2010 nr 26 - Jan Degadt
“Brusselse olievlek verdwijnt niet met onafhankelijk Vlaanderen”
Je kunt zeggen wat je wilt van de ondertussen legendarische ‘Los van Brussel’-speech van Frans Crols, de oud-directeur van Trends, op de IJzerwake, maar die toespraak heeft er wel voor gezorgd dat onze hoofdstad in Vlaamsgezinde kringen opnieuw het brandpunt van discussie werd. Er ging bijna geen week voorbije of in een of andere Vlaams-nationalistische publicatie werd de Crols-strategie (een betere term dan een doctrine, zoals Bart Maddens het liever heeft over de Maddens-strategie) verketterd of opgehemeld. De ene deed dat met wat meer argumenten dan de andere.
Een interessante Vlaamse stem in het Brussel-kapittel is in elk geval die van Jan Degadt (econoom aan de Hogeschool Universiteit Brussel en voorzitter van Vlaams Komitee Brussel), die er uiteraard een absolute voorstander van is Vlaanderen en Brussel niet los te koppelen. Het is voor hem trouwens ook de naakte werkelijkheid. Wat er in de toekomst ook gebeurt, Brussel blijft in midden in Vlaanderen liggen en naar analogie met het adagium dat Brussel voor Vlaanderen het venster op de wereld is, is Brussel voor de wereld ook een venster op Vlaanderen.
De problemen die eigen zijn aan Brussel, eindigen niet aan de grens van het gewest. Nu niet, en ook in de toekomst niet als een Vlaanderen zonder Brussel onafhankelijk zou zijn. De criminaliteit zal niet aan de grens van het Brussels gewest eindigen, net zoals de criminaliteit niet aan de grens met Noord-Frankrijk stopt. Idem voor de milieuproblemen, ook idem voor de olievlek van de verfransing. Die zal niet van de ene dag op de andere verdwenen zijn met een onafhankelijk Vlaanderen zonder Brussel. Degadt waarschuwt dan ook: een Wallo-Brux aan de zuidgrens van het huidige Vlaamse gewest betekent dat de Vlamingen gemarginaliseerd worden in de Brusselse instellingen en dat ze ook geen rol meer zullen spelen in de aanpak van een aantal belangrijke maatschappelijke dossiers zoals de samenlevingsproblemen met allochtonen, de immigratie of de problemen op de arbeidsmarkt. Die uitdagingen worden de komende jaren alleen maar groter, zo stelt Degadt. Immigratie is volgens hem één van die grote uitdagingen.
Onderwijs
“Nieuwkomers uit het buitenland komen aan in Brussel en velen onder hen zullen zich op termijn onvermijdelijk in de Rand vestigen,” voorspelt Degadt. “Projecties van het Planbureau voor de komende vijftig jaar gaan ervan uit dat België over een halve eeuw 12 miljoen inwoners zal tellen en dat Brussel wellicht 350.000 nieuwkomers zal tellen. Dat is een toename van meer dan 30 procent die ook een effect zal hebben op de Rand. Als inwoners het gewest verlaten, vestigt 80 procent zich in de Vlaamse Rand en 20 procent in de Waalse. Wij moeten een antwoord kunnen vinden op die uitdaging.”
Volgens Degadt is het fout om op voorhand een vijandige houding aan te nemen tegenover deze nieuwe bewoners van Brussel en later eventueel van de Vlaamse rand. Steeds meer nieuwkomers kiezen voor het Nederlandstalige onderwijs in Brussel en volgens Degadt is het dus primordiaal om vanuit Vlaamse kant massaal in het Brusselse Nederlandstalige onderwijs te investeren. Dit betekent een uitbreiding van de capaciteit waarmee ook kan vermeden worden dat de nieuwkomers automatisch voor het Franstalige onderwijs kiezen en negatief staan ten opzichte van de Nederlandse cultuur in Brussel en Vlaanderen.
Het Nederlandstalige onderwijs heeft in Brussel een marktaandeel van ongeveer 20 procent en dat zal nog toenemen. De bouw van nieuwe scholen is dan ook noodzakelijk. Bovendien moet de Vlaamse gemeenschap in Brussel van nabij betrokken worden bij de inburgering van de vreemdelingen die in Brussel aankomen.
Degadt waarschuwt: “In de huidige situatie zit Vlaanderen in Brussel nog mede aan het stuur van het inburgeringsbeleid. Ook wanneer er niet veel Vlamingen in Brussel meer zijn. Als de banden worden doorgeknipt, hebben we geen controle meer rond wat er inzake inburgering voor nieuwkomers wordt gedaan. Als die dan na verloop van tijd naar de rand verhuizen, hebben ze geen enkele voeling met de Nederlandse taal en cultuur en komen ze in een in hun ogen vijandige omgeving terecht.”
Degadt denkt hier natuurlijk niet alleen aan laaggeschoolde immigratie. Integendeel zelfs. Hij voorspelt de toenemende nood aan hooggeschoolden van wie de Indische informaticus het typevoorbeeld is. Die mensen wil hij winnen voor de Vlaams-Nederlandse gemeenschap in Brussel. “Onderwijs, opleiding, kinderopvang en preventieve gezondheidszorg zijn Vlaamse gemeenschapsbevoegdheden die we nu al in ten volle in Brussel kunnen uitoefenen. Wij hebben nood aan een netwerk van zorgverstrekkers die die mensen aanspreken. Als zij gebruik maken van het Vlaamse netwerk in Brussel is dat een positieve zaak. Vele buitenlanders zijn Engelstalig of kennen Engels. Je moet vermijden dat die overschakelen naar het Frans wanneer ze naar hier komen. Ik vergelijk het met andere mensen van niet-Franstalige, bijvoorbeeld Spaanse, afkomst die er vandaag al zijn. Komen zij vanuit hun land van oorsprong in een Vlaamse stad of gemeente, dan verloopt de integratie wat het taalgebruik betreft meestal probleemloos. In de praktijk betekent dat vernederlandsing voor het openbaar leven, al dan niet met behoud van kennis van de eigen taal. Gaat het om een tweede of derde generatie die vanuit Brussel arriveert in dezelfde Vlaamse stad of gemeente, komt het Frans daar tussen en is het gevaar voor verfransing vandaag veel groter.
Er zijn natuurlijk veel immigranten uit landen die een band hebben met de Franse cultuur zoals Kongo of Noord-Afrika, maar men mag in deze dagen het economische prestige van het Nederlands in Brussel niet onderschatten. Dat is een feit en blijkt gewoon uit het hoge aantal Franstaligen en anderstaligen dat zijn kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs stuurt.”
Hefbomen
In plaats van Brussel te laten vallen, moeten de Vlamingen in hun hoofdstad op hun strepen staan, zo benadrukt Degadt. En dat betekent dat zij erop moeten toezien dat ze een gelijkwaardige politieke partner blijven.
Volgens Degadt moet Vlaanderen de troeven die het heeft, uitspelen door controle te hebben op het beleid in Brussel. Hij verzet zich terloops ook tegen de critici die menen dat de 50.000 Vlaamse stemmen in Brussel amper iets voorstellen. “In kieskantons als Lier of Diest zijn er ook 40.000 tot 50.000 stemmen. Laat men die zomaar vallen? Overigens mag men de impact van Vlaamse kandidaten of Vlaamse lijsten niet onderschatten. Wat gebeurt er bij een Brusselse onafhankelijkheid? Dan verdwijnt de rol en de impact van de Vlaamse politici in Brussel.
Je kunt je inderdaad vragen stellen bij de vele leden van het Brussels parlement, maar op regeringsniveau worden de onderhandelingen in Brussel mede door Vlaamse partijen gevoerd. De mandatarissen zijn lid van een Vlaamse partij en moeten verantwoording afleggen aan hun partijtop. De huidige situatie is een hefboom voor Vlaamse partijen in Brussel. Wat gebeurt er bij een onafhankelijke Brusselse staat? We komen dan in een situatie zoals we die kennen in vele Brusselse gemeenten. De Nederlandstalige politici zullen dan onderdak moeten vinden bij Franstalige partijen als MR of cdH. Dit doet mij denken aan de Brusselse agglomeratieraad van begin jaren ’70 toen onder impuls van het Rassemblement Bruxellois van Jean Van Ryn er Vlamingen op Franstalige lijsten moest opkomen er eigenlijk een hele reeks excuus- of FDF-Vlamingen waren verkozen. Mensen die geen Vlaming waren, maar officieel wel het etiket hadden. Nu heeft men in Brussel de Vlaamse partijen nodig en is er meteen ook een politieke band tussen de Brusselse Vlamingen en de rest van Vlaanderen.”
Dit verklaart volgens Degadt ook voor een deel waarom de Franstalige partijen in Brussel niet happig zijn om nieuwe bevoegdheden over te hevelen van het gemeentelijke naar het gewestelijke niveau. Op gemeentelijk vlak in Brussel is de Vlaamse impact kleiner dan op gewestelijk niveau. “Daar zit in zekere zin een compromis in met de Franstaligen: op gewestelijk niveau zijn de Vlamingen oververtegenwoordigd, op gemeentelijk vlak is dat het omgekeerde. In het Nederlandstalig-Franstalig compromis dat hier in Brussel is afgesloten, zien de Francofonen dat als argument om geen werk te maken van het samenvoegen van de 19 gemeenten die voor hen een belangrijke machtsbasis vormen. Je hoort een gelijkaardige argumentatie in de discussie over een mogelijke samenvoeging van de zes politiezones.”
Een voorbeeld van die zwakke politieke positie op gemeentelijk vlak blijkt uit de lijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen waar een Steven Vanackere weliswaar op de cdH-lijst mocht staan, maar niet onder de noemer CD&V. Met een Brussels gewest waar Vlaanderen zijn handen van teruggetrokken heeft, wordt die marginale positie van de Vlamingen in Brussel ook op gewestelijk niveau bestendigd. Dat Vlamingen zich zouden kunnen nestelen op lijsten van zuiver Brusselse partijen is, volgens Degadt, utopisch. De zuiver Brusselse lijsten en verenigingen hebben amper aanhang. “De enige zuiver Brusselse partij is het FDF die er vooral is om de MR op stang te jagen. Het Brusselse separatisme leeft niet.”
In de discussies over de toekomst van Brussel gaat het niet alleen over de macht van het getal van de Vlamingen op demografisch gebied, maar ook om hun economische invloed van Vlaanderen in Brussel. De stelling van de Brusselaars dat ze 20 procent van het BBP genereren, klopt wel, maar klinkt hol. Degadt: “Dat is ook de verdienste van de pendelaars waarvan twee derden uit het Vlaamse Gewest komen. Als men beslist om een deel van de belastingen op de werkplaats te heffen, dan moet de aanwending van het geld mede bepaald worden door de pendelaars en hun politieke vertegenwoordigers, in het bijzonder het Vlaamse Parlement. Vlamingen moeten controle uitoefenen op de aanwending van het geld. Dat is het principe van no taxation without representation.”
Een vaak gehoorde Brusselse kritiek op het hinterland is dat de pendelaars niet betalen voor de MIVB die hen elke dag voor een deel van het traject naar en van hun werk voert. Degadt: “Laat de Lijn dan maar participeren in de MIVB. Het zal voor extra investeringsimpulsen zorgen.”
| < Vorige | Volgende > |
|---|














