2010 nr 27 - Dullaert & Daelemans
Een groot gat in de Vlaamse Leeuw
Als de linkerzijde de Brusselse kaart trekt
Eind september van vorig jaar vond de zesde editie van de 'sociaalflamingantisme landdag' plaats. In Brussel en met die stad als centraal thema. Verschikkende sprekers werden samengebracht en het kwam bijwijlen tot een erg vruchtbare interactie met het publiek. In deze tijden van “wij laten Brussel los”, loont het allicht de moeite te weten wat de “sociaalflaminganten” met Brussel voorhebben.
We treffen Bernard Daelemans en Miel Dullaert post factum. Enkele maanden eerder vond de zesde sociaalflamingantisme landdag plaats. Het thema, 'Brussel Vlaams - onrealistisch of levensnoodzakelijk', lag al zo'n half jaar vast. Dankzij het optreden van Frans Crols op de IJzerwake van vorig jaar is het ook een brandend actueel onderwerp gebleken. "Een gelukkig toeval - of net niet", merkt Miel Dullaert wat enigmatisch op. "Want ook al is het thema actueel en speelde onze landdag daar prima op in, toch betreur ik dat het nodig is om deze discussie überhaupt te moeten voeren. Begrijp me niet verkeerd: over alles moet gediscussieerd worden. Alleen vind ik het discours van Crols & co. regressief en helpt het ons geen stad vooruit. Frans Crols inspireerde ons alvast tot een bijzonder symbool: een leeuwenvlag met in het midden een groot gat. Dit vacuüm, als ik het zo mag noemen, staat symbool voor een uit Vlaanderen gesneden Brussel. De vlag wordt dan een soort geamputeerd Vlaanderen.”
Rode draad
De merknaam Meervoud kan op een gevuld verleden terugblikken. Reeds voor het tijdschrift in zijn huidige vorm verscheen, droeg een andere publicatie dezelfde naam. Inmiddels, en dan hebben we het over het huidige initiatief, zijn er al 150 nummers van verschenen, goed voor 17 jaargangen. En afgezien van de typische thema's van de Vlaamsgezinde linkerzijde (Baskenland, Ierland, minderhedenproblematiek...), is Brussel een rode draad in het project. Niet alleen is de redactie er gevestigd, in de kelders van het Vlaams Huis om precies te zijn, enkele redacteurs wonen er ook daadwerkelijk. Hun invalshoek is vaak economisch geïnspireerd en dan beland je al snel bij die moeizame relatie Brussel-Vlaanderen. Dit werpt ook een ander licht op het probleem dan wanneer je de dingen eerder cultureel of zelfs louter taalkundig bekijkt.
Dat de visie van Frans Crols niet strookt met wat in de kringen rond Meervoud leeft is, laat zich al raden. Toch is redacteur Bernard Daelemans genuanceerd over hetgeen de ex-directeur van Trends verkondigt. "Frans Crols heeft een overtuiging en komt daar onverbloemd voor uit", benadrukt hij. "Dit verdient respect. Maar inderdaad, zoals u zonet suggereerde, de inhoud van zijn verhaal deel ik niet."
Trappelende natie?
"Ziet u een trappelende Vlaamse natie?" Bernard Daelemans werpt ons op zijn beurt een vraag voor de voeten. "De grote intellectuele fout die vandaag gemaakt wordt, is Brussel voor te stellen als een soort van laatste hinderpaal voor die Vlaamse onafhankelijkheid. Impliciet zit die zienswijze ook in het discours van Frans Crols verwerkt. Ons niet laten gijzelen door Brussel, klinkt het dan. Alsof Brussel - want laat ons wel zijn: een gemakkelijke kwestie is het allerminst - een soort van laatste supergrendel is. De realiteit is dat het onafhankelijkheidsdenken in Vlaanderen minoritair is, ongeacht of er nu een Brusselkwestie is of niet. Deze realiteit moet ons, en dan bedoel ik de Vlaamse Beweging, behoeden voor simplistische denkschema’s.”
"Waarom beginnen we niet eens met de hefbomen die we in Brussel hebben, maximaal uit te spelen?", voegt Miel Dullaert er aan toe. "Net zoals dit op federaal niveau moet gebeuren. Wat zagen we rond BHV? Eén keer werd de numerieke Vlaamse meerderheid uitgespeeld. Nadien smeekte men achter de schermen om het dossier op de lange baan te schuiven. In de eerste plaats de CD&V. Alle ronkende verklaringen ten spijt was men binnen de Vlaamse meerderheid - ook al wil ik dit niet veralgemenen - maar wat blij dat door het inroepen van bevoegdheidsconflicten tijd gekocht kon worden. De instrumenten die men in handen heeft worden onvoldoende uitgespeeld. Precies zoals dit in Brussel nauwelijks gebeurt."
Wollig verhaal
"Het is opvallend hoezeer men aan Vlaamse kant de argumenten van de Franstaligen overneemt", merkt Bernard Daelemans op. "Men staart zich blind op verkiezingsresultaten, terwijl men goed zou moeten weten dat hierin slechts een deel van het hele verhaal zit. Electorale resultaten zijn natuurlijk wat ze zijn. En ja, zij vertolken een bepaalde niet te negeren situatie. Brussel is echter meer dan een stad. Je hebt een interactie met een erg ruim ommeland, ook al willen Vlaamsgezinden uit de Rand dit niet altijd zien. Als het in Brussel regent, druppelt het in het ommeland."
"Brussel staat ook voor een bepaalde institutionele realiteit. Als Vlamingen beschikken we over heel wat wettelijke en zelfs grondwettelijke garanties. Die kwamen er ook niet toevallig. De Brusselse structuren worden door een omvangrijke institutionele sokkel geschraagd. Je hebt grondwettelijke tweetaligheid in Brussel, grondwettelijk voorzien medebestuur, of nog het feit ook dat Brussel deel uitmaakt van de Vlaamse gemeenschap die er volheid van bevoegdheid heeft in onderwijs, cultuur en persoonsgebonden materies. Vergeet ook niet dat Brussel in fine geen gewest à part entière is, zoals Franstaligen het graag noemen, en dus geen constitutieve autonomie bezit, geen decreten maar slechts ordonnanties uitvaardigt én derhalve geen staatsdragende kwaliteit heeft zoals Vlaanderen of Wallonië al bezitten. Wil men dat allemaal met één pennentrek opzeggen? De strategie van Crols berooft ons bij voorbaat van onze belangrijkste internationale troeven. Per slot van rekening gaat het hier om politieke machtsinstrumenten die we zo adequaat mogelijk moet bedienen. Dit staat haaks op een wollig verhaal over Vlamingen als 'minderheid tussen de minderheden'."
"Wie zich ergert aan de vele dingen die mislopen in de Vlaams-Brusselse politiek heeft gelijk", legt Bernard Daelemans uit. "Alleen moet men goed weten tegen wie te foeteren. Wie in Brussel de politieke lakens uitdeelt, doet dit enkel bij gratie van zijn partij. De particratie is in Brussel niet anders dan elders, integendeel. Sommigen - en dan denk ik spontaan aan mensen als Pascal Smet of Steven Van Ackere - werden destijds door hun partij op vooraanstaande plaatsen geparachuteerd. Wanneer zij zich te laks opstellen, draagt hun partij daar een even grote verantwoordelijkheid voor.”
Brusselcredo
"Een verstandige politiek mag dan al op een lange termijnvisie berusten. Toch wil dit niet zeggen dat je het belang van enkele urgenties op korte termijn over het hoofd mag zien", analyseert Bernard Daelemans. "Noem het wat mij betreft een Vlaams Brusselcredo, maar in de huidige omstandigheden moet men zich hoeden voor een aantal zaken. Om te beginnen mogen geen nieuwe bevoegdheden aan het Brussels gewest worden toegekend. Ook een herfinanciering is taboe, voor zover niet eerst de huidige situatie grondig bekeken wordt. Want hoe vaak hoor je niet dat Brussel ondergefinancierd is? Is dat wel zo? Hier over oordelen kan enkel door te bepalen wat nu uiteindelijk die hoofdstedelijke functie is. Wat precies dit takenpakket is, wordt steevast aangegrepen om op een ontoereikende financiering te wijzen. Laat me daar een persoonlijk technisch antwoord op geven: alles wat het Brussels gewest niet dragen kan, moet als typisch hoofdstedelijk bestempeld worden. De financiering hiervan moet van elders komen, maar wie betaalt, bepaalt ook - dat is de regel. Verder moeten we ons hoeden voor hen die ijveren om van Brussel ook een soort aparte culturele gemeenschap te maken, naast de Vlaamse, Franstalige en - niet te vergeten - Duitstalige.”
Zesde Sociaal-Flamingantische landdagZo'n zestig deelnemers maakten hun opwachting op de zesde Sociaal-Flamingantische landdag. Een mensenmassa is dit niet, maar dat was ook nooit de bedoeling. "We willen op zo'n dag met politiek geïnteresseerd mensen - en niet noodzakelijk mensen met onze achtergrond - reflecteren over een bepaald onderwerp", legt dagvoorzitter Miel Dullaert uit. "Het zwaartepunt ligt op de inhoud, waardoor je ipso facto voor kleinschaligheid kiest." Sprekers waren Harry van Velthoven (historicus, em. hoogleraar Hogeschool Gent), Luc Deconinck (jurist, voorzitter vzw ‘De Rand’), Johan van den Driessche (bestuurder VOKA-comité Brussel, nationaal voorzitter vtbKultuur), Brecht Arnaert (geëngageerde student), Bernard Daelemans (romanist, redacteur Meervoud), Johan de Nys (V-SB, secretaris Meervoud) en tot slot Joost Vandommele (René De Clercq-stichting, Priester Daensfonds).
Onverdraagzaamheid?Ongeveer op hetzelfde moment dat het blad Meervoud in zijn huidige vorm ontstond, kreeg ook de campagne 'Vlaanderen tegen racisme' gestalte. "De bedoeling zit helemaal in de naam vervat", legt mede-initiatiefnemer Bernard Daelemans uit. "Een gemeende bekommernis dreef ons. Begin jaren negentig - het was het moment van zwarte zondag - ontstond een klimaat waarin 'Vlaams' en 'onverdraagzaam' aan mekaar gekoppeld werden. Onterecht natuurlijk. Het gemaakte amalgaam was heus niet onschuldig, en wij vonden dat het omgekeerde maar eens in de verf moest worden gezet. Er werden stickers gedrukt, t-truitjes gemaakt en regelmatig werd een bescheiden actie op het getouw gezet."
De jongste jaren werd het heel stil rond 'Vlaanderen tegen racisme'. Ligt dit aan een dalende noodzaak? "In grote mate wel", beklemtoont Bernard Daelemans. "Stilaan wordt duidelijk dat alles op één hoopje gooien niet met de werkelijkheid strookt. Natuurlijk blijf ik onverminderd achter de principes van 'Vlaanderen tegen racisme' staan."
"Dit neemt niet weg", zo vervolgt hij, "dat we - en dan bedoel ik de Vlaamsgezinde progressieven - onze ogen niet voor de werkelijkheid mogen sluiten. Net zoals het verkeerd is Vlaanderen ipso facto aan onverdraagzaamheid te koppelen, is het onjuist verdraagzaamheid met een opengrenzenpolitiek te laten samenvallen."
"Toen ons initiatief destijds opgezet werd, vonden we het essentieel dat de positie van migranten of allochtonen - ik wil er geen semantische discussie van maken - op een erg stringente manier aan inburgering gekoppeld werd. Vlaanderen is gastvrij, maar hier tegenover mogen wel wat eisen geplaatst worden. Inmiddels nam het aantal inwijkelingen met rasse schreden toe, in die mate dat men zich ernstige zorgen kan maken over de haalbare cohesie binnen de burgerlijke samenleving. Is integratie - persoonlijk gaat mijn voorkeur naar de term inburgering - op deze schaal nog wel haalbaar? Berekeningen van het planbureau wijzen erop dat er het volgend decennium in Brussel alleen 170.000 nieuwe inwoners bij zullen komen. Wellicht klopt deze becijfering, maar deze situatie is niet zomaar uit de lucht komen vallen, hé. Ik huiver bij het ontstane sfeertje dat wie vragen stelt bij deze trend, per definitie het stigma van onverdraagzaamheid op gekleefd krijgt. Het is mijn oprechte overtuiging dat hier meer aan de hand is. Alle mooipraterij ten spijt, is het een feit dat deze nieuwelingen - zeker als men dit verbindt aan een genereus naturalisatiebeleid - koren op de Franstalige molen zijn. Voor de meeste van deze mensen is Brussel het eerste contact met ons land. Precies daarom zullen ze ook eerder met het Frans in contact komen, een taal dus die ze zich makkelijker eigen zullen maken. En dat eist zijn tol. In Brussel, maar ook in de ruime rand waar een flink deel onder hen op termijn zal belanden. Ook over dit uitzwermen bestaan cijfers die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. Ziet men spoken als men achter deze gang van zaken een geheime Francofone agenda durft ontwaren? Het is beslist mijn bedoeling niet om te veralgemenen, maar het is wél mijn oprechte overtuiging dat de scherpe standpunten terzake die aan Franstalige kant worden ingenomen, hier niet vreemd aan zijn. Dit hekelen heeft dan ook niets met onverdraagzaamheid als dusdanig te maken. De grootste vergissing die men maken kan, is precies om dit alles onder het mom van tolerantie niet aan te klagen."
Dullaert & Daelemans
Begin juli van vorig jaar ontving Miel Dullaert de jaarlijkse Leeuwenpenning van de Davidsfondsafdeling van Sint-Niklaas. De reden? Zijn niet aflatend "links-flamingantisch engagement", wat zich vandaag vertaalt in een betrokkenheid bij het blad Meervoud en de jaarlijkse Sociaal-Flamingantische landdag. Hij is ook medeoprichter van de Gravensteengroep. Naast Vlaamse geloofsbrieven, beschikt hij ook over een uitgesproken linkse pedigree. Zo was hij beroepshalve niet enkel journalist bij De Rode Vaan, maar ook parlementair medewerker van Michiel Vandenbussche, de voormalige voorman van de Brusselse SP. Precies deze laatste hoedanigheid leverde Dullaert een gedegen kennis van het reilen en zeilen in de hoofdstad op.
Bernard Daelemans is geen onbekende in de Vlaamsgezinde middens van de hoofdstad. Zo'n twintig jaar geleden is deze uit Mechelen afkomstige romanist in Brussel neergestreken. En deze confrontatie deed hem in Vlaamsgezind middens belanden. Jarenlang was hij actief bij de Vlaamse Volksbeweging (VVB), gevolgd door een kort partijpolitiek uitje bij de prille N-VA. Het redacteurschap van Meervoud is een constante in zijn verhaal. Net zoals het lesgeven (Frans, Nederlands, Spaans), wat hij in een aantal scholen doet.
| < Vorige | Volgende > |
|---|














