Dirk Verhofstadt over Pius XII
Wie zich in een historisch debat wil mengen, moet zich steeds hoeden voor het amalgaam. Zo heeft de recente discussie over de rehabilitatie door Benedictus XVI van vier traditionalistische bisschoppen, onder wie Richard Williamson, die zich de woede van de wereldpers op de hals haalde met negationistische uitspraken over de gaskamers in Auschwitz, niets te maken met het voornemen van de huidige kerkvorst om paus Pius XII heilig te verklaren. Benedictus XVI sprak daarover tijdens een mis die hij vorig jaar opdroeg ter gelegenheid van de vijftigste sterfdag van Eugenio Pacelli, op 9 oktober 1958.
De rehabilitatie van de volgelingen van wijlen Marcel Lefèbvre heeft ook niets met enige sympathie voor revisionisme of antisemitisme van doen, zoals sommige linkse scherpslijpers in Vlaanderen willen doen geloven. De broederschap van Pius X, waartoe de traditionalisten behoren, heeft in de scherpste bewoordingen afstand genomen van de uitspraken van Williamson. Het is niet aan politici om de geschiedenis in wetten te gieten. Het is evenmin aan de katholieke Kerk of aan bisschoppen om de geschiedenis te herschrijven. Laat de historici hun werk doen.
Niettemin proberen sommigen vandaag een sfeer te creëren, als zou dé Kerk met haar gebaar van verzoening ten overstaan van traditioneel gezinde katholieken en met haar getoonde intentie om Pius XII heilig te verklaren, bewijzen dat ze diep in haar binnenste nog niet verlost is van de demonen van anti-judaïsme uit het verleden. Ook in Vlaanderen lopen intellectuelen rond die ijverig aan deze kar trekken, getuige daarvan het recente artikel van Dirk Verhofstadt in De Morgen, waar ook hij de actualiteit van het debat over de rehabilitatie van de traditionalistische bisschoppen en de polemiek over Williamson zonder de minste nuance in het verlengde legt van de historische discussie over de rol van Pius XII tijdens WO II.
Geen nieuwe beschuldigingen
De beschuldigingen aan het adres van oorlogspaus Pius XII, als zou hij tijdens de Tweede Wereldoorlog gezwegen hebben toen de nationaalsocialisten de joden naar de vernietigingskampen deporteerden, zijn niet nieuw. Toen enkele jaren geleden achtereenvolgens de Nederlandse vertaling verscheen van Daniel Goldhagens boek A moral reckoning. The role of the Catholic Church in the Holocaust en de film Amen van Costa-Gavras (over hetzelfde thema) in de zalen kwam, ben ik in dit blad al eens uitvoerig ingegaan op de argumenten van hen die beweren dat Pius XII gezwegen heeft tijdens de oorlog en niets of veel te weinig zou gedaan hebben om het lot van de vervolgde joden te verzachten. Goldhagen en Costa-Gavras waren overigens niet de eersten om Pius XII zowaar van medeplichtigheid met het nationaalsocialisme te beschuldigen.
In de jaren zestig was de Duitse toneelschrijver Rolf Hochhuth met zijn stuk Der Stellvertreter de eerste die de aanval inzette op het "stilzwijgen" van de oorlogspaus. In 1999 werd hij gevolgd door John Cornwell die wereldwijd veel opschudding veroorzaakte met zijn boek Hitler's Pope. Goldhagen deed drie jaar later eigenlijk niet veel meer dan op zeer polemische wijze voortborduren op de argumenten van Cornwell. Geheel in de stijl van zijn in 1996 verschenen boek, Hitler’s willing executioners, waarin hij van elke Duitser een medeplichtige aan de Holocaust maakte. Vooral de twee joodse publicisten Norman Finkelstein en Ruth Birn hebben deze mediageile polemist toen op treffende wijze van antwoord gediend in A Nation on Trial – The Goldhagen Thesis and Historical Truth dat ik de geïnteresseerde lezers van dit blad niet genoeg kan aanbevelen.
Sinds september 2008 ligt er nu ook bij ons een lijvig werk in de boekhandel dat wil aantonen van welk schuldig verzuim - zo niet erger - de geschiedschrijving Pius XII wel mag betichten. Het werd geschreven door Dirk Verhofstadt, de drijvende kracht achter de webstek Liberales, en moet Vlaanderen er op zijn beurt van overtuigen dat een mogelijke zaligverklaring van deze paus een schandalige en voor het imago van de Kerk funeste beslissing zou zijn. De vraag is echter of zijn argumentatie – Verhofstadt toont zich een perfecte leerling van Goldhagen wiens ideologische uitgangspunten hij tot de zijne maakt - steek houdt. Ik heb het boek van a tot z gelezen en meen niet dat ik ook maar één letter aan mijn twee pagina’s van zeven jaar geleden in dit blad moet veranderen. (Een korte opmerking: zoals de meeste auteurs schrijf ik jood en joods (zoals protestant en protestanten, katholiek en katholieken) met een kleine letter en Israëli met een hoofdletter. De ene term verwijst naar religie, de andere naar nationaliteit. Verhofstadt gebruikt hoofdletters. Het is gewoon een kwestie van conventie.)
Maar vooreerst dit. Als agnosticus spreek ik mij niet uit over de eventuele heiligverklaring van mensen en dus ook niet over die van Pius XII. Ik weet niet of er heilige mensen bestaan. De bekende pater Kolbe die in de hongerbarak van Auschwitz de plaats innam van een jood die was aangewezen om te sterven, was antisemiet. Was Kolbe een heilige? Misschien wel. De naar Duivelseiland verbannen joodse kapitein Alfred Dreyfus, voor wie zoveel Franse intellectuelen in de bres sprongen nadat hij in december 1894 onschuldig veroordeeld werd in naam van de raison d’Etat, weigerde in de jaren twintig van vorige eeuw zelf een appèl te ondertekenen om gratie te vragen voor de terdoodveroordeelde anarchisten Sacco en Vanzetti, schrijft Geert Mak in zijn opus magnum In Europa. Was Dreyfus een heilige? Ik denk het niet.
Verhofstadt verdeelt de wereld in goed en kwaad. Mensen die denken als hij en mensen die niet denken als hij. Ik zou mij daarvoor hoeden. Ik ben het wel eens met moraalfilosoof Etienne Vermeersch wanneer die schrijft (in een brief aan De Standaard op 1-10-2008) dat de beslissing van de Congregatie van het H. Officie om kinderen van joden die tijdens de oorlog in katholieke families of instellingen waren opgenomen en die intussen waren gedoopt, niet aan joodse verwanten, zelfs niet aan hun ouders, terug toe te vertrouwen, misdadig was en dat als Pius XII daar zijn zegen aan gaf - zoals blijkt uit een brief aan nuntius Roncalli die is teruggevonden tussen de dagboeken van paus Johannes XXIII, en waarvan Dirk Verhofstadt een fotokopie brengt - hij inderdaad weinig blijk gaf van menselijk inlevingsvermogen (zonder daarom onmiddellijk zoals Vermeersch van een "misdaad tegen de menselijkheid" te willen spreken). De verdedigers van de paus zouden mij eens moeten uitleggen hoe zoiets mogelijk was. Maar deze kwestie heeft natuurlijk niets met de kern van de zaak te maken.
Twijfelachtige bronnen?
In de inleiding van zijn in september vorig jaar verschenen boek Pius XII en de vernietiging van de Joden (Houtekiet, 510 blz., 29,95 euro) nodigt Dirk Verhofstadt zijn lezers uit zijn visie op de houding van de katholieke Kerk ten opzichte van de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog "aan de meest meedogenloze kritiek" te onderwerpen. Verhofstadt zegt er zich van bewust te zijn dat zijn (ontkennend) antwoord op de vraag of paus Pius XII de discriminatie, vervolging, deportatie en uitroeiing van de joden duidelijk en consequent heeft veroordeeld, heel wat lezers zal ergeren. Daarmee zet hij de toon. En ja, zijn boek heeft ook mij mateloos geërgerd en ik zal hier proberen uit te leggen waarom. Maar ik geef grif toe dat ik dit nieuwe werk van Verhofstadt met veel belangstelling heb gelezen. De auteur heeft lang en grondig aan zijn boek gewerkt en kent zijn dossier, al merkt de lezer snel dat hij zich als militant vrijzinnige aan het schrijven gezet heeft met als enige bedoeling de oorlogspaus in een zo zwart mogelijk daglicht van verregaande holocaustbetrokkenheid te plaatsen. Zijn polemisch oeuvre had een uitvoeriger debat in de media verdiend dan het weinige dat we gezien hebben. Maar dan wel een tegensprekelijk debat.
Laten we eens de methodologie van Dirk Verhofstadt onder de loep nemen. Zo maakt hij in het eerste hoofdstuk van zijn 510 bladzijden tellend opus indruk op de lezer door een opsomming te geven van de vele publicaties die al verschenen zijn over de rol die Pius XII tijdens de oorlog speelde. Verhofstadt noemt daarbij voor- en tegenstanders, wat een schijn van objectiviteit moet wekken, maar die schijn bedriegt, want men constateert dat hij bijvoorbeeld het boek van de Italiaanse Margherita Marchione Did Pope Pius XX help the Jews? misprijzend afdoet als een "hagiografisch essay”, terwijl de extreemlinkse Duitser Karlheinz Deschner - van wie het boekje Herders en Wolven - pausen van de twintigste eeuw in 1994 in vertaling werd uitgegeven door de bij de PVDA aanleunende uitgeverij EPO - tot een "gezaghebbende kerkcriticus" wordt gebombardeerd. De argumenten van historicus Michael Hesemann, die in zijn boek Hitlers Religion: die fatale Heilslehre des Nationalsozialismus benadrukt dat Hitler het katholicisme evenzeer haatte als de joden, veegt Dirk Verhofstadt van tafel met het simpele argument dat Hesemann "twijfelachtige bronnen zoals Hermann Rauschning en Konrad Löw" zou gebruiken. Waarom dat zo zou zijn, verklapt hij ons niet. Waarom zou Hermann Rauschning als bron twijfelachtig zijn?
Laat me ook eens polemisch zijn. Toch niet omdat de Britse negationist en vriend van bisschop Williamson, David Irving, diens Gesprekken met Hitler apocrief heeft genoemd? Neen toch! Historici als John Toland, Kershaw en Joachim Fest heb ik dat nooit horen zeggen en zij steunen wel op Rauschning. En wat is er mis met Konrad Löw, een eerbiedwaardige hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Erlangen, behalve dan het feit dat hij enkele antimarxistische publicaties op zijn naam heeft staan? Is hij daarom gediscrediteerd als bron? Bronnen zijn voor Dirk Verhofstadt blijkbaar pas aanvaardbaar als ze zijn vooroordelen voeding geven en worden plots "twijfelachtig" als ze dat niet doen. Dat zegt al genoeg over de methode die de auteur hanteert. Een polemist gaat misschien zo te werk, maar een historicus die naam waardig zou er zich in een delicaat geschiedkundig debat voor moeten hoeden zijn vooringenomenheid op een dergelijke wijze te etaleren.
Geen enkele nuance
Het is tevens spijtig dat in een historisch werk als dit, waar Dirk Verhofstadt zoals gezegd hard en lang aan moet hebben gewerkt, nogal wat vervelende fouten zijn geslopen, zeker als we in de inleiding lezen dat verschillende mensen het manuscript hebben nagelezen. Waar haalt Verhofstadt het om zonder enige bronvermelding te schrijven dat Joseph Ratzinger in 1944 werd opgeroepen voor de Waffen-SS? (blz. 151) Verwart hij hem soms met Günter Grass? Of met Günter Samtlebe, de latere socialistische burgemeester van Dortmund? Of met Hans-Martin Schleier, de in 1977 door de RAF vermoorde liberale voorzitter van de Duitse werkgeversorganisatie? Of met Manfred von Scheven, de vroegere woordvoerder van de SPD? Zij waren lid van de Waffen-SS, zoals de jonge Hugo Schiltz dat bijna was, toen die, zoals hij dat in zijn gesprekken met Kris Hoflack vertelde, op het einde van de oorlog ei zo na naar het oostfront vertrok. De jonge Ratzinger deserteerde in 1945.
Pétain en Salazar "fascisten" noemen, getuigt ook niet van veel historische nuance. Grote Pétain-biografen zoals Marc Ferro en Philippe Alméras, die niet van enige sympathie voor het Franse staatshoofd tijdens de Duitse bezetting kunnen worden verdacht, doen dat alvast niet. Maar voor Verhofstadt bestaat de wereld klaarblijkelijk uit fascisten en antifascisten. En conservatieve katholieken behoren bij hem per definitie tot de eerste categorie.
Zo noemt hij de royalistische Action française van Charles Maurras op bladzijde 237 van zijn boek ook verkeerdelijk een politieke partij, hetgeen de AF nooit is geweest. Wat wel klopt is dat Pius XI de antisemitische Action française in 1926 heeft geëxcommuniceerd, maar juist omdat Maurras ongelovig was, wat Dirk Verhofstadt er niet bij vertelt. En waar haalt hij het om de Franse Nobelprijswinnaar voor geneeskunde ervan te beschuldigen in zijn boek L'homme cet inconnu ervoor hebben gepleit "gaskamers te gebruiken om inferieure mensen uit te schakelen". Ik zou willen dat hij mij die passage toont. De Franse professor René Küss, van de Académie de chirurgie, heeft de onzin van de beschuldigingen aan het adres van Carrel allang aangetoond (Le Figaro, 31 januari 1996). Maar zoals steeds wanneer Dirk Verhofstadt zich op glad ijs begeeft: geen enkele bronvermelding.
Op bladzijde 239 van zijn boek schrijft hij over de deportaties vanuit Frankrijk: "De paus en het Frans episcopaat zwegen." Om enkele zinnen later zeer kort te vermelden dat er "enkele uitzonderingen waren", zoals aartsbisschop Saliège van Toulouse en kardinaal Gerlier van Lyon. Hier gaat Verhofstadt wel heel kort uit de bocht. Waarom vertelt hij zijn lezers niet hoe er op initiatief van kardinaal Suhard van Parijs en ondertekend door alle kardinalen en bisschoppen van bezet Frankrijk in juli een gezamenlijke verklaring aan maarschalk Pétain werd overhandigd waarin het volgende stond: "Diep geschokt door de massale arrestaties en de onmenselijke behandeling die de joden wordt aangedaan, kunnen wij de roepstem van ons geweten niet onderdrukken. In naam van de menselijkheid en de christelijke beginselen doen wij ons protest horen ten gunste van de onvervreemdbare rechten van de mens." (Geciteerd in Lapide, bladzijde 187)? Waarom vermeldt hij niet hoe Valerio Valeri, de pauselijke nuntius in Frankrijk, op vraag van Pius XII, in augustus 1942 een beroep deed op eerste minister Laval om "de strenge maatregelen tegen de joden in Vichy-Frankrijk te verzachten”? Waarom vermeldt hij niet hoe dezelfde Valerio Valeri ook bij Pétain zelf protesteerde tegen de vervolging van de joden met de boodschap dat "de Heilige Vader u vraagt een einde te maken aan deze onmenselijke arrestaties van weerloze mensen… De Heilige Vader begrijpt het niet en keurt het af."? Waarom doet hij het verhaal niet hoe kardinaal Gerlier persoonlijk en met groot risico honderden joodse kinderen liet verbergen? De collaborerende krant Au Pilori reageerde op 12 oktober 1942 als volgt: "Wij eisen het hoofd van Gerlier, de raaskallende talmoedist, de verrader van zijn geloof, zijn land en zijn ras." En radio-Parijs vroeg zich op 2 september 1942 af "waarom bepaalde Vaticaanse klieken op hun achterste benen gaan staan telkens als het de afstammelingen van de christus-moordenaars betreft… Het is waarlijk niet de eerste keer dat wij bij een groep in de katholieke Kerk deze bijzondere voorkeur voor joden, vrijmetselaars en democratie constateren." Maar voor Dirk Verhofstadt zijn de zaken eenvoudig: "De paus en het Franse episcopaat zwegen." Dat is intellectueel niet meer eerlijk.
Joodse verdedigers van paus Pius
Dirk Verhofstadt vermeldt de vele (vaak ook joodse) auteurs wel die de verdediging van Pius XII op zich nemen, maar gaat aan hun argumenten voorbij of citeert ze nauwelijks. Zo signaleert hij kort het nog steeds lezenswaardige boek van Pinchas Lapide, The last three Popes and the Jews (Verhofstadt geeft de titel verkeerd aan met Three Popes and the Jews, zowel op bladzijde 21 als in zijn bibliografie en evenmin vertelt hij zijn lezers dat er in 1967 een Nederlandse vertaling van verscheen onder de titel De laatste drie pausen en de joden, waar hij dat in andere gevallen wel doet), dat reeds midden jaren zestig verscheen als antwoord op de eerste grote aanval op Pius XII, het beruchte toneelstuk van Rolf Hochhuth, Der Stellvertreter, waarnaar ook Dirk Verhofstadt regelmatig refereert.
Maar nergens vermeldt Verhofstadt dat Lapide tussen 1956 en 1958 Israëlische consul in Milaan was. Alsof hij niet wil dat zijn lezers weten dat zoveel joden hevige verdedigers van Pius XII zijn.
Lapide is niet het enige voorbeeld. Verhofstadt verwijst ook kort naar het boek van de Amerikaanse rabbijn David G. Dalin, The myth of Hitler's Pope - how pope Pius XII rescued Jews from the nazis, maar nergens gaat hij op de nuchtere argumenten van deze Amerikaan in die zich in tegenstelling tot Verhofstadt niet bezondigt aan het steeds maar weer herhalen van zijn argumenten, maar bondig en zakelijk het dossier van de verdediging presenteert. (Vreemd genoeg citeert Verhofstadt ook hier de titel verkeerd. Hij heeft het over The myth of Hitler's Pope: Pope Pius XII and His Secret War Against Nazi Germany. Gewone slordigheid, of heeft hij dit boek niet gelezen omdat hij op voorhand wist dat de conclusies van Dalin hem niet zouden bevallen?)
“Pius XII der Judenpapst”
Verhofstadt wijdt een vrij omvangrijk hoofdstuk in zijn boek aan de Jodenvervolging in Hongarije en aan de vermeende medeplichtigheid van de katholieke Kerk daar. Hij steunt vooral op het oeuvre van Saul Friedländer en heeft het daarbij over de "funeste impact van de Kerk en de paus op de Holocaust" (blz. 329), suggererend dat de paus niet alleen zou gezwegen hebben, maar tevens zijn goedkeuring aan de massaslachtingen zou hebben gegeven. Op bladzijde 244 lezen we zowaar: “Ook het Vaticaan behield tot zeer laat zijn geloof in het nazisme.” Op het einde (blz. 411) klinkt het zelfs dat de joden werden vermoord door “hun christelijke beulen” en spreekt Verhofstadt (blz. 418) van de “ondubbelzinnige keuze van het Vaticaan voor het fascisme en het nazisme” om over de Jodenmoord als volgt te besluiten: “Hun uitroeiing was de prijs die de katholieke Kerk bereid was te betalen om haar positie te beschermen en te versterken.” Dit is niet serieus meer. Dit is geen geschiedschrijving. Dit is voor Humo-lezers.
Geen enkele serieuze historicus, hoe kritisch hij ook is voor de oorlogspaus, heeft van Pacelli ooit een nazisympathisant gemaakt. Komaan zeg! Zou dokter Goebbels in 1942 een pamflet op tien miljoen exemplaren hebben laten verspreiden over “Pius XII, der Judenpapst”, mocht dat zo zijn? Zou in bezet Polen de doodstraf hebben gestaan op het luisteren naar Radio Vaticaan, mocht dat zo zijn? Zou het Israëlisch Filharmonisch Orkest, dat weigert de werken van Wagner te spelen, in 1955 een optreden in het Vaticaan hebben gegeven uit dankbaarheid voor de vele discrete tussenkomsten van Pacelli, mocht dat zo zijn?
Zouden personaliteiten als Albert Einstein, Golda Meir, Moshe Sharett of grootrabbijn Isaac Herzog hun dankbaarheid jegens Pius XII publiek hebben uitgedrukt, mocht dat zo zijn?
Zou de Unie van Italiaanse joodse gemeenschappen in 1955 17 april tot “dag van dankbaarheid” hebben uitgeroepen, mochten 155 Romeinse kloosters op vraag van Pius XII in 1943 en 1944 geen onderdak hebben geboden aan 5000 joden? (Eugenio Zolli, de voormalige grootrabbijn van Rome beschrijft in zijn memoires hoe Pius XII er alles aan deed om gevluchte joden onderdak te geven en hoe hij de deuren van zijn buitenverblijf in Castel-Gandolfo liet openen voor 3.000 joodse vluchtelingen.)
Elke historicus weet, en Dirk Verhofstadt geeft dat ook aarzelend toe, dat het Vaticaan in de zomer van 1944 bij de Hongaarse leider Horthy scherp protesteerde tegen de deportaties van de Hongaarse joden naar Auschwitz. Ook hier weer zien we dat Verhofstadt selectief is met zijn bronnen. Nergens bijvoorbeeld maakt hij gewag van het werk van de Hongaars-Joodse historicus Jeno Levai die zich al in 1968 zo boos maakte over de beschuldigingen betreffende het “zwijgen” van de paus dat hij in zijn boek Hungarian Jewry and the Papacy: Pius XII Did Not Remain Silent de puntjes op de i zette. Levai kende Pacelli al voor de oorlog en werd later een van de vooraanstaande Holocausthistorici. Op grond van wat hij ontdekte in de archieven, schrijft hij dat “the papal nuncio and bishops intervened again and again on the instructions of the pope and because of these directives in the autumn and winter of 1944 there was practically no Catholic Church or institution in Budapest where persecuted Jews did not find refuge” ("de pauselijke nuntius en de bisschoppen kwamen op bevel van de paus steeds weer tussenbeide en dankzij deze pauselijke bevelen was er in de herfst en de winter van 1944 haast geen katholieke kerk of instelling meer over waar vervolgde joden geen toevlucht vonden"), geciteerd bij Dalin, blz. 11. Het boek kreeg overigens een voorwoord door niemand minder dan Robert M.W. Kempner, vicehoofdaanklager van de Amerikanen op het proces van Neurenberg. Geen woord daarover bij Verhofstadt.
Diplomatisch stilzwijgen
Heeft Pius XII gezwegen over de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog? Neen. Was hij om diplomatische redenen discreet in zijn handelen? Ja. Zijn vriend Eugenio Zolli, de opperrabbijn van Rome, voorspelde na de oorlog al snel dat men hem die stille diplomatie zou kwalijk nemen. Maar is stille diplomatie vaak niet veel efficiënter dan luid geschreeuw? Verhofstadt denkt van niet. Ik weet het niet. In Nederland hebben de bisschoppen hardop tegen de deportaties geprotesteerd. In weinig bezette Europese landen moest een joodse gemeenschap een zo zware tol betalen als in Nederland. De paus wist dat en koos daarom voor optreden in de coulissen. Men kan kritiek hebben op die houding. Ze veroordelen als “medeplichtigheid met de nazi’s” is intellectueel oneerlijk.
Zwegen de geallieerden tussen 1940 en 1945, terwijl ze slechts het hoofddoel, de militaire verplettering van Duitsland, voor ogen hadden, soms ook niet over wat zich in de kampen in Polen afspeelde? Erger nog, ze zwegen zelfs na de oorlog. Eisenhower, Churchill en Charles de Gaulle hebben alle drie hun oorlogsmemoires gepubliceerd. Crusade in Europe (1948) van de Amerikaanse opperbevelhebber telt 559 bladzijden; The Second World War (zes delen, 1948-1954) van Churchill telt 4.448 bladzijden en de Mémoires de Guerre van de Gaulle (drie delen, 1954-1959) tellen 2.054 bladzijden. In geen enkel van deze werken staat een letter over de “gaskamers”, de “genocide op de joden” of de “zes miljoen joodse slachtoffers van de nazi’s”. Schuldig verzuim? Of zou het kunnen dat de joodse tragedie ook na de bevrijding van niemand de aandacht kreeg waar ze vandaag wel recht op heeft? Daniel Goldhagen, opgehemeld door Verhofstadt, schrijft dat de historici in het verleden veel te veel aandacht aan de gaskamers hebben besteed en dat hun “efficiëntie fel overdreven wordt”. (In de Franse uitgave: Les Bourreaux volontaires de Hitler. Les Allemands ordinaires et l’Holocauste, blz. 18.) In tegenstelling tot wat Friedländer, Hilberg, Reitlinger, Dawidowitz en Verhofstadt schrijven, komt de grootste procureur van Pius XII in een voetnoot tot de volgende vreemde vaststelling: “… contrary to both scholarly and popular treatments of the Holocaust, gassing was really epiphenomenal to the Germans’ slaughter of Jews ("…in tegenstelling tot de wetenschappelijke en populaire behandelingen van de Holocaust, waren de vergassingen slechts secondair bij het afslachten door de Duitsers van de joden." In de Engelse uitgave: Hitler’s Willing Executioners… blz. 533, n. 81.)
Ik geef deze details omdat wij moeten oppassen feiten uit het verleden met een bril van vandaag te beoordelen. Niet de paus weigerde de joden te helpen. Het waren de geallieerde landen die vaak reeds vóór 1939 weigerden joodse vluchtelingen op te nemen.
En Voltaire?
Ik besluit. Vrijzinnigheid is net zoals katholicisme zeer eerbiedwaardig, wanneer ze zich met respect voor andere overtuigingen manifesteert. Militante vrijzinnigheid kan echter makkelijk het omgekeerde effect hebben van wat ze pretendeert te verdedigen. Is er iemand onverdraagzamer dan een papenvreter als Karel de Gucht die als een ware Torquemada op de barricade staat om het christelijke geloof te bestrijden? Onlangs werd in Antwerpen een boek van de 89-jarige, gewezen liberale staatssecretaris Karel Poma over de verlichting voorgesteld. De Gucht kwam er bij wijze van inleiding vertellen hoe onverdraagzaam en slecht het vrij onderwijs in Vlaanderen wel is.
De verlichting, juist. Goed en kwaad. Verlichting tegen obscurantisme. Met voorop de grootmeester van de verlichting, Jean-Marie Arouet, beter bekend als Voltaire, de vader van het vrije denken. Dirk Verhofstadt, de bestrijder van het kerkelijke antisemitisme, heeft er een grenzeloze bewondering voor, als ik dat zo lees op zijn webstek, Liberales. Ik zou hem willen aanraden een van de grootste filosofen van de voorbije eeuw er eens op na te lezen. De Engelse jood George Steiner, die in zijn oeuvre heeft gewezen op enkele passages uit Le Dictionnaire philosopique van Voltaire uit 1769 en op het bij momenten barbaarse antisemitisme van de vader van de verlichting. Misschien was ook Voltaire een wegbereider van de Holocaust?
Publicatie: 2009 nr 15 & nr 16
| < Vorige | Volgende > |
|---|














