2010 nr 22 - Bram Hermans

OVV Voorzitter: "Minder praten, meer bewegen"

Bram Hermans (29) haalde het op 15 maart jongstleden overtuigend als nieuwe voorzitter van het Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen. In zijn verkiezingstoespraak stonden twee krachtlijnen centraal: een verjongingskuur en een interne dialoog. Hij licht zijn visie toe.


B.H.: “In een eerste fase zou ik graag een nieuw bestuur samenstellen dat er een beetje jonger uitziet. Dat wil niet zeggen dat er koppen moeten rollen in het bestaande bestuur, want die mensen hebben naast hun grijze haren zeker een grote verdienste en expertise op hun gebied. Dus wil ik het bestuur statutair uitbreiden. Dat is mogelijk. Er zijn trouwens nu ook een aantal plaatsen vacant, omdat Herman Gevaert en Eric Ponnette nog voor mijn verkiezing gestopt waren.

Tijdens je verkiezingstoespraak een grote mond opzetten over verjonging is een ding, maar je moet ook wel nog jongeren vinden die bereid zijn om mee te gaan zetelen in dat bestuurd. Eerst vul ik de lege plaatsen op en als ik dan nog mensen vind, dan breid ik het uit.”

’t P.: De vergrijzing beperkt zich natuurlijk niet tot het OVV-bestuur. De hele Vlaamse beweging heeft er mee te kampen. Hoe denkt Hermans jongeren op grotere schaal overtuigen?
B.H.: “Door mijn werk bij Verbond VOS ken ik de problematiek goed genoeg. Ik kan hier nu een uitgewerkt plan uit de doeken doen, maar ik geloof eerder in een voorbeeldfunctie. Als je jongeren wilt aantrekken, moet je op de zichtbare plaatsen in je vereniging of in je koepel ook jongeren zetten. Jongeren worden echt niet meer aangesproken door mensen van de derde leeftijd. En dat betekent zeker niet dat die er uit moeten.

Kijk naar de VVB. Zij slagen er bijvoorbeeld vrij goed in om op hun affiches zowel jonge als oude mensen te zetten. Dat is de manier om alle generaties aan te spreken. En dat moet verder gaan dan enkel je promomateriaal. Daarom wil ik dat de functies in mijn bestuur ingevuld worden door een gezonde mix van jong en oud.

Natuurlijk is dit een conjunctureel probleem waar niet enkel de Vlaamse beweging mee kampt. Maar ik zie ook beterschap. Het valt me op dat mensen van mijn leeftijd makkelijker te mobiliseren zijn dan de generatie van mijn ouders. Misschien heeft de schrik voor de repressie daar iets mee te maken, maar een echte verklaring heb ik niet.

Toch kun je die jonge mensen vaak niet warm maken om iets te doen in de traditionele structuren van de Vlaamse beweging. Vraag iemand om voorzitter, secretaris of penningmeester te worden en je krijgt negen kansen op tien een negatief antwoord. Ook omdat je dan voor ettelijke jaren vastzit in zo’n functie. Maar als je naar die mensen toe stapt met echte concrete projecten, dan gaan ze daar veel gemakkelijker in mee. Als je dan bijvoorbeeld een betoging organiseert, dan zijn mensen veel sneller bereid om die een werkgroep uit te werken. Je moet ze iets te doen geven.”

Water bij de wijn

Dat Hermans voor verjonging staat is ondertussen wel duidelijk. Maar de voorzitter wil meer doen dan aan de zijlijn staan. Het OVV moet ook een standpunt durven innemen. Een interne audit dringt zich op.
B.H.: “Eens mijn bestuur volledig is, wil ik het met hen hebben over een gesprekkenronde met de lidverenigingen. Het OVV is tenslotte gestoeld op democratische principes, er moet een zekere unanimiteit zijn. Als we het daarover eens zijn binnen het bestuur, wil ik een rode draad uitwerken waarrond we de volgende jaren kunnen werken.

Ik ben bereid om water bij de wijn te doen. We kunnen niet enkel de eisen van de meest radicale verenigingen vooropstellen, want dat krijgen pakweg de Gezinsbond of het Davidsfonds niet verkocht aan heel hun achterban. Met acties rond bijvoorbeeld een onafhankelijk Vlaanderen verlies je dan een hele grote groep mensen. We willen dus wel wat gematigdere standpunten innemen, al wil ik daar onmiddellijk een kanttekening bij maken. Je mag je ziel niet verkopen en zoveel water toevoegen dat zelfs Christus er niets drinkbaars meer van kan maken.

Een theoretische ondergrens is echt wel nodig. Het is koorddansen, maar een vereniging die zich de dag van vandaag niet kan vinden in het behoud van het Nederlands als wetenschappelijke onderwijstaal of de splitsing van BHV zonder prijs, moet zich toch afvragen wat ze bij het OVV doet.”

Hermans zoekt naar een gulden middenweg en zal dus zijn eigen scherpe kantjes soms wat moeten afvijlen. De bijna unanieme verkiezingsuitslag doet vermoeden dat heel het OVV achter hem staat, maar voelt de voorzitter zich ook een goede consensusfiguur?
B.H.: “Ik ben eigenlijk helemaal niet zo’n goede diplomaat. Ik was ook in het KVHV een autoritaire praeses. Dit is nieuw voor mij, een uitdaging eigenlijk. Ik ga het volledig anders moeten aanpakken dan voordien. Pas op, ik ben wel diplomatisch in die zin dat ik aan tafel twee strijdende partijen vrij goed met elkaar kan verzoenen. De problemen komen pas echt als ik een van de strijdende partijen ben. Dan trek ik het vizier dicht en ga ik recht vooruit. Ik zal hier meer op de toppen van mijn tenen moeten lopen. Toch wil ik proberen om een consensusfiguur te zijn.

En langs de andere kant heb ik zonder het te beseffen een vrij braaf parcours gevolgd. Iemand zei me onlangs dat de reden waarom ik zo aanvaardbaar was voor heel het OVV, was dat ik bij het KVHV zat en niet bij de NSV, bij VOS werk en bij TAK zat en niet bij Voorpost. Ik ben altijd heel radicaal geweest in mijn flamingatisme en mijn strijdbeginsel zal ik ook nooit opgeven, maar onbewust heb ik op de links-rechtsschaal of op de conservatief-progressiefschaal altijd de redelijk brave keuze gemaakt.”

Actieman

Vroeger stonden illustere figuren als Boudewijn Bouckaert, Matthias Storme, en Renaat Roels aan het hoofd van de koepelvereniging. Hermans heeft niet de ervaring en het academische aanzien van sommige van zijn voorgangers en noemt zich meer een actieman.
B.H.: “Ik ben geen voorzitter geworden om een muurbloem te spelen. Ik ben om te beginnen al geen academicus. Ik heb wel gestudeerd, maar ik ben geen prof en ook geen doctor. Ik hou meer van een praktische aanpak. Soms moet je eens iets uitproberen. En klikt het niet, dan botst het maar. Ik hou wel van trial and error. Ik kan me soms op vergaderingen opwinden als iemand over een idee dat op tafel ligt, zegt: dat moeten we eens onderzoeken. Een synoniem voor: dat zien we nooit meer terug.

Ik heb dat dikwijls in de Vlaamse beweging gedacht. Als we eens allemaal wat minder zouden vergaderen en wat meer zouden doen, dan zou er veel meer bewegen. Misschien ook een keer meer met onze kop tegen de muur lopen, maar ik zie dat niet direct als een groot probleem. Als je veel dingen doet, loop je het risico om je eens belachelijk te maken. Maar als je niet doet kun je ook niets misdoen. Fouten maken is niet dom, er niet uit leren wel.

Weg van de partijpolitiek

Hermans wil een samenhangend OVV, maar vaak is de eenheid in de Vlaamse beweging soms ver te zoeken. Niet in het minst als het op partijpolitiek aankomt. N-VA en Vlaams Belang zijn, zeker sinds het recente succes van eerstgenoemde, niet de beste vrienden. Het OVV zou voor de Vlaamse zaak ook een brugfunctie kunnen spelen, over de partijgrenzen heen. Hermans gaat daar echter niet in mee.
B.H.: “Ik vind dat we ons weg moeten houden van partijpolitiek. De Vlaamse beweging moet gewoon haar eigen ding doen. En we moeten ons onafhankelijk en kritisch opstellen ten opzichte van beide partijen. De consensus en de rode draad die ik wil bereiken binnen OVV moet de toetssteen zijn waarmee we de politieke actualiteit evalueren. Doet het Vlaams Belang of N-VA op dat moment iets dat daar niet mee strookt, dan moeten we daar kritisch op reageren.

Het cordon doorbreken is niet de taak van het OVV. Als beide partijen toenadering willen zoeken, moeten ze dat zelf maar doen. Impliciet werkt de Vlaamse beweging daar al aan mee. De persoonlijke contacten zijn er zeker, want in de besturen van veel Vlaamse verenigingen zitten Vlaams Belangers en N-VA’ers bij elkaar. Officieel stappen ondernemen met het OVV in dat proces, dat krijgen we niet verkocht aan alle lidverenigingen. Als het OVV dan toch een deel van zijn aanhang zou moeten verliezen, dan zal het voor Vlaanderen zijn en niet voor een partij.

CV

Zijn eerste Vlaamse ideeën kiemden bij de Chiro van Hombeek, waar de Vlaamse reflex nog sterk leefde. Toen Hermans aan zijn studies geschiedenis begon in Leuven, was de stap naar KVHV snel gezet. Lang duurde het niet vooraleer hij zijn stempel had gedrukt op het Verbond in de Vlaams-Brabantse hoofdstad. “Op het moment dat ik schacht werd draaide het niet al te goed. Met een aantal schachten hebben we toen ondereen beslist dat het zo niet verder kon. Vier jaar later was ik praeses met 40 actieve leden en twee activiteiten per week”, toont Hermans dat hij wel van aanpakken weet.

Ook bij het Taalaktiekomitee stak Bram Hermans geregeld de handen uit de mouwen. Na zijn tweede praesesjaar bij KVHV had hij even genoeg van het wereldje “met al die karakters en lange tenen” en zette zijn actieve bezigheden in de Vlaamse beweging op een lager pitje. Zijn ‘sabbatjaar’ duurde slechts negen maanden, want de Vlaamse microbe was niet te stoppen. Hermans vond als educatief medewerker onderdak bij Verbond VOS en werd actiever in TAK en het Comité Vlaanderen Onafhankelijk. Het plotse overlijden van Huguette de Bleecker in december vorig jaar liet het OVV zonder voorzitter. Hermans werd enkele keren gepolst en stelde zich uiteindelijk kandidaat, om in maart jongstleden met een overgrote meerderheid verkozen te worden.

Hoe ziet Hermans het OVV?

Ik zie het OVV als een plaats waar de lidverenigingen, wat eigenlijk neerkomt op de brede Vlaamse beweging, elkaar kunnen ontmoeten, strategieën kunnen bedenken en eventueel samen acties over bepaalde onderwerpen kunnen ondernemen. De koepel heeft volgens mij twee belangrijke functies. In de eerste plaats denk ik dat het OVV moet proberen om de cohesie tussen de verschillende verenigingen die de Vlaamse Beweging rijk is zoveel mogelijk te bevorderen.

Anderzijds vind ik dat het OVV ook meer moet zijn dan een koepel. We moeten een aantal standpunten vooropstellen en ons daarvoor inzetten. Daarvoor kan het OVV echt wel interessant zijn. De moeilijkheid daaraan is een standpunt vinden waarin elke lidvereniging zich kan vinden. Het is bijvoorbeeld evident dat de IJzerwake zich wat radicaler opstelt dan het Davidsfonds. Het komt er dus op neer de grootste gemende deler te vinden en daarmee te werken.

Heeft het OVV niet veel van haar slagkracht verloren?
Bij informateurs of koninklijk onderhandelaars zullen we niet snel meer worden uitgenodigd. Dat is deels te wijten aan de evolutie van het politieke spel, want het middenveld in het algemeen heeft veel van haar pluimen verloren. Ook socialistische of katholieke koepels komen er niet meer aan te pas.

Maar ik denk dat we wel een deel van het machtsverlies, dat we om welke reden dan ook de laatste twintig jaar verloren hebben, kunnen herwinnen door met onze eigen verenigingen in dialoog te gaan. Als - en ik zeg wel als en slechts als - we tot een consensus komen met alle partners binnen het OVV en als die één standpunt ten volle willen onderschrijven dan denk ik dat we al een groot deel van die concrete macht kunnen herstellen.

En ervoor zorgen dat OVV weer de spreekbuis kan worden van de Vlaamse Beweging?
Ja, inderdaad. Je kunt pretenderen dat je een spreekbuis bent, maar je moet dat ook echt willen zijn. Ik ben bereid om een middenweg in te zoeken en we zullen zien of de beide kanten van het spectrum bereid zullen zijn om daarover te praten. Dat zal de nabije toekomst uitwijzen.

 
Snelkoppelingen
't Pallieterke Digitaal
knop-marcus
knop-abonnement
knop-video
knop-kleef
Met steun van
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner