De politiekcorrecte leugens bij de VRT
“De mediakritiek in Vlaanderen is ondermaats” zei Peter Vandermeersch, hoofd marketing De Standaard en Het Nieuwsblad, een paar maand geleden. Hij werd prompt op zijn wensen bediend toen begin oktober het boek “Media&Journalistiek in Vlaanderen, kritisch doorgelicht.” verscheen. Buiten de immer positieve Siegfried Bracke, op de persvoorstelling aanwezig zonder strikje (“ik ben hier incognito”), gingen de 13 andere auteurs er keihard tegenaan. Mediakritiek is wel in Vlaanderen gewenst, maar zo hard moest nou ook weer niet. Buiten een klein stukje in Knack en een behoorlijke bespreking bij radio 1 werd het boek netjes doodgezwegen. Samensteller Frank Thevissen vroeg mij een hoofdstuk te schrijven. U vindt het hier, behoorlijk ingekort, drie weken na elkaar. Ik heb wel de tekst geactualiseerd want “al is de waarheid nog zo snel, de politiekcorrecte leugen bij de VRT achterhaalt haar wel.”
Volgens Wikipedia is “ politieke correctheid” een geheel van “taal, ideeën, handelingen” dat zoveel mogelijk rekening houdt met de gevoeligheden van groepen die gediscrimineerd worden (of dat menen te zijn) zoals vrouwen, etnische minderheden, gehandicapten, enz. Of die discriminatie nu echt bestaat of ingebeeld is, blijkt minder belangrijk.
Het verschijnsel komt uit de Verenigde Staten. In de VS vertaalt politieke correctheid zich vlug in een specifieke woordkeuze: van “negro” naar “coloured” naar “black” om te eindigen in het supercorrecte “African-American”. Geleidelijk stellen de meeste universiteiten “speech codes” op om niemand voor het hoofd te stoten. Ik herinner me een boekhandel in Concord-Massachussets die in de vitrine alle boeken te koop aanbood die uit de openbare bibliotheek verwijderd waren zoals Twaine’s Tom Sawyer en Mitchell’s Gone With the Wind. Het was logisch dat deze dwaze maatregelen een tegenreactie opriepen, zodat “politiekcorrect” meer en meer een scheldwoord van rechts werd.
Ook bij ons stelt PC duidelijke grenzen aan politieke meningen en handelingen: “Europese integratie” (positief), “immigratie”(positief)”, “collectivisme” (positief), “Palestijnen” (positief), “Verenigde Staten” (negatief)”, “Israël (negatief)”, enz.
PC is een zelfopgelegde totalitaire manier om naar de werkelijkheid te kijken en feiten die niet passen in het zelfgekozen wereldbeeld, te negeren of verbloemend te benoemen. PC is ook heel wezenlijk een gezelschapsspel. Men wil zich PC tonen tegenover zijn medestanders, collega’s, enz. Vaak zelfs eerder dan tegenover de “gediscrimineerde” voor wie men het allemaal zegt te doen. Essentieel is ook dat PC zichzelf niet als dusdanig (h)erkent: PC’ers zien de speling wel die gaapt tussen de werkelijkheid en de door hen gewenste wereld, maar ze denken die te kunnen dichten met hun gekleurde woordenschat en specifieke feitenselectie.
PC rust op een sokkel van goede voornemens en universele waarden, waarvan “gelijkwaardigheid” de belangrijkste is. Ze ontstaat in samenlevingen die van zichzelf vinden dat ze de kwaliteit van de gelijkwaardigheid tussen hun burgers (en uiteindelijk van de hele wereldbevolking) actief moeten bevorderen. Het typische verbloemende praten en denken ontstaat wanneer de praktijk van de “gelijkwaardigheid’ weerbarstig wordt, wanneer de feiten beginnen tegen te werken.
Verbroken consensus
Bij de Vlaamse openbare omroep duurde het vrij lang voor het politiekcorrecte discours zijn intrede deed. De omroep weerspiegelde de grote stromingen binnen de Vlaamse samenleving in zijn personeel, dat voorts, ongeacht zijn politieke kleur, handelde en sprak volgens een ongeschreven burgerlijke fatsoencanon. De voorschriften voor programmamakers/journalisten van wijlen Karel Hemmerechts, lange tijd hoofd van de Nieuwsdienst, eisten de strengst mogelijke objectiviteit, al was dat volgens de auteur iets anders dan kleurloze neutraliteit. De omroep verdedigde de democratie en iedereen mocht uithalen naar de gewelddadige totalitaire ideologie van extreemlinks: het communisme. De omroep was niet neutraal als de discriminatie van Vlamingen in het toenmalige België ter sprake kwam. En uiteraard stond de omroep achter de dappere Israëlische David in strijd met de Arabische Goliath.
Die consensus verdween definitief in de jaren 70. Bij de omroep deed een nieuwe generatie programmamakers en journalisten haar intrede. De oudere generatie werd nog duidelijk en openlijk politiek gerekruteerd. In heel de maatschappij ging de verzuiling op de schop en voortaan waren de examens bij de omroep toegankelijk voor iedereen met het juiste diploma. Met al die nieuwe mensen deed ook de invloed van 1968 de intrede. Kritiek werd niet alleen mogelijk, maar ook wenselijk en de linkse kritiek op het eigen maatschappelijk stelsel, dat veel minder superieur geacht werd dan vroeger, kwam op het eerste plan. Het was ook de tijd dat men dank zij de kabel niet langer meer een antenne nodig had om de Nederlandse zenders te ontvangen. De invloed van de zogenaamde duidings- en discussieprogramma’s in het Noorden was enorm. Geregeld waren er zware conflicten tussen een oudere hiërarchie en de jongere generatie: wanneer een kleptocraat als Mobutu gehekeld werd of wanneer Urbain Servranckx het Laatste Avondmaal parodieerde.
Geloof in de rode heilstaat
Als ik in de achteruitkijkspiegel van de omroepgeschiedenis kijk is er één onderwerp waarin het PC-denken systematisch doorwerkt tot vandaag: het geloof in de superioriteit van de socialistische samenleving.
Ter gelegenheid van de partijconferentie in Moskou in 1987 zei journalist Stefaan Blommaert in het nieuws dat “onder Stalin duizenden onschuldige slachtoffers stierven”. Zijn radiocollega Jef Lambrecht kleefde er niet lang daarna een exact cijfer op: “
Het “reële socialisme” is dus lange tijd onder de doofpot gezet. Monique Delvaux maakte in 1981 nog een Panorama-documentaire over een zogenaamd dorp in Oekraïne (“Een Dorp Genaamd Tchernabaevka”): het leven zoals het was in een voor de Westerse pers gebouwd modeldorp. Met de val van het communisme in Europa kon zelfs de omroep niet meer naast de puinhopen van deze ideologie kijken. Hilarisch was de opmerking (1990) van Jan van Rompaey tijdens de talkshow “Zeker Weten?” Na de val van de muur was pater Werenfried van Straaten te gast. Wegens zijn consequente afschuw van extreemlinks was de spekpater al lang in de ban van de omroep (de spekpater was een “primaire anticommunist - ooit iemand horen verwijten dat hij/zij een “primaire antinazi” is?). Van Rompaey bestond het om hem te vragen waarom hij zo lang over de wandaden van het communisme had gezwegen.
Aan linkse kant geen vijanden
Een en ander kan niet los gezien worden van de persoonlijke politieke voorkeur van de omroepmedewerkers. Ik ken geen specifieke cijfers voor de omroep, maar het is niet waarschijnlijk dat er een groot verschil bestaat met de andere media. Het vakblad De Journalist meldde een paar jaar geleden dat extreemlinks (Groen! en PVDA), links (sp.a) en ethisch links (VLD) al sinds de jaren negentig kunnen rekenen op de stem van 80% van het journalistieke personeel. De enige verandering al die jaren is een interne verschuiving van Groen! naar sp.a. Democratisch links heeft nooit echt afstand genomen, laat staan een schutkring gezet, rond ranzig links. Men kan zich bijvoorbeeld niet indenken dat de omroep na zijn vrijlating een forum zal bieden aan Hans van Temsche. Maar CCC’er Pierre Carette, die twee moorden op zijn geweten had, werd wel uitgenodigd voor een debat met
De omroep had geen bezwaren tegen medewerkers die een partij steunen zoals de PVDA, die nog altijd de misdaden van extreemlinks bagatelliseert of zelfs ontkent. Ben Crabbé en Andrea Croonenberghs deden in 1999 een oproep om voor de PVDA te stemmen. Croonenberghs trad trouwens eerder op met de groep La Piovra tijdens een 1 meiviering van de extreemlinkse partij. Indra Dewitte stond in 1994 op de achtste plaats op de PVDA-provincieraadslijst kiesdistrict Hasselt. (Omgekeerd werd de medewerking van de Antwerpse groep The Strangers aan een Vlaams Blokfeest als een doodzonde beschouwd). Radiomedewerker Ng Sauw Thjoi was de verantwoordelijke uitgever van pamfletten van mantelorganisaties van de partij en de openlijke venter van het partijblad Solidair op de markt van Heist-op-den-Berg. Hij veroorzaakte bij zijn radiodebuut al problemen door zijn partijstandpunten over het Vlaams Blok in de ether uit te smeren. In zijn vorig jaar verschenen boek China Express, geschreven na een reis op kosten van de VRT, vernemen we dat er zoiets als persvrijheid in communistisch China bestaat en dat de problemen in Tibet opgeklopt worden door de media, want China investeert zelfs teveel in die kolonie (dat is uiteraard niet zijn woord). Voor de VRT is de PVDA duidelijk een partij als een ander, wat niet van het Vlaams Belang kan gezegd worden. Vlaanderen is overigens nooit door communisten bezet en “eigen historische misère eerst” is een begrijpelijke reflex. De vele goede programma’s in de reeks “Histories” die de schurkenstreken van het communisme toonden, haalden meestal maar de helft van het aantal kijkers dat geïnteresseerd was in de boeven van het Derde Rijk.
Nieuwe geloofsleer
“Links” (op de PVDA na) gaf uiteindelijk zijn belangrijkste geloofspunt op: de collectivisering van de productiemiddelen. De misdaden van het communisme ( vijf maal meer moorden dan onder het nationaal-socialisme, zij het over een langere periode gespreid) en de hogere levenstandaard die het kapitalisme bood, hadden al lang de ideologie ondermijnd. Hoe kon “Links” zich nog onderscheiden van “Rechts”? Er was behoefte aan een nieuw groot geloofspunt. Dat werd in de jaren tachtig en na de implosie van het Oostblok gevonden in de strijd tegen een nieuwe demon: het racisme. Positief uitgedrukt: voor de “multiculturele maatschappij”. Betty Mellaerts had in haar laatavondradioprogramma meteen de toon te pakken: “We weten allemaal dat we verrijkt worden door de aanwezigheid van diverse culturen.”
Het begrip “multiculturele maatschappij” werd al in
Deel 2: Blok-Kampf
Als historicus ken ik de multiculturele zesde eeuw toen Franken en Romeinen be- en veroordeeld werden volgens hun eigen cultuur (boete voor de een, onthoofding voor de ander bij een moord). In onze eigen tijd was er de “multicultuur” van Zuid-Afrika, een van de “zwarte beesten” van het nieuwe antiracisme. De politiek van gescheiden ontwikkeling beoogde in feite een ( uiteraard gedwongen) multiculturele ontwikkeling, met aparte “thuislanden” voor de verschillende zwarte volkeren, van wie de Afrikaners de taal en de cultuur zogenaamd gerespecteerd wilden zien.
In Vlaanderen werd de term “multicultureel” gaandeweg vooral gebruikt in verband met de status van immigranten, bijna altijd zonder veel nadenken over de diepe conflictstof die het begrip bevat. De omroep ging zich actief met de immigranten bezighouden. Voor een aantal nationaliteiten kwamen er aparte radioprogramma’s (vanaf de jaren zeventig) en later ook korte tv-programma’s (eind jaren tachtig), in de moedertalen (respectievelijk “Voel Je Thuis!” en “Babel”). Dat was een consequente “multiculturele” praktijk die in het huidige medialandschap totaal ondenkbaar en (met dank aan de schotelantennes) totaal onnodig geworden is. Maar een paar jaar lang werd er – uiteraard alleen op de rottigste plekken van de zendschema’s - voor de duur van de programma’s in het Arabisch, Turks, enzovoort gecommuniceerd.
Dit voorbeeld van “multiculturalisme” (waar geen omroepeer mee te behalen viel) werd begin jaren negentig door de directie onder applaus van onder andere Johan Leman opgeruimd omdat het niet “integratiebevorderend” zou zijn. Het werd vervangen door het makke “Couleur Locale” onder leiding van Filip Voets. Geheel politiek correct wenste het magazine vooral aandacht te hebben voor de “positieve kanten” van de “multiculturele maatschappij”. Het behandelde nauwelijks de werkelijk hachelijke immigratieproblemen. Het programma werd prompt bekroond met de “Mediaprijs voor de Harmonieuze Samenleving” en de “Prijs van de Liga voor de Mensenrechten”.
Deze episode illustreert zeer goed het aspect “gezelschapsspel” van PC inzake multiculturariliteit. Natuurlijk waren de Berbers- en Turkssprekende immigranten beter gediend met programma’s in hun eigen taal en over hun eigen wereldje. Maar daar ging het de PC’ers niet om: zij wilden vooral aan mekaar tonen hoe multicultureel zij wel waren. En daarvoor hadden ze alleen maar gekleurde mensen nodig die Nederlands spraken. De meeste medewerkers van het “echte” migrantenprogramma werden ontslagen. Een van de reporters van Couleur Locale bekende eerlijk dat hij het gevoel had met de Incestprijs bekroond te zijn.
De multiculturele rijkdom wordt ook uitgestraald in de VRT-soap Thuis, want Mo is in dit feuilleton een echt rolmodel dat de bekrompen, verzuurde Vlamingen moet aanporren om nou eens eindelijk allochtone vrienden te zoeken. Youssef en Aisha die in Thuis weer naar Marokko keren, worden wel door acteurs gespeeld met de achternamen Albert en Wauters.
Islamblind
De Nieuwsdienst telde ook een groot aantal PC-multiculturalisten. Een journalist stelde ooit een programma voor over de vernietiging van een authentieke Vlaamse multiculturele biotoop, gevolgd door een etnische zuivering. Het betrof …..de splitsing van de Leuvense universiteit. Dit was zelfs voor de VRT een brug te ver. Ik auditioneerde begin jaren negentig verscheidene kandidaat-medewerkers voor het radioprogramma De Cultuurschok en ik herinner me hoe Mark van de Looverbosch hartstochtelijk zijn diepe geloof in de multiculturele wereld beleed…tot het moment ik hem vroeg hoeveel lichter de straf moest zijn voor een Turk of een Marokkaan dan voor een Vlaming na een moord om de eer van de familie te wreken. In de dagelijkse omroeppraktijk had “la grande illusion” wel degelijk gevolgen, zij het dat hier minder de vinger op een open wonde kan gelegd worden. Het was immers geen zaak van wat men wel zei en toonde als vooral een zaak van wat niet de ether en het scherm haalde. De minder fraaie kantjes van niet-westerse culturen werden met de mantel der liefde bedekt.
Een gewelddadige en discriminerende ideologie als de islam ontsnapte meestal aan de brutaliteiten waarop het vredelievende christendom wel recht had. In 1998 produceerde Ketnet een grove parodie met misgewaden. Kardinaal Danneels vroeg boos of men dat ook met andere godsdiensten deed (bedoeld was natuurlijk de islam). Neen dus. En op de avond van de dag dat Damiaan heilig verklaard werd, programmeerde de VRT opzettelijk een documentaire om een Damiaan-mirakel belachelijk te maken. Jarenlang werden geen diepgravende programma’s gemaakt over de houding van moslims tegenover vrouwen en holebi’s, hoorde en zag men niets over de koop en verkoop van huwbare kinderen (met het eufemisme “gezinshereniging” bedacht).
Tijdens De Zevende Dag in maart 2005 betoogde VB’er Filip de Man dat een echte moslim geen democraat kan zijn. Hij vertelde alleen wat gelovige moslims permanent zeggen: “Goddelijke wetten hebben voorrang op menselijke wetten.” Ivan de Vadder reageerde alleen met: “Ik val bijna van mijn stoel”, maar ging uiteraard niet de discussie aan. In januari 2006 organiseerden verscheidene dictatoriale islamitische landen zogenaamde massabetogingen tegen de al maanden oude Mohammed-cartoons. In het radionieuws werd aan verscheidene moslims gevraagd waarom ze zo boos waren. Omdat M. ibn Abdullah de “boodschapper van god en de bijna perfecte mens was” luidden de antwoorden. Niemand vroeg hen waarom “een bijna perfecte mens” als rovershoofdman karavanen overviel, joden liet uitmoorden of een kind van zes wou huwen. Toen de georchestreerde betogingen tegen de afschaffing van de hoofddoek in de Athenea van Antwerpen en Hoboken begonnen, kwam ene Robin Ramaekers direct op de proppen met de nazi-onthaalmoeder, kwestie van de aandacht af te leiden. Journaliste Ann Debie reageerde niet eens toen een hoofddoekje zei dat er bloed zou vloeien. De nieuwsdienst vertelde wel dat spoedafdelingen te lijden hebben onder toenemende agressie, maar vermeldde niet dat racistische allochtone (vooral Marokkaanse) haatkoppen in Brussel de daders zijn.
Blok kop van Jut
De omroep heeft overigens lange tijd nauwelijks aandacht opgebracht voor de immigrantenproblematiek. De televisie-Nieuwsdienst is pas op dreef gekomen toen het Vlaams Blok begon door te breken. In 1988 maakte Paul Muys een geruchtmakende Panorama-aflevering over de Antwerpse Seefhoek. Een niet-correcte reportage, want Muys liet Blok-stemmers uitspreken zonder daar bij te moraliseren. Wellicht omdat ze bijna allemaal klonken als normale mensen met gewone reflexen, gaf hij voor alle zekerheid het laatste woord aan een niet al te verstandige cafébezoeker die over Hitler en zijn gaskamers begon te lallen (“De Seefhoek”, 1988). En om het helemaal goed te maken vulde Paul Jambers het tweede deel van diezelfde Panorama met een stuk over vier supergeïntegreerde dames (“Vier Vrouwen”) In de weken en maanden daarop toonde Jambers zich trouwens een nijvere propagandist van de multicultuur met onder andere een hilarisch stuk over de helende kracht van “multiculturele muziekfestivals”(“Wereldmuziekland”, 1989).
Bij de radio werd in de talrijke “maatschappelijke” programma’s hartelijk geschoffeld in de multiculturele tuin, maar daar moet iemand maar eens een aparte studie aan wijden.
Op “Zwarte Zondag” (november 1991) reageerden de multiculturalisten overspannen. In de dagen na de verkiezingen, die het Vlaams Blok twaalf zetels opleverden, werden de grote woorden niet geschuwd. Voorman was Jef Lambrecht die er de verkiezingen van 1936 en de doorbraak van het VNV en Rex bijsleurde en de goede verstaander begreep direct dat het vervolg – een herhaling van 1940–1945 – ook niet uitgesloten was.
In 1994 kregen VRT-activisten een belangrijk wapen in handen. De Raad van Europa (die zich op verzoek van het racistische FDF graag met de Vlaamse Rand bemoeit) oordeelde dat: “de publieke omroep zorgt voor het uitdragen van verschillende filosofische en religieuze ideeën met het doel het wederzijdse begrip te versterken, de onderlinge tolerantie te vergroten en gemeenschapsrelaties in pluri-etnische en multiculturele samenlevingen te stimuleren.” De Nederlander Janmaat die de multiculturele samenleving verwierp werd onder andere op basis van deze resolutie door de rechtbank veroordeeld (Frits Bolkestein en Geert Wilders vertelden later exact hetzelfde zonder veroordeling). Bij de Vlaamse omroep kwam geen enkele VB-politicus in een amusementsprogramma en tezelfdertijd werd de partij ook geweerd bij bijvoorbeeld De Zevende Dag zodat ze (tevergeefs) naar de Geschillenraad trok.
Vanaf 1999 ging het hard tegen hard. De partij won nog drie zetels bij en werd groter dan de twee partijen die op de sympathie van de meeste omroepmedewerkers konden rekenen (Agalev en SP). Tijdens de verkiezingsuitzending van 13.6.1999 werden de resultaten van het VB niet getoond met staafdiagrammen in de kleur van de partij (geel) zoals bij andere partijen wel het geval was. De nieuwsdienst koos bruin, een subtiele referentie naar Hitlers SA. Toen voorzitter Frank Vanhecke protesteerde, repliceerde Guy Janssens met “we hadden ook zwart kunnen gebruiken” (zoals bij de SS). “C’est le ton qui fait la musique” geldt ook bij de omroep en Martine Tanghe kondigde met zichtbaar genoegen aan dat het publiek in het Vlaams parlement geapplaudisseerd had toen de eerste tellingen een verlies van 2% in Antwerpen voorspelden. De echte (overwinnings)cijfers werden later droogjes afgelezen. Een jaar later kende de partij een nieuwe triomf bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000.
Oorlog tegen het VB
Toenmalig gedelegeerd bestuurder De Graeve zag een mogelijkheid een slaatje te slaan uit de wens van de minister en de nood aan de deugd te paren. Hij vroeg extrageld voor de Blok-Kampf ter wille van een nieuw eigen politiek programma dat de door iedereen bij de omroep gehate “programma’s voor derden” zou vervangen. Hoewel geen kip naar de zeldzame uitzendingen van het VB keek, betoogde directeur Johan Leman van het bekende Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding dat dergelijke programma’s alle inspanningen van zijn overheidsdienst teniet deden. Ministerpresident Dewael kwam niet met geld over de brug, maar waarschijnlijk werd er al in de omroep gewerkt aan een VB-nota en gaf Dewael op verzoek al op voorhand politieke dekking. De omroep zocht natuurlijk een jurist uit wiens waarschijnlijke advies het dichtst de juridische waarheid zou naderen die de Reyerslaan wilde horen.
Intussen moest men in juni 2001 de tegenslag incasseren dat de Brusselse correctionele rechtbank zich onbevoegd verklaarde om drie Blok-VZW’s als racistisch te veroordelen. Met de zegen van de Gentse mediajurist Voorhoof verscheen dan in september 2001 “De VRT en de democratische samenleving.” die de gewetensnood van programmamakers/journalisten kon verlichten. De wetgeving op de omroep eiste neutraliteit en onpartijdigheid, maar daar hadden velen bij de omroep maar weinig zin in. Voortaan kon men zich verschuilen achter een ambtelijke tekst die nog het best van allemaal werd samengevat door P. Deltour, nationaal secretaris van de VVJ: “Het getuigt van een grote creativiteit dat die er binnen dat kader (neutraliteit en onpartijdigheid) in geslaagd is een dergelijke tekst te schrijven.” Die creativiteit bestond erin om met behulp van het al genoemde mission statement van de Raad van Europa “alle gedachtestromingen te verwerpen die uitgaan van discriminatie en uitsluiting”. Volgens de omroep was dit de ideologie van het VB, partij die in de VRT-nota daarenboven de doodzonde bedreef “openlijk de pluri-etnische en multiculturele samenleving van de hand te wijzen”. De enige mogelijke conclusie was: “het Blok is geen politieke partij als een andere”. Leo Neels, een duidelijk niet door de omroep geconsulteerde jurist mediarecht, zei daarover: “De VRT steunt op een richtlijn die bepaalt dat je aan extremistische partijen géén forum mag verlenen. Goed, maar wie bepaalt wie die extremistische partijen zijn? De VRT zélf heeft het Blok op een zwarte lijst gezet.” en “De VRT is als openbaar orgaan, gesponsord met het geld van àlle belastingbetalers (ook met het geld van die 600.000 Blokkiezers) niet goed geplaatst om een beslissing te nemen om bepaalde meningen niet meer te brengen. (GvA 11.9.2001).
Opvallend in de VRT-nota was de opmerking dat het VB “de oorlog heeft verklaard aan de VRT”. De omroep verweet de partij die zij al jaren agressief bestreed dat ze “haar ongenoegen kracht bijzet door het misbruiken van een aantal toezichtsorganen”. Het VB had inderdaad op zes jaar tijd zestien klachten ingediend bij de politiek samengestelde Geschillenraad die het Blok uiteraard iedere keer wandelen zond. De agressor nam het de aangevallene kwalijk dat hij gebruik maakte van de wetgeving.
Schofterig
Maar er was nu een groen licht om in de nieuwsprogramma’s het Blok en zijn standpunten zo weinig mogelijk uit te nodigen of te verzwijgen. Debatten over bijvoorbeeld het hoofddoekenverbod en andere thema’s waar het Blok mee scoorde, werden gevoerd zonder iemand van de partij. Blok-vertegenwoordigers werden so wie so al niet uitgenodigd in andere programma’s. In de amusementprogramma’s staat de deur, volgens door de omroep zelf geregeld bekend gemaakte cijfers, al jaren in de eerste plaats open voor politici van de sp.a (190 maal aanwezig tussen augustus 2006 en januari 2009; CD&V mocht maar 140 keer opdraven). In deze programma’s kon men ook de geschikte gasten uitnodigen om het vuile werk op te knappen. Een gewaardeerde medewerker was Knack-journalist Joël de Ceulaer. Hij had zich al onderscheiden bij de radio (De Nieuwe Wereld van 9.10.2000) met een eigen rekensommetje: “Als men 10 Vlaams Blokkers neemt, men executeert er vier, men hangt er twee op en men gooit er eentje met een zak vol swastika’s aan zijn voet gebonden in de Schelde, hoeveel houdt men er dan over?”. Dat was satire volgens de omroep en nu mocht hij ook zijn duit in het zakje doen bij Ivan de Vadder in De Zevende Dag (1.9.2002) over Filip Dewinter die een paar meters verder aan een andere tafel zat:” Het is niet moeilijk om intellectueel de meerdere te zijn van Filip Dewinter. Dat kan iedereen met de vingers in de neus en de handen op de rug gebonden.” Het dieptepunt in de PC-strijd was wel de uitspraak van Chris Dusauchoit in het radioprogamma Café Terminus (26.12.2002) toen hij vertelde dat hij geen slecht gevoel had bij de moord op Pim Fortuyn. De VRT excuseerde zich bij de familie Fortuyn en daar bleef het bij. De omroep had geen probleem met een medewerker die een politieke moord goedkeurt omdat het slachtoffer niet links is. Toen het jongmens een relatie begon met volksvertegenwoordigster van rechtswege M. Detiège kregen de tortels zelfs een item in Ter Zake.
Omgekeerd werden mensen van het scherm geweerd die een afkeer hadden van de schutkring rond het VB. Jef Rademakers, ontdekker van Wendy van Wanten en uitvinder van Klasgenoten, was een van de zogenaamde buitenlandse gasten van Het Beloofde Land (november 2005). Hij wou zich niet voor de camera verontschuldigen voor zijn doodzonde en de aangekondigde opnamesessie ging niet door. Weinigen bij de VRT begrepen dat het VB sterker werd onder de demonisering en weinigen werden zo in hun hemd gezet als Walter Zinzen tijdens zijn hilarische interview met Pim Fortuyn, uitgezonden één dag na de begrafenis van de vermoorde Nederlander. “En gelijk ik nu een beetje op Filip Dewinter?” provoceerde Fortuyn. “Dat weet ik niet. Ik heb die man nooit ontmoet.” Fortuyn: “Wat zegt u? Maar mijnheer, die man vertegenwoordigt wel een op drie kiezers in Antwerpen. En u praat daar niet mee.” Toch kende Zinzen de ware aard van Dewinter en Co zeer goed: “Maar als je naar de 15% Blokstemmen kijkt, bekruipt mij zelfs een licht gevoel van wanhoop. Is nu echt iedereen vergeten wat er in de jaren ’30 is gebeurd en zo ja hoe komt dat dan? Want aan de tv met zijn vele prachtige programma’s over holocaust en nazi-misdaden zal het niet echt gelegen hebben. (Dag Allemaal van 28.9.1999).”
De Zinzen-story is eerder grappig; het misbruik van kinderen is dat iets minder. In Villa Politica van 14 november 2003 stuurde de redactie twee kinderen naar politici om hen te vragen wat “cordon sanitaire” betekent. C. Decaluwe en J. de Roo verklaarden het cordon met een referentie aan de Jodenhaat van Hitler en een vergelijking met een schutkring bij varkenspest. Het VB klaagde dat de partij gecriminaliseerd werd op een manier die men nooit bij een andere organisatie of etnische minderheid zou durven. De omroep antwoordde dat de redactie niet verantwoordelijk was voor de antwoorden van de politici want “de kinderen zijn niet gestuurd door de redactie. Zij kiezen zelf hun slachtoffer.” Uiteraard had de toen nog bestaande Geschillenraad geen schending van de decretale verplichtingen ontdekt.
Deel 3: Nog altijd de BRT, hun godjes en hun dada’s
Het jaar 2004 bracht soelaas voor de omroep. In februari 2003 had het Brusselse hof van Beroep nog het vonnis van de correctionele rechtbank bevestigd. Geen politiek proces tegen het Blok. In november 2003 werd dat vonnis verbroken door Cassatie waarvan toen nog niet bekend was dat het een zootje ongeregeld is. Een ingewijde journalist als Luc van der Kelen schreef toen in Het Laatste Nieuws dat hier volledig het lapje werd gehouden met de scheiding der machten. Maar dit waren de jaren van de paars(groene) regeringscoalitie geleid door een eerste minister die had verklaard dat het succes van zijn regering kon gemeten worden aan de achteruitgang van het Blok en het gerecht volgde zijn politieke meesters.Het dossier verhuisde dus op politiek verzoek naar het correcte Gent en op 21.4.2004 las de franskiljon Alain Smetrijns de veroordeling van de drie vzw’s van het VB voor. In de euforie werd vergeten dat het vonnis stelde dat er wel racistische praat was verteld bij het VB, maar dat er nooit racistische daden waren gesteld. In het 19 uur-journaal liet Tanghe nog even het maskertje vallen toen zij eindigde met “Zo zit dat.” De daaropvolgende verkiezingen waren een triomf voor de tot Vlaams Belang vervellende partij.
Vrijgeleide
Op 1 april 2005 werd een nieuw redactiestatuut van kracht (lichtjes gewijzigd op 1 juni 2007). Het statuut stelde in alle ernst dat het een deontologische code zou vastleggen en tevens waarborgen scheppen voor journalistiek onafhankelijk opereren voor allen die onder het redactiestatuut vallen. De VRT had 34 pagina’s nodig om duidelijk te stellen dat medewerkers bij iedere betwisting altijd gelijk hebben. Alles wordt wel ingebed in de woorden “nauwkeurigheid en zorgvuldigheid”, maar de duivel zit in de details en in twee artikels heeft de omroep zich feitelijk een vrijgeleide verstrekt.
Artikel 65 stelt dat schokkende en bloederige taferelen niet worden weggelaten, maar beperkt; een artikel waarmee men beelden van de slachtoffers van bijvoorbeeld moslimterrorisme kan censureren. Artikel 78 is nog interessanter: “Interviews moeten steeds correct en beleefd verlopen. De interviewer grijpt in als standpunten worden ingenomen die indruisen tegen de rechten van de mens of discriminerend zijn.” En gezien de interviewer zelf kan bepalen wat discriminerend is (bijv. een referentie naar de hogere criminaliteit bij allochtonen) is hij/zij onschendbaar. Artikel 87 stelt dat een journalist in principe met open vizier werkt, maar laat toch toe dat men uitzonderlijk een valse hoedanigheid of identiteit kan aannemen. Een methode die Paul Bottelberghs ooit gebruikt heeft bij Panorama om het racismegehalte van Vlamingen te meten: de allochtone ondervrager werd overal vriendelijk en beleefd ontvangen. Men moest zich dus niet generen, zelfs als dit ten koste van essentiële informatie ging.
Manipulatie
In februari 2006 verscheen een nieuwe versie van de regelmatige peiling naar de kiesintenties. Iedereen vroeg zich natuurlijk af of het Belang weer een stap vooruit deed. Niet alleen de Belangers, maar vooral de tegenstrevers waren geïnteresseerd. In Het Journaal slaagden De Vadder en Tanghe er gedurende minuten in om de resultaten van iedere partij in detail te bespreken ….behalve die van het VB; die werden niet eens vermeld. Een volgende toetsteen waren de gemeenteraadsverkiezingen van 2006. Journaliste Linda de Win kende niet goed het verschil tussen supporteren en verslag uitbrengen (op Youtube staat een fraai staaltje) en vond het spijtig dat burgemeester Janssens niet de nieuwe VRT-baas werd.
Dezelfde dame is een specialiste in moderne technologie. Debatten in het Vlaams parlement worden dank zij een harde schijf met tien minuten vertraging uitgezonden. Op 14.10.09 profiteerde zij ervan om tijdens de interventie van Filip Dewinter haar marketeer van De Standaard te interviewen zodat de kijkers Dewinter niet konden zien en horen. Gewezen tv-producer en huidig Klara-medewerker Blondeel was vol lof over het Mitterand-boek van ene Vincent Gounod. En toen bleek dat toch wel een pseudoniem te zijn van VB-Europarlementslid
Het VB kreeg tenslotte gelijk van de Raad van State die de VRT en de leugenachtige hoofdredacteur Hoflack veroordeelde omdat hij zogenaamde kanseliersdebatten organiseerde in 2007 met maar één doel: het VB niet toelaten. Het individu trekt zich daar in de praktijk weinig van aan. Toen de schaamteloze mail van het vriendje van sp.a-voorzitter Gennez bekend werd, weigerde de nieuwsdienst dit feit te vermelden. Omdat VTM en alle kranten er wel aandacht aan besteedden, moest de VRT met 24 uur vertraging overstag gaan. Men heeft bij de nieuwsdienst geen problemen dat Ivan de Vadder (Keien Wetstraat 16.10.09) sp.a’ers Van Brempt en Van Velthoven aanspreekt met Kathleen en Peter.
Nog altijd de BRT
Het VB gebruikte nog een argument om zijn ballingschap te verklaren. De compromisloze houding van de partij in communautaire zaken is zogenaamd de echte oorzaak om ook bij de omroep een schutskring rond het VB te zetten. Dat klopt niet. Vooral “de valse solidariteit” met migranten (dixit Joost Zwagerman) heeft de vele omroepmedewerkers tot hun houding geïnspireerd. Maar omdat de haat tegenover het VB zo groot was, werd de afkeer van communautaire scherpslijperij natuurlijk nog groter dan die al was. Gezien het grootste deel van de omroep links stemt en links sedert 1918 altijd als een knipmes voor hun Waalse bazen boog, is het geen toeval dat de VRT in feite nog altijd de BRT is. De toenmalige administrateurgeneraal Goossens wou geen VRT met het krachtige argument dat er nog teveel papier was met het briefhoofd Belgische Radio en Televisie. Op een van de deuren van de nieuwsdienst hing weken lang een tekening waarbij de V in een hakenkruis was vervormd. In 1995 decreteerde het Vlaams parlement de naamsverandering; onmiddellijk circuleerde een petitie met honderden handtekeningen om toch de B in plaats van de V te houden…tot ik ze keurig in stukjes scheurde.
Een deel van het Belgicistisch discours van de omroep wordt ook veroorzaakt door het gebrek aan ervaring van het omroeppersoneel. Op het Flageyplein in Elsene (“l’oasis des Francophones”) botste men dagelijks op het onversneden racisme van de Franstaligen. Dat werd dan gecontinueerd in het omroepgebouw zelf bij de Gemeenschappelijke Diensten. Met de verhuis naar de Reyerslaan verdwenen de dagelijkse incidenten. De gebouwen liggen geïsoleerd en de meeste medewerkers bezingen graag de lof van het openbaar vervoer en komen altijd met de auto (die onregelmatige uren nietwaar?). Men ontmoet dus nauwelijks Francofonen en kan zich kosmopoliet voelen die boven zogenaamd kinderachtig communautair gewoel staat. Als men dan zoals Kathleen Cools een nichtje heeft in Malmedy dat zelfs een paar woordjes Nederlands wil leren, dan schaamt men zich dat sommige Vlamingen niet alleen dezelfde rechten als de Francofonen opeisen, maar dat zij ook nog vinden dat deze bovenonsgestelden dezelfde plichten moeten vervullen. Dan is het begrijpelijk dat De Aguirre zich een hoedje schrikt in een interview met Humo omdat de eigen kinderen al met het Vlaamse virus besmet zijn. Dan begrijpt men dat Annemie Peeters een dame kapittelt tijdens De Zevende Dag die er op staat dat ze in Brussel altijd in het Nederlands terecht kan.
Natuurlijk is de liefde voor het Belgische vaderland niet alleen bij de nieuwsdienst groot. Toen bekend werd dat zanger en schrijver Jef Elbers VB-lid werd van de Raad van Bestuur van de omroep, werd hij onmiddellijk in de ban gedaan. Ik produceerde toen een paar programma’s over de verbeulemansing van Brussel en vond dit het uitgelezen moment om als kenwijsje een Elbers-liedje te gebruiken over “Broessjel” met de zin “ne Vloeming is nen tammen ond”. Mijn bange regisseur durfde zijn naam niet op de leader zetten.
Tot vandaag verspreidt men bij de omroep alle artikels die er over het reilen en zeilen van de VRT geschreven worden. Twee uitzonderingen: teksten uit ’t Pallieterke, het staatsblad van het Vlaams-nationalisme (dixit Siegfried Bracke) en uit Journaal van Mark Grammens zijn verboden lectuur voor de medewerkers en mogen niet onder hun ogen komen. De VRT steunde natuurlijk het anti-Vlaamse Belgavoxconcert van 17.5.09.Soms wordt het Belgische tintje belachelijk; nooit erger dan bij de programmareeks De Grootste Belg waar Vesalius, Mercator en Rubens in de toptien verschenen met een nationaliteit die eerst 200 jaar na hun dood opdook.
Hun “godjes”
Omdat multiculturaliteit, dankzij vooral het moslimterrorisme en het criminele gedrag van nogal wat Marokkaanse heertjes, wat moeilijker ligt, is de laatste tijd het begrip wat gemoderniseerd: diversiteit en intercultureel zijn de zakken waarin de oude wijn gegoten is. De omroep heeft nu een diversiteitscel die er moet over waken dat ras voortaan een belangrijk criterium is bij de rekrutering. Oud-collega’s melden mij dat de diversiteit haar hoogste intensiteit heeft bereikt in het personeelsrestaurant, waar de soep nu door een waaier van gekleurde mensen wordt opgediend.
Maar in één zaak zijn de vrienden van de multiculturele maatschappij perfect geslaagd. Omdat die “verrijking” bijna altijd tot ons kwam in de vorm van mensen met een enigszins andere huid, viel direct het R-woord tegenover iedereen die twijfelde aan de multiculturele heilsleer of die een opmerking maakte over een enigszins anders gekleurde medemens. Die beschuldiging is wel zo dikwijls herhaald dat zelfs gewone mensen alleen maar een klacht durven uiten over wantoestanden veroorzaakt door allochtonen met de geijkte formule: “ Ik ben geen racist maar….” De openbare omroep heeft daar uiteraard een grote rol in gespeeld, tot in het belachelijke toe.
De sterkste uitspraak die ik me herinner gebeurde op een morgen in de jaren ‘90 bij radio 3 tijdens het filmrubriekje. Ik ben de naam van de spreker vergeten, maar zijn stem trilde bij de bespreking van The Lion King van de Disney-studios. Zijn antiracismeantenne had direct opgemerkt dat “de slechte” een “zwarte” leeuw was en hij eindigde zijn bespreking met “Dit was geen film. Dit was fascisme.”
Maar ook in het antiracismediscours was belangrijker wat niet dan wat wel gezegd werd. De omroep sprak consequent over de “racistische moorden” van Hans van Temsche. De omroep gebruikte schaamteloos en even consequent de woorden “het busincident” voor de even racistische moord op Guido de Moor. De racistische moorden op Patrick Mombaerts in Schaarbeek, op Robert de Craene, op Glenn Wijnants, op winkelierster Christel de Jonghe in de Antwerpse Offerandestraat, op Joe van Holsbeeck, op een Nigeriaanse jongen in Molenbeek door Marokkanen zijn nooit en te nimmer als dusdanig omschreven.
De achterstand van allochtonen op het onderwijs en op het werk wordt nog altijd op de rekening van de Vlamingen geschreven. Zelden wordt er gewezen op de hopeloze taalachterstand van allochtone kinderen ten gevolge van de kettingmigratie, van de schotelantenne, van de onderwijsdesinteresse van de ouders, van de patriarchale familieverhoudingen. Bij de grote werkloosheidscijfers wordt altijd het zogenaamde racisme van werkgevers en Vlaamse klanten onderstreept; zelden de ongeschooldheid van de allochtonen. Er is nog nooit één uitzending geweest waarbij men bij bedrijfsleiders informeert waarom vooral Marokkaanse mannen niet gewenst zijn. In Nederland deed men dat wel en overal kreeg men dezelfde litanie te horen van kleine klachten: veel te laat op het werk komen, nooit dank u zeggen, altijd de fout bij anderen leggen, seksisme tegenover vrouwen, weigeren bevelen van vrouwen te aanvaarden, enz. gedrag dat uitstekend verwoord werd door de Nederlandse schrijver Hafid Bouazza:” Als onze moeders nou eens zouden stoppen met hun zoontjes als godjes op te voeden.”
“Ons kent ons”
Dat meten met twee maten en twee gewichten is natuurlijk veroorzaakt door die “ valse solidariteit” met zogenaamde arme sloebers, maar het maakt dat de openbare omroep vooral geloofwaardig is in de eigen (extreem)linkse kring. En dus worden nooit kritische vragen gesteld. Een recent voorbeeld is het optreden van De Witte van het bekende Centrum dat in de beste traditie van Belgofoon racisme Franstalige folders naar Nederlandstalige scholen stuurde. De Witte mocht (21.3.2009) nog maar eens in het tv-journaal beklemtonen hoeveel werk er nog is om de autochtonen te genezen van hun slechte gedachten. Als voorbeeld gaf hij het feit dat zes op tien landgenoten bevestigend antwoordden op de vraag of vreemdelingen crimineler zijn dan Vlamingen. Uiteraard volgde weer geen vraag aan De Witte of hij nooit de rapporten heeft gelezen van sociologen Marion van San of Hans Werdmölder die de duidelijke oververtegenwoordiging van allochtonen in de criminaliteit met harde cijfers bewijzen. Nooit zal de omroep de klemtoon leggen op de realiteit dat de Mipex-index (de internationale meetlat voor het toekennen van rechten aan migranten) klaar en duidelijk stelt dat dit land op de tweede plaats staat (na Zweden maar voor Nederland en 25 andere Amerikaanse en Europese staten).
Het gevoel blijft dat veel omroepmedewerkers het geluk hebben van de late geboorte. Zij zijn geen slechte mensen, maar hun politiekcorrect conformisme doet denken aan andere tijden toen groepsdenken ook veiligheid bood en Duitse journalisten op de kortst mogelijke tijd leerden schrijven dat de Duitsers de slachtoffers waren en de Joden de daders.
En tenslotte is de omroep ook politiek correct in ethische dossiers. Iedere paus die iets over condooms zegt, is een gelegenheid om hem te laten veroordelen door een logelid als de dader van genocide. Zelden wordt meegedeeld dat het promiscue gedrag van vele Afrikaanse heren de oorzaak is van de epidemie en dat aids vooral te vinden is in de ex-kolonies van het Verenigd Koninkrijk zodat de meeste mensen in Zuid-Afrika, Oeganda, Zimbabwe nauwelijks weten wie de paus is.
Euthanasie is ook een te volgen voorbeeld. Devilder opende het avondnieuws in maart 2008 “met een droevig bericht” over de zelfgekozen dood van “de grootste dichter aller tijden” volgens de cultuurmens Bert Anciaux. Bekende doden die deze manier van sterven niet verkozen, werden nooit “droevig” herdacht. Een paar dagen later opende autocuelezer Becaus trouwens het laatavondnieuws met als belangrijkste punt de dood van Eluana Englaro. Eluana wie? een Italiaanse dame die al jaren in de coma lag en van wie men het leven had beëindigd. Dus van levensbelang (bij wijze van spreken) voor Vlaanderen. Becaus is ook representatief voor het gebruik van versluierd politiekcorrect taalgebruik zoals de “overwinningen van onze landgenoot Mohammed Mourhit”. Dat de man altijd in zijn echte vaderland verbleef of anders in Italië trainde (en doping gebruikte) werd niet meegedeeld.
Waarschijnlijk zal zoals bij veel modes ook politieke correctheid afslijten. De beste methode om dit wat te versnellen, is een eerlijke rekrutering en daar wringt het schoentje. Tot in 1995 rekruteerde de omroep in heel Vlaanderen. Iedereen met het juiste diploma mocht het examen afleggen dat voor deze functie werd georganiseerd. Maar sindsdien heeft de omroep de mogelijkheid om “kandidaten zonder ervaring” te weren van assesmentstests. Op die manier kan men programmamakers en journalisten rekruteren uit het wereldje van “ons kent ons” en met een sp.a-beest als minister Lieten zal dat zeker niet veranderen.
| < Vorige | Volgende > |
|---|














