2010 nr 16 - Mark Demesmaeker
"Kennis van de taal is essentieel”
Zeker in de Rand slaagde N-VA-parlementslid Mark Demesmaeker erin om tijdens de afgelopen jaren een stevige reputatie op te bouwen. Zijn Vlaamsgezindheid heeft iets gevoelsmatig, en dat spreekt een bepaald electoraat aan. Toch slaagt hij er probleemloos in de brug met het hier en nu te slaan en zich rond concrete dossiers te profileren. Aan hete hangijzers geen gebrek in zijn streek. Denken we maar aan het 'Wonen in eigen streek' of de Wooncode ("eigenlijk zouden de Franstaligen ons dankbaar moeten zijn"). "Die initiatieven moeten eens dringend in hun juiste context bekeken worden", liet hij zich kort geleden ontvallen. Een goede reden om hem op te zoeken, dachten we zo.
De vriendelijke ontvangst en koffie waar Mark Demesmaeker ons op trakteert, contrasteert met de norse parkeerwachter die we net spraken. Of beter: wiens stem die we via de intercom van de parking van het Vlaams parlement te horen kregen ("'t is goe, we gaan u binnen laten"). Welkom in het glazen huis. Gelukkig gaat het er enkele verdiepingen hoger gezelliger aan toe.
In de recentste peiling van De Standaard / La Libre Belgique doet de N-VA het opperbest. We treffen Mark Demesmaeker de dag na het wereldkundig maken van deze resultaten. We durven aannemen dat het hem vrolijk stemt. "Uiteraard, een overwinning, ook al is het slechts in een peiling, is altijd leuker dan een voorspeld debacle. Maar mag ik met een cliché antwoorden? De échte peiling zijn de verkiezingen zelf. Het gevaar bestaat altijd dat men een puik resultaat in de polls als een minimaal streefdoel gaat interpreteren. Hierdoor zorgt zelfs een mooie winst voor een perceptie van achteruitgang. Dit gezegd zijnde, klopt het wel dat onze partij in de lift zit. Dit voel je ook zonder peilingen aan. Op vele plaatsen waar ik kom, merk ik dat we veel mensen aanspreken. Zeker bij jongeren doen we het goed, wat me hoopvol stemt over de toekomst. Dat we er in slagen de Vlaams-nationale boodschap ook in deze leeftijdscategorie te laten aanslaan, kan enkel worden toegejuicht. In grote mate is dit de verdienste van Bart de Wever. Als geen ander slaagt hij erin op een no nonsense manier te verwoorden waarover het draait. Weet u, ikzelf ben gepokt en gemazeld in de Vlaamse Beweging. Al jaren ga ik naar zowel IJzerbedevaart als IJzerwake, daar hecht ik veel belang aan. Maar laat ons realistisch blijven: om de jeugd aan te spreken heb je meer dan romantiek en herinnering nodig.”
'Wonen in eigen streek'
De afgelopen weken raakten enkele gevallen bekend, allen een gevolg van de zogenaamde 'Wonen in eigen streek' politiek van de Vlaamse overheid. Tot hun verbijstering blijken bepaalde mensen plots geen huis te mogen kopen aan de kust of in de Rand. Het weze gezegd dat deze onfortuinlijken zowel Nederlandstalig als Franstalig zijn, ook al wordt dat in de Franstalige pers angstvallig verzwegen. Bijsturen dat decreet, klinkt het unisono. Deelt u die mening?
"Beslist, maar laat ons toch het kind niet met het badwater weggooien", voegt hij er onmiddellijk aan toe. "Deze dossiers moeten dringend in een ruimer kader geplaatst worden. 'Wonen in eigen streek' is aanvankelijk een voorstel tot decreet van uw dienaar. Dit werd geïntegreerd in het ruimere Grond- en Pandendecreet. Waar draait dit nu om? Want hierover bestaan de grootste misvattingen. Het is een ingrijpen van overheidswege op de privémarkt, dat klopt. Zij het dat dit enkel kan voor projecten in nieuw aan te snijden woonuitbreidingsgebieden. Dat is dus een heel erg beperkt deel van de gronden die op de markt komen. Het probleem is dat "nieuw aan te snijden" niet letterlijk in het decreet staat en bepaalde gemeenten dit instrument vrij extensief zijn gaan gebruiken. De letter van de wet werd met andere woorden gevolgd, niet de geest. Het gaat hier om een vergissing met enkele verstrekkende gevolgen. Hier moet aan gesleuteld worden. In de Rand, dat moet ik er aan toevoegen, wordt het toepassingsgebied uitgebreid tot alle projecten waarvoor afgeweken wordt van de gewestplannen. Maar zelfs dan betreft het nog slechts een fractie van het globale aanbod."
"Op zich is dit 'wonen in eigen streek' dus een bescheiden sociaal correctief op de vrije markt", vervolgt hij. "En laat ons wel wezen: dat is geen overbodige luxe. Wonen in de Rand is peperduur geworden. Ik herinner me nog de vorige verkiezingen waar de CD&V de markten in de streek afschuimde om potjes aarde uit te delen. Betaalbare grond, was hun belofte. Welnu, veel jonge mensen uit de streek trekken noodgedwongen weg, niet zelden over de taalgrens waar het gemiddeld toch één derde goedkoper is. Met 'Wonen in eigen streek' proberen we net voor die mensen iets te doen. Al de rest is stemmingmakerij. De consensus onder de Vlaamse partijen voor deze maatregel is trouwens erg groot. Ook dat mag wel eens vermeld worden.”
Wooncode
"De Wooncode is een heel ander verhaal, ook al wordt alles vaak op een hoopje gegooid. Hier gaat het over het verkrijgen van sociale woningen. Wie hiervoor in aanmerking wil komen, wordt gevraagd blijk te geven van wat ik zou omschrijven als 'taalbereidheid'. Nergens wordt de eis gesteld dat een kandidaat-huurder Nederlands moet kennen om in aanmerking te komen. Dat zou ook niet kunnen met de huidige grondwet. Wel wordt gevraagd ofwel zijn kennis van het Nederlands te bewijzen, ofwel een taalcursus te volgen. Aan deze cursus is, voor alle duidelijkheid, geen eindexamen verbonden. Dit is toch wel wat anders dan wat hier in de Franstalige media, Le Soir op kop, over rondgebazuind wordt. Zonder scrupules stelt men daar de Wooncode voor als een pesterij gericht tegen de Franstaligen uit de Rand. In werkelijkheid is de sociale fragmentatie die men in heel wat sociale woonwijken in Vlaanderen - en niet enkel in de Rand - vaststelt de belangrijkste aanleiding van deze maatregel. Kennis van de taal is een essentieel instrument om zijn draai in de samenleving te vinden. Om werk te vinden, met de buren te communiceren, noem maar op. Eigenlijk zou men ons dankbaar moeten zijn en de aangeboden kansen met beide handen grijpen. Dat men dit niet doet, zegt veel over de mentaliteit die aan Franstalige kant overheerst."
Onderwijskansen
"Sinds ik in het parlement zetel is er één parlementaire vraag die ik elk jaar opnieuw stel: wat is het aandeel Franstaligen in de groep werklozen van Halle-Vilvoorde?", legt Mark Demesmaeker uit. "Het antwoord is onthutsend: 54%. Toen ik de vraag voor het eerste stelde in 2004 bedroeg dit nog 47%. In 2006 was een scharniermoment, toen werd de kaap van de 50% overschreden. Welke conclusie hieruit trekken? Wanneer we spreken over de verfransing van de Rand gaat het niet enkel om gefortuneerde villabewoners zoals men die wel in Kraainem of Wezembeek aantreft. Er komt een heel ander publiek naar de Rand. En deze ontwikkeling kun je niet los zien van wat in Brussel gebeurt. Wij zitten in de meerderheid op Vlaams niveau en doen wat we kunnen om de situatie af te remmen. De echte sleutel ligt evenwel op federaal vlak. Mede door een ongepaste immigratiepolitiek barst Brussel uit zijn voegen. Die weerslag voelen wij ook. Ook op het onderwijs. Halle bijvoorbeeld is een belangrijke plek voor onderwijs. Op een bevolking van 30.000, telt de stad zo'n 10.000 leerlingen. Vroeger waren die grotendeels uit het Pajottenland afkomstig. Vandaag tel je steeds meer Brusselaars, zowel Nederlandstaligen als Franstaligen. Koppel dit aan de onderwijsperikelen in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel en je ziet toch dat dit een interessant kader creëert. Het levert een potentieel op dat onvoldoende benut wordt. Geloof niet dat het onderwijs als een vernederlandsingsmachine gebruikt kan worden (wat het Franstalig onderwijs destijds in andere richting wel was). Maar je levert wel jongeren af die meer dan behoorlijk onze taal kennen."
"Geert Bourgeois was juiste man op juiste moment"
Noem Mark Demesmaeker zeker geen BV die de stap naar de politiek zette. Correcter is te spreken over een man wiens eerste liefde de politiek was, vervolgens in de media aan de slag ging, om twee decennia later terug naar de res publica te keren. Vandaag is hij al een enkele jaren Vlaams parlementslid voor de N-VA en sinds 2006 ook schepen in zijn geliefde thuisstad Halle.
"Net 24 was ik geworden toen ik mijn eed aflegde als gemeenteraadslid voor de Volksunie in Halle", legt hij uit. "Ik was een van de jongste raadsleden van het land. Dit partijpolitieke engagement was niet zomaar uit de lucht komen vallen. Al van mijn zestiende was ik in verschillende geledingen van de Vlaamse Beweging actief. De TAK-betogingen in Voeren of de Lokettenkwestie in Schaarbeek, ik maakte het allemaal mee. Op sommige momenten was het vrijwel elke week wel ergens prijs. Vaak eindigde dit ook met enkele uren gebrom in een of andere cel. Toen ik voor de toenmalige BRT kon gaan werken - tot 1988 stond ik in het onderwijs - moest ik aan mijn politieke bedrijvigheden verzaken. Wat ook gebeurde. Lang bleef ik niet bij het 'huis van vertrouwen', want in 1991 zette ik de stap naar VTM.”
Waarom precies die terugkeer naar de politiek? "Twee elementen speelden hierbij een rol. Enerzijds raakte ik wat uitgekeken op de journalistiek. Maar anderzijds was er ook de politieke context die me danig begon te prikkelen. Er was het beleid van de eerste Paarse regering. Maar ook de situatie op het terrein in mijn eigen regio. Ik zag de verfransing met rasse schreden toenemen, wat een haast dagelijkse ergernis was. Toen Geert Bourgeois me vroeg de stap naar de N-VA te zetten, was hij de juiste man, op de juiste plaats en vooral op het juiste moment. De tijd was er rijp voor, al was het geen beslissing zonder risico's. Ik kreeg de 5de plaats op de gemeenschappelijke lijst met CD&V, een strijdplaats. Voor hetzelfde geld had het op een sisser kunnen uitlopen en viel ik uit de boot zonder ergens op te kunnen terugvallen.
Vandaag is hij Vlaams parlementslid van een regeringspartner. En schepen voor o.a. Vlaams Beleid, Cultuur en Toerisme in Halle. Hoe belangrijk acht hij het deel uit te maken van een meerderheid? "Het is een element dat je niet mag onderschatten", meent hij. "Per slot van rekening is het binnen een meerderheid dat een beleid gestalte krijgt en je er een stempel op kan drukken. Hoe je het ook draait of keert is oppositie voeren een vrij steriel gebeuren, ook al moet ik bekennen dat ik het als prille twintiger best leuk vond hoor."
| < Vorige | Volgende > |
|---|














