2010 nr 11 - Hubert de Sy (1921-2010)

Dromen van een Vlaamse politieke elite

Het arme Vlaanderen van weleer is niet meer. Het economische zwaartepunt kwam steeds meer in Vlaanderen te liggen, tot op de dag van vandaag. Jammer genoeg vertaalt deze materiële opmars zich niet in de juiste politieke conclusies. Het is een kerngedachte die Hubert de Sy tot op het einde van zijn leven haast tormenteerde. "Welvarend, maar tegelijk geslagen en content", noemt hij het. "En dit terwijl dit land tot een waar ethisch probleem is uitgegroeid."

In een recent verschenen essay bundelde hij verschillende van zijn vele bevindingen. Toen hij op 3 maart op 88-jarige leeftijd plots overleed, werd duidelijk dat hij hiermee zijn politiek testament op schrift had gesteld. Vlak voor zijn overlijden hadden we nog een gesprek met deze boeiende man.

Precies op tijd betreedt een rijzige Hubert de Sy de gelagzaal van de Brusselse zaak waar we afgesproken hebben. Op klasse staat geen leeftijd Met zijn rolkraag trui en ribfluwelen pak is hij all a gentleman. En precies zoals je het van een heer van stand mag verwachten, praat hij rustig en verzorgd.

Geboren in Oostende woonde hij sinds jaar en dag in het Brabantse Roosdaal. Toch maakte hij regelmatig zijn opwachting in de hoofdstad. Het was de plek bij uitstek waar deze bezige bejaarde zijn afspraken afhandelde. Want ook dat was een ander trekje van hem: hij wilde geïnformeerd blijven en boorde daar alle mogelijke kanalen voor aan. Lectuur natuurlijk, maar ook en vooral goede gesprekken.

Toevallig liepen we hem enkele weken later nog eens tegen het lijf. Aan het raam van een trendy taverne in de Brusselse binnenstad genoot hij van een koffie...in afwachting van een volgende afspraak. Geen haar op ons hoofd dat er toe aan dacht dat die koffie de laatste zou zijn die we samen zouden drinken.

Crisis

Enkele maanden geleden beviel hij van een boek, een lang essay eigenlijk. En hoewel schrijven voor Hubert de Sy een eerder late roeping was, was hij hiermee niet aan zijn proefstuk. Dit essay had ook een vervolg moeten krijgen. Hij was ijverig aan het schrijven, maar het heeft niet mogen zijn.

Een eerste opvallende zaak: L'Etat belge en crise existentielle is in het Frans geschreven, een taal die Hubert de Sy uitstekend beheerste. Hij liet zijn manuscript door een Franse vriendin ("een échte Française") nalezen die het gelezen maar ongecorrigeerd terug bezorgde. Een pluim voor de Sy, toch blijft hij er zelf erg bescheiden bij. "Het is mijn betrachting een zo breed mogelijk publiek te bereiken", legde hij uit. "Geen doorsnee Vlaamse bewegers voor wie die inhoud courante kennis is. Wel Franstaligen en vooral buitenlanders die - zoals geweten –over het reilen en zeilen in dit land  heel vaak enkel op Franstalige bronnen beroep doen. Beschouw dit initiatief gerust als een bescheiden, maar welgemeende poging om hun wat tegengif toe te dienen."

De inhoud van dit 128 pagina’s tellende werk samenvatten is niet gemakkelijk. Korte stukjes vormen de componenten van alles wat zowat fout loopt in deze 'Belgische staat in crisis'. Van de recente communautaire geschiedenis, over een klassieker als Le divorce Belge van FDF-voorman Lucien Outers, tot de perfide manier waarop de Koning Boudewijnstichting uitgespeeld wordt en een meer diepgaand stuk over het Frans Jacobinisme dat deze gewesten stevig in zijn greep kreeg.

Hubert de Sy was een belezen man, wie hem kende zal het beamen. Niet alleen van kranten en weekbladen, tijdens zijn rijk gevulde leven las hij ook heel wat klassiekers. De sporen hiervan zijn in dit essay overvloedig aanwezig. En ondanks het feit dat hij het Frans perfect beheerst, wordt zijn schrijfstijl door on-Franse zakelijkheid getypeerd.

Vlaamse of Belgische natie?

"Noem me gerust een primaire flamingant, althans in de classificatie van wijlen Lode Claes", zegde Hubert de Sy. De naam van Claes is voor het eerst maar zeker niet voor het laatst gevallen. Het is een man voor wie hij een grote bewondering koestert. "Een scherpe analyticus", merkte hij op. "Ik heb de eer en het genoegen gehad hem tijdens mijn leven vrij goed te hebben gekend. Hij slaagde er niet enkel het Belgische vraagstuk op een scherpe manier te doorgronden, hij was ook ongemeen streng voor de rol die de Vlaamse Beweging speelde."

Dat hij met bepaalde geledingen van de Vlaamse Beweging constant overhoop lag, deed geen afbreuk aan het feit dat Claes ze toch als zijn biotoop omschreef. Tot op zekere hoogte kan hetzelfde gezegd worden over Hubert de Sy. Hij had een sterk Vlaams kloppend hart, maar fronste toch vaak zijn wenkbrauwen bij de naïviteit waar een zeker segment van de Vlaamse Beweging zich aan bezondigt.

Laat ons echter terugkeren naar die omschrijving van 'primaire flamingant'. "Claes bedoelde daarmee mensen die uit eigen overtuiging en beleving Vlaamsgezind geworden zijn. Sommigen krijgen het met de paplepel mee, waarbij het risico om de hoek schuilt dat al te veel zaken klakkeloos als evidenties aanvaard worden. Deze laatste waren dan de secundaire flaminganten. Mijn eigen Vlaamse reflex werd gecultiveerd toen ik in 1960 uit Kongo ben teruggekeerd. Samen met mijn echtgenote belandde ik in Brussel waar de taal- en sociale verhoudingen me onmiddellijk tegen de borst stuitte. Bevreemdend was het om twee Vlamingen slecht Frans tegen mekaar te horen praten, gewoonweg omdat ze dachten dat het chiquer stond. Vlaamsgezind worden was voor mij een manier om tegen deze gang van zaken te rebelleren."

"Een minderwaardigheidscomplex zag hij als een essentieel element van de Vlaamse kwestie. Blijkbaar moeten Vlamingen kunnen opkijken naar iemand, en dat is iets waar het establishment handig op inspeelt. België telt twee nationaliteiten, zei Claes. Een Vlaamse en een Belgische. Deze analyse strookt in veel grotere mate met de werkelijkheid dan de typische voorstelling van een conflict tussen 'Vlamingen' en ‘Walen’.”

Ethische puinhoop

"Het Belgische probleem overstijgt de klassieke tegenstelling tussen de nationaliteiten", merkte hij op. "Dit land is gewoonweg een ethisch debacle geworden. Corruptie, favoritisme, het tiert hier allemaal welig. Wallonië spant de kroon, maar Vlaanderen is ook aangetast, hoor."

Heel veel gaat verkeerd, toch zag hij het land niet zo snel uit mekaar vallen. "Staatsvorming en de politieke beslissingen die hiermee gepaard gaan, zijn geen rationele processen. Kijk maar naar de rol die de monarchie speelt. Wie de dingen met een nuchtere zakelijkheid bekijkt, onderschat vaak de rol die het Hof speelt. Rechtstreeks en onrechtstreeks. Een treffend voorbeeld hiervan is de Koning Boudewijnstichting, een uitgelezen orgaan om mensen in te kapselen en ze aan de kant van het Belgische establishment te houden."

"Aan Franstalige kant gelooft men overigens in de eigen macht. Terecht, vandaag althans. Hoe snel wordt geen amalgaam gemaakt tussen Vlaams-nationalisme, uiterst rechts en fascisme? Vlamingen gaan daar in mee en zien niet in welke strategie er achter zit. De strijd is zoveel makkelijker als de vijand nog eens als immoreel gestigmatiseerd worden. Een zelfbewuste natie aanvaardt zoiets toch niet!"

"Wat in dit land gebeurt, wordt vanuit het buitenland met meer aandacht gevolgd dan doorgaans aangenomen wordt. Zeker in Parijs weet men zeer goed wat er gebeurt. Op dit moment is rattachisme van Wallonië bij Frankrijk geen optie, maar zo'n dingen kunnen snel omslaan. Als werkelijk alles vast loopt in dit land, zouden we wel eens snel in een heel ander paradigma terecht kunnen komen. Ik kan enkel mijn hoop uitspreken dat we ooit een Vlaamse politieke klasse krijgen die dergelijke dingen inziet én ze anticipeert."

 
Snelkoppelingen
't Pallieterke Digitaal
knop-marcus
knop-abonnement
knop-video
knop-kleef
Met steun van
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner