Om de macht is het te doen
Op het recente symposium van Pro Flandria had ik, samen met Bruno Valkeniers, een kort gesprek met Koenraad Elst. We hadden het over de positie van het Vlaams Belang in het politieke landschap en mijn visie terzake. Ik beloofde aan Koenraad dat ik hem zou uitnodigen voor een wat diepgaander gedachtewisseling. Nauwelijks drie weken later word ik evenwel vereerd met een artikel in ’t Pallieterke van zijn hand, waarin ik geprikkeld word om mijn standpunt publiekelijk toe te lichten. De sympathieke provocateur Koenraad Elst zet mij op deze manier natuurlijk een lelijke pad in de korf. Kiezers, militanten en partijbestuur zitten echt niet te wachten op mandatarissen die in volle verkiezingstijd kritische beschouwingen ventileren. Misschien worden er door malafide blokwatchers bepaalde zinnen uit hun context gerukt en uitvergroot. Maar als ik niet reageer, dan lijkt het alsof ik het eens ben met het besluit van Koenraad Elst als zou het Vlaams Belang gefaald hebben. Die conclusie heeft hij vanzelfsprekend opzettelijk te scherp geformuleerd.
Het Vlaams Blok/Vlaams Belang heeft een ongelooflijk succesverhaal geschreven. Nooit eerder in de Belgische politieke geschiedenis is een politieke stroming erin geslaagd om, tegen alles en iedereen in, zo snel te groeien. Het VB heeft op zijn hoogtepunt één miljoen Vlaamse kiezers tegen het Belgische establishment gemobiliseerd. De partij heeft de historische verdienste om de Vlaamsgezindheid brede ingang te doen vinden in de volkswijken en in de arbeiders¬milieus. De belangrijkste programmapunten van de partij – Vlaamse onafhankelijkheid, een strikt immigratiebeleid en veiligheid – zijn actueler dan ooit. Het succes van het VB is te danken aan een combinatie van externe factoren, maar vanzelfsprekend ook aan het politieke talent van de kopstukken en de belangeloze inzet van talloze schitterende militanten. Persoonlijk tracht ik nu al dertig jaar lang mijn bescheiden steentje bij te dragen, omdat ik in Vlaamse onafhankelijkheid een noodzakelijke voorwaarde zie voor een democratisch bestuur, en omdat ik mij grote zorgen maak over de omvang en de aard van de immigratie waarmee we geconfronteerd worden.
Koenraad Elst noemt mij een ‘strategische dissident’. Dat klinkt als een heel ernstige ziekte. Laten we zeggen dat ik mij geregeld de vraag stel of we op de meest efficiënte manier bezig zijn. Politiek is een aparte stiel, neem dat van mij aan. Omdat het resultaat van politiek engagement vaak weinig tastbaar is, hebben politici de neiging om te focussen op wat meetbaar is: polls, verkiezingsresultaten en voorkeurstemmen. Dat lijdt tot politieke bijziendheid. Want wat heeft bijvoorbeeld Yves Leterme met zijn 800.000 voorkeurstemmen kunnen doen? En ik lieg toch niet wanneer ik zeg dat de sp.a met ongeveer evenveel stemmen als het VB, veel meer macht heeft? Of dat de impact van het FDF op de recente gebeurtenissen niet in verhouding staat tot het aantal mensen dat op deze partij gestemd heeft? Er is dus maar een zeer beperkte correlatie tussen het verkiezingsresultaat van een partij, en de invloed die men kan uitoefenen op het gevoerde beleid. Moeten we dan niet op zoek gaan naar de manier om aan de nationalistische stemmen in Vlaanderen maximaal gewicht te geven?
Zweeppartij
Het Vlaams Belang kiest er nog steeds voor om een zweeppartij te zijn. Dat is deels het gevolg van het criminele cordon sanitaire, maar deels ook van een bewuste keuze. Ik geloof dat het concept van de zweeppartij kan werken, maar alleen ten opzichte van partijen met min of meer gemeenschappelijke waarden en doelstellingen. Meer dan één N-VA-parlementslid heeft me al bevestigd dat het loutere bestaan van het VB de N-VA nog altijd iets ‘scherper’ houdt. Groen! dwingt de socialisten om hun ecologische flank af te dekken. Maar de invloed van het VB op de sp.a, of van Groen! op de Open VLD is veel kleiner. De kans dat een Vlaamse partij door loutere verkiezingsoverwinningen als zweeppartij invloed kan uitoefenen op een Franstalige partij, is quasi nul. Een federale regering bestaat evenwel voor de helft uit Franstalige ministers. Dit verklaart waarom dat er, zelfs met een Vlaams Belang dat piekte op 24%, toch een laks immigratiebeleid bleef bestaan.
Het enige alternatief is streven naar regeringsdeelname. Nogal wat mensen binnen de radicale Vlaamse Beweging beweren dat een beweging met revolutionaire doelstellingen niet aan het beleid kan deelnemen. Ik betwist dit. In het buitenland vormt dit participationisme duidelijk geen probleem. Ik vermeld slechts Sinn Fein, de SNP, de Lega Nord en - extreem voorbeeld buiten Europa – de Libanese Hezbollah. Zitten deze partijen vol verraders van hun eigen zaak? Of zijn deze partijen wel standvastig in het programma, maar flexibel in de methode om dat programma stapsgewijs te realiseren? Stipe Mesic nam als voorvechter van de Kroatische onafhankelijkheid toch het presidentschap van Joegoslavië op zich. Indien hij aan die positie had verzaakt, dan was er een pro-Joegoslavische figuur aangesteld die het presidentschap had gebruikt om de Kroatische onafhankelijkheid tegen te werken. Bij mijn analyse van succesvol opgedeelde tweeledige federaties (Noorwegen-Zweden 1905, Tsjechië-Slovakije 1992, Servië-Montenegro 2006) stelde ik vast dat de motor van de onafhankelijkheid telkens bij de regeringen van de deelentiteiten lag. In geen van de drie scenario’s was er een rol weggelegd voor politieke formaties die ‘buiten het systeem’ stonden.
Het mobiliseren van een segment van het electoraat, in de hoop dat men dan als zweeppartij het beleid kan bijsturen, lijkt me onvoldoende om onze toch wel heel ambitieuze doelstellingen te realiseren. Koenraad Elst ziet de ‘enorme traagheid in de Vlaamse Beweging’ als een grote han¬di¬cap. Gaat het niet eerder over een geestesgesteldheid? Na de Tweede Wereldoorlog zijn de radicale Vlamingen naar de zijlijn gematrakkeerd en daar staan ze nog altijd. Hun wantrouwen is nog vergroot door het zgn. Egmont-verraad. De muren van het cordon sanitaire worden gezien als een bescherming tegen een buitenwereld vol verlokkingen en verraad. Binnen de muren wordt het programma bewaard als een relikwie, om het door te geven aan de volgende generatie tot er ‘ooit’ iets gebeurt. Tot 2004-2006 kwam daar de roes van de opeenvolgende verkiezingsoverwinningen bij.
Bij de MR en de PS lacht men zich natuurlijk een breuk met die honderdduizenden Vlamingen die aan de kant gezet worden, maar ook zichzelf aan de kant zetten. Ondertussen wordt Vlaanderen geconfronteerd met een absolute blokkering op federaal niveau, en met een door de federale regering bijna uitgelokte hyper-immigratie. En zat het racistische FDF mee aan het stuur.
Machtsverwerving
Wie aan politiek wil doen, moet niet alleen de problemen benoemen, en oplossingen voorstellen maar ook alles in het werk stellen om die oplossingen te realiseren. De meest efficiënte manier om iets gerealiseerd te krijgen, is om het op te nemen in een regeerakkoord en erover te waken dat dit regeerakkoord wordt uitgevoerd. Een partij moet een instrument voor machtsverwerving zijn.
Mijn punt is dus niet dat het allemaal slecht, verkeerd en zinloos is, maar wel dat de strategische context sinds 1978 ingrijpend gewijzigd is. België wordt nu al jarenlang geteisterd door een institutionele crisis. Volgens verschillende opiniepeilingen zou een derde tot de helft van de Vlamingen voor onafhankelijkheid kiezen. De CD&V zou wel eens onder de 20% kunnen duikelen. Anderzijds dreigt de hyperimmigratie Vlaanderen op korte termijn fundamenteel te veranderen. In dit klimaat van grote veranderingen kan veel gebeuren.
Stel u een Vlaanderen voor waarbij een samen¬werkings¬verband van de drie V-partijen als onbetwistbaar leidende politieke formatie naar voor zou komen. Dat zou de strategische situatie in België fundamenteel wijzigen. Dit kan alleen bereikt worden wanneer N-VA en LDD hun angst overwinnen om in het cordon te worden meegezogen, en wanneer het VB een ernstige en volgehouden strategie aanhoudt om uit het cordon te breken.
Als Koenraad Elst mij na de verkiezingen nog eens provoceert, wil ik wel eens uitleggen hoe ik dat concreet zie. Op dit ogenblik volstaat het om te vermelden dat ik mij onvoldoende kon terugvinden in de lijn die door het nieuwe partijbestuur in oktober 2009 werd uitgestippeld om verder zitting te hebben in dat orgaan. Voor het overige ben ik niet geïnteresseerd in een uitzichtloze guerilla die de partij en de beweging alleen maar schade kan toebrengen. Ik heb mij de voorbij maanden ingezet als Vlaams parlementslid, gemeenschapssenator, fractieleider in Aalst, uitgever van Splits.be en The Flemish Republic en beheerder van de huisuitgeverij. En u vindt mij op 13 juni terug als kandidaat op de senaatslijst van het Vlaams Belang, ter ondersteuning van vrienden die de voorbije dertig jaar - om het met de woorden van Koenraad Elst te zeggen - “hard gewerkt en veel haat en ostracisme getrotseerd hebben”.
Ik maak graag gebruik van het forum dat ik dankzij de sympathieke provocateur gekregen heb, om te pleiten voor veertig dagen godsvrede. Godsvrede tussen de drie V-partijen en godsvrede binnen de drie V-partijen. Wat nu telt is dat de drie V-partijen een resultaat neerzetten dat sterk genoeg is om het Belgische status-quo te doorbreken. Het Vlaams Belang is electoraal zeker nog niet afgeschreven en heeft een toegang tot de volkswijken die de andere V-partijen niet hebben. De N-VA kent een hype en weet zelfs de Siegfried Brackes van deze wereld te charmeren. LDD zorgt ervoor dat de vele donkerblauwe Vlamingen niet op een belgicistische partij moeten stemmen. Na 13 juni zien we dan hoe de kiezer het nieuwe politieke landschap getekend heeft. Maar ondertussen: godsvrede. Veertig dagen godsvrede. Zou dat kunnen?
(Antwoord van Karim van Ovemeire aan Koendraad Elst. De verkorte versie is verschenen in ’t Pallieterke van 12 mei 2010)
| Volgende > |
|---|














