2009 nr 34 - Mathias Danneels

“De media verzaken aan hun opdracht”

In dit blad voor mensen met een goed hart en een slecht karakter gold hij als een van de weinige journalisten die blijk gaven van enige Vlaamse reflex, zonder die zo bekende neiging van dè pers in Vlaanderen om zich te lenen tot een heksenjacht tegen een bepaalde politieke partij, maar dat is nu verleden tijd, want hij schrijft niet meer voor Het Nieuwsblad. Wij wilden weten waarom.

M.D.: Mijn oud-werkgever heeft zich correct gedragen. Dus doe ik dat ook. Maar er is de voorbije maanden veel gaan schuiven in het Vlaamse medialandschap, zowel inhoudelijk als bedrijfsmatig. De kranten zijn quasi collectief en resoluut overgeschakeld op meer entertainmentinformatie - infotainment zogenaamd - in plaats van te berichten over de problemen in onze maatschappij. Kimberley met haar sterretjes haalde dagen lang de headlines, terwijl de OESO waarschuwde voor de kost van de vergrijzing, die veel groter is dan gedacht werd. De journalist van vijftig plus die daar aandacht voor heeft, roept in de woestijn. Wat je zelf van groot belang vindt, wordt door mensen boven jou als onbelangrijk afgedaan en dat wreekt zich mentaal. Wij reden mekaar klem en dus konden we beter uiteen gaan. Ik ben een “religieuze atheïst” en heb respect voor wat achter ons ligt, wat je niet kan zeggen van de Corelio-kranten. Waar vroeger AVV-VVK stond, wordt vandaag gemeld dat K3 nog met zijn tweetjes is. Ben ik nu de enige Standaardlezer die zich daaraan ergert?

’t P.: Er was een tijd dat je aan de inhoud en vooral aan het hoofdartikel van een Vlaamse krant, bij manier van spreken in één oogopslag, kon merken tot welke ideologische en soms ook tot welke politieke gezindheid die krant zich bekende. De Standaard, Gazet van Antwerpen en Het Nieuwsblad waren katholieke kranten, Het Laatste Nieuws en De Nieuwe Gazet waren liberaal van strekking en Volksgazet, later De Morgen, waren rood. Vandaag kun je dat verschil als lezer niet meer zien en dat merk je ook aan de journalisten die probleemloos van de ene redactie naar de andere hoppen, zonder daarvoor enig water in de wijn van hun eigen ideologie – als ze die al hebben – te moeten doen. Een bepaalde hoofdredacteur drukte dat heel prozaïsch uit door te zeggen dat hij enkel een verkoper was van bedrukt papier. Vind jij zo'n ontwikkeling even erg als wij?
M.D.:
Er was veel kritiek op die verzuiling, niet ten onrechte trouwens. De vraag is: wat is het ergste? De dorpspastoor als correspondent voor Het Volk of de schimmige manier waarop marketeers de inhoud van een krant proberen te beïnvloeden? Toen Manu Ruys hoofdredacteur was, was de oplage van De Standaard voor hem een goed bewaard geheim. Vandaag moet een hoofdredacteur mee instaan voor een betere integratie van redactie, commercie en marketing. Dat is bijna bepalend voor het succes: lifestyle, kleren, eten, design... Allemaal goed voor extra advertenties en om jonge mensen aan te trekken. Lukt dat? Iedereen is naar dezelfde kijker, luisteraar, lezer op zoek.

Is een katholieke hoofdredacteur een gevaar? Het gevaar van de invloed van de commercie is veel groter. Het kan zijn dat vroeger de hoofdredacteur van Het Volk eerst eens moest telefoneren naar ACW-baas Houthuys, maar naar wie telefoneert de hoofdredacteur vandaag: naar Leysen, naar Van Thillo? Wat is het ergste?

’t P.: Er was een tijd dat voor marsen op Brussel meer dan 100.000 man voetvolk gemobiliseerd kon worden, mede door de massale steun van een Vlaamsgezinde pers. Het Egmontpakt is in '77 gekelderd door het grote succes van de antibetogingen die door Clem de Ridder en zijn Davidsfonds op het getouw waren gezet en door een belangrijk gedeelte van de media werden gesteund. Nu kunnen organisatoren nog hooguit een paar duizend Vlamingen uit hun luie zetel krijgen, mede door de stuitende onverschilligheid, om gen erger woord te gebruiken, van een pers die duidelijk verzaakt aan wat haar belangrijkste opdracht zou moeten zijn: haar lezers, luisteraars en kijkers inlichten over wat er in Vlaanderen en daarbuiten reilt en zeilt. Verbaast het jou dan dat lezers boos worden en hun krant buitengooien?
M.D.:
Neen. Of IJzerbedevaart en Zangfeest nog jonge mensen aantrekken, ik heb er mijn twijfels over, maar mag men daaraan voorbijgaan? Als aan een plaatselijke voetbalwedstrijd die duizend mensen aantrekt, volle pagina's worden gewijd, moet men dat ook doen voor Vlaamse manifestaties. Over de sterke toespraak van Eric Defoort op die zondagse VVB-meeting in Antwerpen, was 's maandags in geen enkele krant een lijntje te vinden. Was dat daar een vergaarbak van gefrustreerde rechtse malloten? Defoort is links en er waren daar mensen van verschillende ideologische obediënties.

De journalistieke, artistieke en intellectuele elite gaat op een kompleet verkrampte manier om met Vlaanderen. De belgitude regeert. De jonge generatie is grootgebracht met de gedachte: Vlaanderen is xenofoob en racistisch. Terwijl geen enkel volk zo verdraagzaam en solidair is met zijn buren. De leraren komen uit Mei '68. Hoe kan daar een Vlaamse voorhoede uit groeien?

‘t P: Op de man af, Mathias: Wat is jouw eerlijke mening over die twee kranten die zichzelf het etiket van kwaliteit opkleven?
M.D.:
De enige krant die ik aanhoud, is De Tijd, die feiten en commentaren uit elkaar houdt en schrijft over dingen die ons ècht aanbelangen. Die krant heeft ook een zeer gesmaakte weekeindkatern, waarin economen en filosofen hun kijk op de samenleving mogen geven. Wat De Standaard betreft, de “verbreding” daarvan heeft Het Nieuwsblad het bovenste segment van zijn lezers gekost, zodat de krant zich verplicht voelde Het Laatste Nieuws achterna te lopen. De Morgen is nog complexer. Dat is geen maatschappelijk project meer. Onder de paraplu van de Persgroep, is die krant ook een “product” geworden. Alle stoorzenders zijn daar nu weg en de macht van Christian van Thillo is alleen maar groter geworden. De Morgen schuift op naar Het Nieuwsblad van tien jaar geleden, naar het midden. Niet langer project maar product. Niet langer rood maar paars. De scherpte is weg. Waar is de onafhankelijkheid? Er zit nu veel macht in één korfje, dat nu ook nog naar Nederland is uitvergroot.

‘t P: Hoe is nu je relatie met je gewezen confraters?
M.D.:
Mijn leermeester, Guido van Liefferinge, de architect van het Dag Allemaal-succes, zei mij eens, toen ik gestart was bij Joepie (mijn mooiste tijd als journalist): “Ge zijt maar zo belangrijk als uw oplage”. Eens dat je eruit bent, is er niks meer, maar met een aantal vroegere confraters heb ik nog goeie kontakten. Ik voel geen pijn. Ik heb eigenlijk eerder een gevoel van bevrijding. Als je na 25 jaar journalistiek een berisping krijgt van je hoofdredacteur, omdat je een artikel hebt geschreven bij het overlijden van Jean-Marie Berckmans, dan doet dat je iets. Akkoord dat die man “een speciale” was, maar als schrijver heeft hij toch iets betekend. Die aarzeling om standpunten in te nemen over de cultuur, de samenleving, de economie, dit verkant draaiend land... Alles verzeilt op de achtergrond voor een dom wicht dat bij een tatoeëerder binnenstapt. De belangrijke vragen, daar zou ook een populaire krant mee bezig moeten zijn. Ik kreeg het gevoel dat ik in dat plaatje niet meer paste.

‘t P: Heb jij, als ervaringsdeskundige, pasklare remedies om de verziekte pers in Vlaanderen weer gezond te maken en de zeer talrijke misnoegde lezers weer tot het lezen van een krant te bewegen?
M.D.:
De discussie over de toekomst van de openbare omroep is belangrijk. Wegens de belastingen die wij ervoor betalen, zou die omroep een baken van kwaliteit en onafhankelijkheid moeten zijn. De afspraken met de overheid moeten opnieuw bekeken worden. Moet de openbare omroep bezig zijn met twee auto's die botsen, met FC De Kampioenen dat stopt? Die openbare omroep is ook verantwoordelijk voor de infantilisering van de politiek. Politici die door dertigjarigen worden afgeblaft en onderbroken; dat stoort mij mateloos! Het moet tegenwoordig allemaal “jong en verfrissend” zijn, terwijl de maatschappij steeds ouder wordt.

Het Nederlandse taalgebruik is schrijnend. Ik ben nu met de lezing bezig van de jeugdjaren van Hugo Schiltz. De populaire kranten doen daar niks mee, terwijl “Hot Marijke” twee volle pagina's krijgt. Ik vind dat ik daar vragen bij moet stellen. Oudere lezers hebben honger naar kwaliteit, reflecties, analyses, maar dat moet allemaal plaatsmaken voor alledaagsheid. Als wij bij ons thuis met familie en vrienden rond de tafel zaten, dan vroeg mijn vader aan die vrienden: “Hebt gij vandaag Ruys gelezen?” Dat hoofdartikel van Manu Ruys was toen een belangrijk onderwerp van gesprek. Mag ik Jef Lambrecht in Humo aanhalen: “Ik heb een hele generatie jonge journalisten zien binnenkomen die zijn opgefokt in het geloof dat plotselinge sneeuwval, kettingbotsingen, treinen die wegrijden zonder conducteur en FD De Kamioenen belangrijker zijn dan wat er in de wereld gebeurt. Dat is een vorm van desinformatie die het publiek en de democratie niet dient”.

‘t P: Ben je 't met mij eens als ik stel dat de pers verkocht is aan het establishment?
M.D.:
Volmondig! Het gaat om camaraderie onder mekaar. Het is natuurlijk verleidelijk als je uitgenodigd wordt voor een diner dat je zelf niet kan betalen, maar het is niet gezond. Je moet oppassen dat je niet te dicht bij partijen of systemen komt. Sommige hoofdredacteurs hebben echte vriendschapsrelaties met toppolitici. Er wordt voortdurend ingebroken in de onafhankelijkheid van de journalistiek. Als jonge mensen van 25 op een redactie belanden met een goed loon en een auto van de zaak, dan hebben die het uiteraard zèèr moeilijk om te weerstaan aan druk van bovenuit om iets uit of in de krant te halen. Die jonge mensen van 25-30 jaar zijn heel kwetsbaar en de lezer is dan het slachtoffer. De media verzaken aan hun opdracht een correcte vierde macht te zijn. Zij zijn op een foute manier de eerste macht geworden.

 
Snelkoppelingen
't Pallieterke Digitaal
knop-marcus
knop-abonnement
knop-video
knop-kleef
Met steun van
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner