Wij exporteerden ons calvinisme
Jean Calvin, de hemelbestormer van Genève, wordt twaalf maanden herdacht in Nederland. Vlaanderen memoreert niks. Vijfhonderd jaar geleden stond zijn wieg nochtans aan de grens van de Zuidelijke Nederlanden. Vlaanderen was eerder calvinistisch en hervormd dan Nederland en exporteerde zijn nieuwe godsdienst naar het noorden. De uitwijkelingen van Gent, Ieper, Oudenaarde en Antwerpen waren calvinistische en reformatorische propagandisten. De afstammelingen van Katalina Pieters uit Ieper hebben het relaas van hun moeders vlucht vooraan in het Nieuwe Testament geschreven. Toen de vrouw vluchtte had zij, blijkt uit de aantekeningen, een kind aan de borst. Op de bijbel die zij droeg op haar naakte lijf, en die bewaard is gebleven, lekte moedermelk.
Oud-bankier, ex-politicus, oud-journalist en levenslange flamingant Lode Claes leefde de laatste jaren voor zijn dood in 1998, tussen de hervormden van Cadzand en zei met zijn gevoel voor sociologie en geschiedenis tegen zijn Vlaamse bezoekers: “Als er in Vlaanderen vijfhonderdduizend protestanten gebleven waren, en geen verwaarloosbare minderheid in de steden en op het Oost-Vlaamse platteland, dan was een Vlaamse beweging nooit nodig geweest. Protestanten hebben meer talent om voor zichzelf op te komen, zijn minder gezagsgetrouw en mogen zich, zeker als het calvinisten zijn, voor een hoger doel verzetten tegen de overheid. Vlaanderen is slap omdat het een slappe mentaliteit behield onder zijn katholieke overheersing.”
Is dit pure geschiedkunde? Wellicht niet. ’t Is anderzijds wel een knappe interpretatie van onze vijgenmentaliteit en ze werd gemaakt door iemand die in zijn adoptiedorp de anderschristenen goed leerde kennen. Het calvinisme was vroeger en nu door zijn nadruk op vorming en onderwijs geschikt om identiteit te vormen.
Het recht op opstand, tegen hun suzerein, de Spaanse koning, tijdens de godsdienstoorlogen, gaf de leer van Calvijn in de ogen van de “Lage Landers” een voordeel in de religiestrijd. Het calvinisme vergemakkelijkte, en streed voor onderwijs, lezen, rekenen, soberheid en heeft grote delen van de Nederlandse samenleving meer dan vier eeuwen geboetseerd. Dat met die gestudeerde en flinke achtergrond de eerste serieuze multinationale onderneming tot stand kwam in Nederland - de schitterende Verenigde Oost-Indische Compagnie, met ook geld van Vlaamse protestanten - verbaast niemand. Dichter bij vandaag: de huidige premier Balkenende is een Zeeuwse calvinist, zijn vicepremiers Bos en Rouvoet en verscheidene ministers zijn calvinist van huize uit. Geen toeval mag het heten dat de regeringen Balkenende het roken overal trachten te verbieden, minder tolerant zijn voor hasjcafés en coffeeshops en willen weten wat er achter de voordeuren gebeurt om in te grijpen bij gebroken gezinnen, drugsschurken, onwaardige vaders en moeders. Het hoogste dat er mag verdiend worden is de pree van de premier, is ook een nieuw en calvinistisch beginsel bij de noorderburen. Zonden als kaarten, dansen, gokken en drinken - typische volksgebreken - waren eeuwenlang, en vandaag nog in de zogenaamde Bijbelgordel, de “Bible Belt”, (de sliert dwars door Nederland van Bijbelvaste dorpen en gemeenschappen), in strijd met de calvinistische zuiverheid.
De stroming van de zeventiende eeuw die men de Nadere Reformatie noemt, vond dat de reformatie in Nederland halverwege was blijven steken en na het zuiveren van de leer van de (katholieke) Kerk moest het leven van elke gelovige geheiligd worden. Predikant Jacobus Hondius publiceerde in 1679 een alfabetisch zonderegister. In zijn “Swart Register van Duysent Sonden” hekelde hij bijvoorbeeld het verzuim van de kerkdienst, het dragen van onkuise kleding, het kopen van kookboeken (om “allerlei delicatessen te bereiden”) en het ontduiken van belastingen.
Brandpunt Gent
Je zult er in Vlaanderen nog niks over gelezen hebben. Voor alle volgelingen van Jean Calvin, dus ook in Nederland, is het een Calvijnjaar. In 1509 werd de hervormer geboren van wie de Noord-Nederlanders hun zuinige, sobere en donkere karakter zouden hebben. Wij, Zuid-Nederlanders, hebben deze religieuze en morele herbewapening laten schieten onder druk van de ruziënde richtingen in het protestantisme, de laarzen van de Spaanse bezetters en de katholieke Kerk die Zuid-Nederland heroverde.
Gent was een brandpunt van de hervorming in de zestiende eeuw en had onder de leiding van Vlaamse gereformeerden kunnen uitgroeien tot een Genève van het noorden; een mooiere status dan een provinciestad met knappe architectuur en corrupte politieofficieren. De beste tekst over Gent en zijn mislukte toekomst is “Het Geuzenboek” van Louis-Paul Boon. Bladzijde na bladzijde parafraseert hij literair het wetenschappelijke onderzoek van archivaris Johan Decavele van Gent en shockeert hij met de wellustige bloedscènes van katholieken die protestanten en protestanten die katholieken kelen. Een strijd tussen leger en moslimopstandelingen in Algerije vandaag, maar dan in onze gewesten.
Nederland ontgint zijn calvinistische verleden en ontdekt daarbij de Vlaamse wortels. In een knoert van een boek heeft recent de Nederlander Bas Dudok van Heel de Vlaamse oorsprong van de Nederlandse mentaliteit bevestigd. Het boek is een breed uitwaaierende stamboom in zowel de mannelijke als de vrouwelijke lijn van de zowat 30.000 nakomelingen van Claes Heijn Claeszoon tussen 1400 en 1800. Dat werk in twee delen, “Van Amsterdamse burgers tot Europese Aristocraten” telt 1.134 bladzijden. Het is een uniek portret, zeggen ervaren besprekers, van het Amsterdamse patriciaat. In een kranteninterview zegt auteur Dudok van Heel: “De bronnen laten zien dat het calvinisme werd gezien als import uit de Zuidelijke Nederlanden en dat de calvinisten vrijwel altijd buiten het burgemeestersambt van Amsterdam werden gehouden.” De maagschappen, dus de grotere familieverbanden van de patriciërsgezinnen, hadden protestantse, katholieke en doopsgezinde (baptisten) takken. Deze familieverbanden maanden aan tot gematigdheid.
Wetten en regels
Is Nederland na de breuk met het gereformeerde Vlaanderen helemaal gecalviniseerd? De historica Mirjam van Veen: “Ja en neen. Begraven worden vanuit de kerk of het luiden van kerkklokken bij een begrafenis worden door echte calvinisten beschouwd als bijgeloof. Deze rooms-katholieke gebruiken hielden toch stand.” Een ja geldt wel voor twee kenschetsende trekken van het calvinistische Nederland. Van huis uit was Jean Calvin jurist, en voor hij kwam tot een samenhangende geloofsbelijdenis, begon hij met een nieuwe kerkorde. Wetten en regels opleggen en respecteren is een kenmerk van het calvinisme. Het gevoelen leefde bij de hervormers in de Nederlanden, later teruggedrongen in het noorden, dat het volk “uitverkoren” was. Een restant van die uitverkorenheid vindt men terug in het gidslandgevoel van de Nederlanders.
Vluchtelingen uit het zuiden brachten niet alleen religieuze gedrevenheid mee, maar ook groot talent op economisch gebied, erkent Van Veen: “De Verenigde Oost-Indische Compagnie werd voor een belangrijk deel gefinancierd door de migranten uit het zuiden. De Zeven Provinciën werden daardoor in korte tijd een belangrijke handelsnatie.”
Jean Calvin heeft een standbeeld aan de Rhône bij het meer van Genève. Calvin en het gastvrije Genève, waar een interessant museum de godsdienststichter herdenkt bij dit eerste halve millennium van zijn leer, zijn synoniem, hoewel de hervormer geboren werd in het Picardische Noyon, een vlek aan de rand van Vlaanderen. Zijn vader was een hoge Piet van het bisdom. Calvijns levensloop en het calvinisme als belangrijke godsdienststroming in Vlaanderen, volslagen verleden tijd, en Nederland, politiek en maatschappelijk blijvend actueel, wordt herinnerd in het gelegenheidsboek “Een nieuwe tijd, een nieuwe kerk” (Meinema, 2009) van Mirjam van Veen van de Vrije Universiteit van Amsterdam. De opkomst van religieuze verscheidenheid na 1517, toen Maarten Luther met zijn stellingen op de kerk van Wittenberg 1500 jaar christelijke eenheid van het grootste deel van Europa naar de vaantjes hielp, sloot aan bij de politieke herverkaveling van Europa. In de zestiende eeuw kwamen de nationale staten op. Godsdienstige vernieuwing en politieke omwenteling gingen hand in hand. Van Veen herijkt het calvinistische Nederland: “Het calvinisme is zeldzaam naargeestig en typisch Nederlands, aldus de misvatting, want dat is gebaseerd op gebrek aan kennis.“ … “De beweging van het gereformeerde protestantisme had in de zestiende eeuw internationale allure. Voormannen als Calvijn correspondeerden met sympathisanten verspreid over de hun bekende wereld.” “Calvijn behoorde tot de culturele elite.”
Het “calvinisme” als hoofdbestanddeel van de Nederlandse identiteit, berust ook op drijfzand, vindt Mirjam Van Veen: “Nederland is nooit een calvinistische monocultuur geweest”… “De idee dat Nederland een protestantse natie is geweest, stamt uit de geschiedschrijving van de negentiende eeuw. In de zoektocht naar een nationale identiteit wezen historici op de Opstand tegen de Spanjaarden en het Nederlandse protestantisme”… “Liberale schrijvers trachten dit protestantisme te zuiveren van het calvinisme. Volgens hen was er een oorspronkelijke Nederlandse reformatie geweest, geïnspireerd door vrijdenkers die er een gedachtegoed op nahielden dat verbazingwekkende gelijkenissen vertoonde met dat van liberale historici uit de negentiende eeuw.”
In de katholieke Kerk had de hiërarchie met de bisschop en de paus altijd een rol gespeeld; de gereformeerde beweging was in de eerste plaats op de plaatselijke gemeenschap gericht. Iemand als Calvijn trachtte bijvoorbeeld de gehele stad Genève om te vormen tot een modelstad, wat hem niet lukte, hoewel de internationale faam en deze plek als vestiging van hoogstaande internationale verenigingen daar toch een ver gevolg van is. Ook calvinistische Gentenaren ondernamen pogingen om hun stad te reinigen van de volkszonden en er een nieuwe zakelijke dynamiek aan te geven. Katholieken sleepten zich het ganse jaar door van feest naar feest, gestuurd door een overvolle heiligenkalender. De gereformeerden wensten slechts de Bijbelse feestdagen te behouden: dus de heiliging van de zondag en Kerst als vrije dag. Pinksteren en Pasen vielen sowieso op een zondag. Sinterklaas en kermissen konden zij echter niet uit de kalender geschrapt krijgen. De open gekomen dagen gaven in de gebieden van het calvinisme de mensen de kans meer geld te verdienen.
Predikanten
De reformatie werd gedreven door straffe protestantse missionarissen; zonder poespas, kazuivels, soutanes, mijters. Soms was de geloofsverspreiding planmatig, soms spontaan en dat kon gaan via een gesprek, een discussie, een pamflet. De predikant Jean de Lannoy in Doornik sprak met zijn gezellen op het werk. Aristocraten kozen voor deze of gene kerk. Willem van Oranje nam de Gereformeerde Kerk tot de zijne en de predikanten waren in de zevende hemel. De Lage Landen en Schotland waren succesverhalen van de gereformeerden. Omdat in de Zuidelijke Nederlanden Frans gesproken werd bij de bovenlaag en de bestuurstaal was, verliep het grensverkeer van ideeën en nieuwlichterijen vanuit Frankrijk en het verdere Genève eenvoudig. De eerste gereformeerde kernen ontstonden in die zuidelijke Lage Landen. De Franse invloed was daarbij duidelijk en de organisatiestructuur van de hugenoten werd een belangrijk voorbeeld voor de gereformeerden van de Lage Landen. Anders dan in Frankrijk verbond het verzet tegen de oude katholieke Kerk zich met het verzet tegen de Spaanse koning. Calvijn tolereerde deze gezagsontrouw omwille van het hogere doel: een zuivere kerk en een zuivere levenswandel. Geleidelijk groeide het verbond tussen de opstandige adel en de gereformeerden. Hun afkeer van het centrale gezag in Brussel dreef hen in elkaars armen. De Nederlanden kenden in de zestiende eeuw verhoudingsgewijs een sterk gecentraliseerd bestuur. Karel V leidde tot 1548 de Lage Landen tot zijn zoon Filips II de teugels in handen nam. Luther en de lutheranen bleven in het verzet tegen de Spanjaarden achter. In 1544 liet Luther zijn aanhangers in Antwerpen weten dat heimelijke samenkomsten uit den boze waren en moesten gebeuren met een legale kerkelijke organisatie. De katholieke overheid stond een dergelijke concurrerende organisatie niet toe. Anders dus dan de lutheranen erkenden de gereformeerden en de dopers het recht op verzet. In Antwerpen werden 400 boeken van Luther in beslag genomen en verbrand. Godsdienstige boeken verschenen meestal in oplagen van slechts 500 exemplaren. Het augustijnenklooster in Antwerpen - Luther was een ordegenoot - had zich zo gecompromitteerd met de ideeën van de Duitse hervormer dat het op last van de katholieke keizer werd opgeheven. Kloosters in Gent en Doornik waren eveneens berucht om hun hervormingssympathie. De in Vlaanderen geboren predikant Valérand Poullain verspreidde in 1544 tweehonderd exemplaren van een geschrift van Calvijn in zijn geboortestreek. Groepen gereformeerden vormden zich in Gent, Brugge, Doornik en Valenciennes. Caspar van der Heyden uit Antwerpen verlangde van zijn hervormde volgelingen dat zij openlijk braken met de oude kerk. Calvijn stuurde honderden brieven naar Antwerpen en vanuit de Scheldestad vertrokken sympathisanten om te studeren in Genève. De havenstad was een distributiecentrum van ketterse literatuur. Adriaan van Haemstede bracht vanuit Antwerpen de waarheid naar Walcheren en Schouwen in Zeeland. De synodes van Vlaanderen van 1560 beschreven de eigen leer en gaven de hervormden een structuur. Pieter Haezaert preekte in het open veld van Vlaanderen en bediende het avondmaal bij mensen thuis. Radicalen als Haezaert waren bereid tot gewapend verzet tegen de overheid.
De hervormden hadden een wijde blik. De psalmenberijmer Jan Utenhove, een Gentenaar, correspondeerde met Calvijn en vroeg voor zijn Bijbelvertaling raad aan de humanist Cassander. Het belang van Jan Utenhove voor de gereformeerde beweging in het noorden valt moeilijk te onderschatten. Hij werd door de vervolgingen die losbraken na een hervormingsvriendelijk rederijkersspel te Roborst verdreven langs onder meer Keulen, Aken en Straatsburg naar Londen waar hij de Nederduitse vluchtelingenkerk uitbouwde.
Als de opstanden tegen de Spanjaarden wortel schoten, gedijde ook de hervorming. Het antipaapse en het anti-Spaanse wakkerden mekaar aan. De rebellen slaagden er niet in om het zuiden in handen te houden. De mogelijke eenheid van de Lage Landen was gebroken.
Publicatie: 2009 nr 20
| < Vorige | Volgende > |
|---|














