot aan het werk is. In de jaren tachtig beweerde die in alle ernst dat de staatsschuld er vanzelf gekomen was en vanzelf ook wel weer zou weggaan. De PS-coryfee deed dit dan nog in zijn hoedanigheid van begrotingsminister."
Maddens-doctrine
"Zonder het wellicht geambieerd te hebben, gaf de Leuvense professor Bart Maddens zijn naam aan wat men een heuse doctrine is gaan noemen", merkt Bruno Valkeniers op. "Er was de voorbije maanden veel over te doen. Voorlopig niets vragen, om dan op het juiste moment - dat wil zeggen: als de Franstaligen zelf vragende partij zijn - aan de onderhandelingstafel aan te schuiven en het spel hard te spelen. Het klinkt als een logisch scenario, maar ik betwijfel of het plan de toets met de werkelijkheid kan doorstaan. Om te beginnen, moet men goed luisteren naar wat Bart Maddens zelf zegt. Deze strategie, zo benadrukt hij, is slechts een tweede keuze. Idealiter had men de Vlaamse desiderata aan de federale regeringsdeelname gekoppeld. Dat gebeurde dus niet, met als gevolg dat krampachtig een alternatief is bedacht. Maar zoals gezegd, tussen theorie en praktijk gaapt een enorme kloof. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat sommigen zich achter de 'Maddens-doctrine' verschuilen als voorwendsel om precies niets te moeten doen. Elk verwijt van passiviteit wordt op die manier weggelachen; niets doen maakt nu eenmaal deel uit van de strategie. Wat dan met het buiten de lijntjes kleuren van de eigen Vlaamse bevoegdheden? En hoe is het gesteld met het inroepen van allerhande bevoegdheidsconflicten? Enkele weken geleden gaf Bart Maddens zelf hen, in een opiniestuk in De Morgen, de pap in de mond. Voor de vuist weg schoof hij een aantal thema's naar voor die het voorwerp van een dergelijke procedure kunnen uitmaken. Toch gebeurt er niets, wat vooral voor de N-VA, als geen ander verbonden met de doctrine, een pijnlijke zaak is. Gelooft men anderzijds werkelijk dat de Franstaligen over enkele maanden met hangende pootjes naar dé onderhandelingstafel zullen komen?
De budgettaire situatie is precair, zoveel is zeker. En wat doen ze? Zwaar in het rood gaan en de idee van een begroting in evenwicht ver voor zich uit schuiven. Waarom geld vragen aan de Vlamingen via de federale mechanismen? Uitgeven maar, is hun motto, tant pis voor het boemerangeffect van die schulden. En daar staat Vlaanderen dan, zwaaiend met de Maddens-doctrine...”
"Zijn we wel goed bezig?"
"Aan politiek doen is een idee dat me al sinds mijn studentenjaren bezighoudt", legt Bruno Valkeniers uit. "De res publica heeft me altijd geboeid. En zelfs tijdens die hectische jaren die ik in het bedrijfsleven doorbracht, combineerde ik die loopbaan met een zeker politiek engagement, zij het in de 'niet-partijpolitieke' Vlaamse beweging. Uiteindelijk is het er dan toch van gekomen. En zoals dat wel vaker het geval is bij belangrijke wendingen, speelde het toeval zijn rol. Ik draag de stempel iemand 'uit het bedrijfsleven' te zijn, wat ook klopt. Met veel plezier kijk ik op die carrière terug, maar reken niet op mij om alle aspecten van de ondernemingswereld te idealiseren. Laat ons eerlijk zijn: als ik me enkele jaren terug goed in mijn vel had gevoeld, had ik de stap naar de politiek misschien wel nooit gezet."
"Een eerste zaak die me opviel, was de culturele kloof tussen de politiek en de bedrijfswereld", vervolgt hij. "Ik begrijp waarom de meeste zakenlui in het politieke bestel niet kunnen aarden. De dingen gaan er traag, er is te weinig transparantie en hoofd- en bijzaak worden constant door elkaar gehaald. Lange en korte termijn lopen in mekaar over en de drang om individueel te scoren, is ongemeen groot. Toch heb ik geen spijt van de stap. Het Vlaams Belang, met zijn programma en de vele enthousiaste, hardwerkende militanten, heeft mij trouwens als enige partij steeds aangetrokken. Het is mijn oprechte overtuiging dat net mijn achtergrond een meerwaarde voor mijn partij kan zijn. De politiek creëert vaak zijn eigen dynamiek, waardoor men al snel riskeert losgekoppeld te geraken van de dagelijkse realiteit van de modale kiezer. Die kiezer heeft ons een waarschuwing gegeven waar we lessen uit moeten trekken. Zijn we wel goed bezig? Wat is voor verbetering vatbaar? Het zijn vragen die we ons vaker moeten durven stellen.”
| < Vorige | Volgende > |
|---|














